Gekneusde liefde

Frits Abrahams

Twee grote taboes bespeurde Gretha Donker, neerlandicus en jurist, rond de dichter J.C. Bloem: omtrent zijn seksuele geaardheid en zijn houding in de Tweede Wereldoorlog. Ze ging intensief op onderzoek uit en doet daarvan verslag in haar interessante boekje J.C. Bloem meester-dichter (uitgeverij Bas Lubberhuizen).

Over de oorlog kunnen we kort zijn. De nogal rechtse Bloem was bepaald geen held (hij werd lid van het Nationaal Front en de Kultuurkamer, tekende de ariërverklaring), maar hij wist dat zelf ook wel en toonde er later de nodige wroeging over, tot in zijn poëzie aan toe.

Opmerkelijker zijn Donkers bevindingen over de vermeende homoseksualiteit van Bloem. „Ik twijfel er niet meer over dat hij homoseksueel was”, vertelde ze me.

In april 1920 werd de toen 32-jarige Bloem betrapt op homoseksuele contacten langs de openbare weg in Blaricum. Hij had een jongen betast en hem ervoor betaald (twee gulden). Het strafdossier van Bloem bestaat niet meer, maar wel vond Donker het proces-verbaal dat van de openbare rechtbankzitting is opgemaakt. Daarin staat de cruciale passage „dat hij, beklaagde, tevoren homosexueele neigingen heeft gehad en homosexueel is aangelegd en ook wel tevoren aan die neigingen heeft toegegeven.”

Dat staat haaks op de constatering van de befaamde Bloem-exegeet A.L. Sötemann in zijn boek Vier opstellen over J.C. Bloem: „Er is overigens geen enkele aanwijzing dat deze stap buiten de geijkte paden anders moet worden gezien dan als incidenteel.” Ex-echtgenote Clara Eggink deed in haar autobiografie Leven met J.C. Bloem alsof het „een geval van zuivere nieuwsgierigheid” was geweest: „Met een paar vrienden was hij blijkbaar in handen van een stel chanteurs gevallen, de onhandigaard.” Maar van chantage is tijdens het proces tegen Bloem niets gebleken. Hij werd veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden.

Later, in 1937, zal Bloem een poosje samenwonen in Kijkduin met een veel jongere vriend uit Breukelen. Sötemann en Eggink wuifden die episode gemakkelijk weg, maar Donker neemt aan dat er meer aan de hand is geweest.

Je zou het volgende patroon in Bloems leven kunnen zien: dat van de gefnuikte minnaar, iemand die niet voor zijn ware geaardheid kon uitkomen, en met vrouwen niet tot werkelijke intimiteit in staat was. Clara Eggink heeft zelf gezegd: „Hij hield alleen maar van zijn ouders, zijn broer en zijn zuster.”

Maakt het voor de waardering van Bloems poëzie wat uit of hij homoseksueel was? Nee, uiteraard niet – Gretha Donker beklemtoont dat ook zelf. Maar ze vraagt zich af of er niet anders naar bepaalde versregels moet worden gekeken nu we meer van Bloems leven weten. Als voorbeeld geeft ze het gedicht Liefde met de regels: Toch ben ik vol verholen tederheden,/ Gekneusde liefde, die geen uitweg vond.

Ik heb de gedichten van Bloem er nog eens op nagelezen, maar ik moet bekennen dat ik geen betere voorbeelden tegenkom, al zijn er hier en daar vage toespelingen te vermoeden. Daarom lijkt het boekje van Gretha Donker me interessanter voor toekomstige biografen van Bloem dan voor poëzie-exegeten.

Gepubliceerd in:
dag
New Articles
Dag