De papaverslaven van Afghanistan

Heroïneverslaafde in Hyatabad vlakbij de Tribal Area's in Pakistan waar de politie geen macht heeft en de drugshandel vrij spel heeft.
Door Antoinette de Jong, fotografie Robert Knoth

Politieke macht is symbolisch in Afghanistan. De werkelijke macht ligt op de papavervelden, die zich de afgelopen jaren weer over heel het land hebben uitgebreid. Afghanistan is een narcostaat geworden. Een verhaal van een reis door het grensgebied met Pakistan en Tadzjikistan die Antoinette de Jong en fotograaf Robert Knoth in 2004 maakten.

Ver buiten de Afghaanse hoofdstad Kabul, in het noordelijke district Mingajik in de provincie Balkh, liggen twee veldjes naast elkaar. Links een lapje grond waar graan ingezaaid en ook opgekomen is, maar de sprieten zijn bleek uitgebeten. De aren liggen verdroogd en leeg op de harde grond. Op het veld rechts hebben de boeren, in een nieuwe poging tot overleven, papaver gezaaid - leverancier van de grondstof voor opium en heroïne. De grond is hier ook door droogte opengebarsten en de planten zijn klein gebleven en deels verdord. Maar papaver heeft veel minder water nodig dan graan en al is het niet veel, er kan toch geoogst worden. 'Dit stukje land bewerken we met zijn zessen. Iedere keer als we een pond opiumpasta hebben verzameld, verkopen we het door', zegt landarbeider Zulfi.

Volgens dorpsmullah Qori Esmatullah is dit het tweede seizoen dat de dorpelingen papaver verbouwen. 'De droogte duurt al zes jaar hier. De putten staan droog.' De mullah wijst naar een poel met stinkend groene drab: 'Dit is ons drinkwater.' Vorig jaar werden in dit dorp behalve opium ook nog meloenen en groenten geplant. Na een paar mislukte pogingen om graan te verbouwen, is iedereen dit jaar op papaverteelt overgegaan. 'Al het water komt via irrigatie, maar de commandanten houden de kanalen afgesloten', zegt Zulfi. De boeren met land aan het eind van het kanaal togen daarom deze zomer per tractor naar het districtskantoor om water te eisen. 'In alle districten tussen de rivier en onze akkers heersen commandanten die een generator neerzetten en een waterpomp om zo het water naar hun eigen velden om te leiden', zegt Zulfi. Na de protesten kregen de boeren uiteindelijk water. 'In de afgelopen zestig dagen zijn de kanalen twéé keer opengezet.'

Narcostaat

Drie jaar geleden, kort na 11 september, besloot de internationale coalitie tegen terreur onder aanvoering van de Verenigde Staten tot het verjagen van het Talibaanregime, dat onderdak bood aan trainingskampen van Al-Qaeda. De coalitie maakte daarbij gebruik van de Noordelijke Alliantie, een gelegenheidsverbond van verschillende krijgsheren die tegen de Talibaan streden.

Op 9 oktober zijn de eerste presidentsverkiezingen en wordt interim-president Hamid Karzai waarschijnlijk herkozen. Parlementsverkiezingen zijn, wegens de toenemende chaos in het land, een half jaar uitgesteld. Twee maanden rondtrekken door Afghanistan, Pakistan en Tadzjikistan biedt een dieptreurig beeld. Afghanistan is opnieuw een narcostaat geworden, waar de macht niet ligt bij de centrale regering maar bij particuliere milities. De handel in opium en heroïne financiert niet alleen operaties van Talibaan, Al-Qaeda en andere terroristische bewegingen, maar vormt ook de belangrijkste bron van inkomsten van krijgsheren die nauwelijks ontwapend hebben, ondanks de aanwezigheid van troepen van de coalitie en de NAVO.

Veel veiligheidsproblemen hebben direct te maken met de drugshandel of de strijd om territorium. De krijgsheren hebben laten zien helemaal niet van plan te zijn hun macht vrijwillig af te staan. Talrijk zijn de gewapende confrontaties onderling en met de centrale regering. Oók in gebieden onder controle van krijgsheren van de Noordelijke Alliantie vinden aanslagen plaats op hulporganisaties en op registratieteams die de provincie intrekken om Afghanen voor te bereiden op de verkiezingen. President Hamid Karzai noemde onlangs de krijgsheren 'een grotere bedreiging voor de stabiliteit dan infiltranten van de Talibaan'. Artsen zonder Grenzen heeft dat deze zomer aan den lijve ondervonden. Na meer dan twintig jaar aanwezigheid verliet de organisatie Afghanistan, nadat vijf hulpverleners op brute wijze waren vermoord in het noorden en de vermoedelijke daders geen verantwoording hoefden af te leggen.

Om stabiele verkiezingen te garanderen zijn ondanks extra NAVO-soldaten nog te weinig internationale troepen aanwezig. De Afghaanse nationale politie en het leger zijn niet in staat veiligheid te bieden. Zij hebben in grote delen van het land niets in te brengen. In het zuiden en het oosten van Afghanistan jaagt de internationale coalitie onder aanvoering van de Amerikanen nog altijd op Talibaan en Al-Qaeda, maar president Karzai kan zelfs in Kabul niet de straat op zonder bescherming van zijn Amerikaanse bodyguards.

Reizend door Afghanistan in de lente en zomer zagen wij, vergeleken met een paar jaar geleden, vooral in het noorden een enorme explosie van het aantal papavervelden. Bezoeken aan Pakistan en Tadzjikistan toonden aan dat de hele regio een hoge prijs betaalt. Het aantal hiv-besmettingen stijgt, miljoenen zijn verslaafd aan heroïne en leven aan de rand van de afgrond. De atmosfeer in Afghanistan zelf is de afgelopen jaren grimmig geworden. Meisjes mogen weliswaar allemaal naar school, maar de doorsnee Kabuli woont nog steeds op een vuilnishoop in een wijk waar drugspushers de jeugd agressief benaderen. Maar naast die vuilnishoop staan nu wel de glazen torens van de nieuwe rijken.

Fotoserie

De frustratie over het gebrek aan vooruitgang wordt door de overheid ondertussen schaamteloos afgewenteld op 'de internationale gemeenschap'. Dit jaar zijn tientallen hulpverleners vermoord, maar zelfs ministers blijven ongestraft doorgaan met stemmingmakerij tegen buitenlanders en hulporganisaties. Nadat een opgehitste meute twee hulporganisaties in het noordelijke Faizabad had aangevallen, zei de minister van Planning: 'Afghanen geloven dat ngo's (niet-gouvermentele organisaties - red.) het geld, dat voor Afghanistan bestemd is, voor zichzelf gebruiken. Daarom is geweld tegen ngo's niet te voorkomen'.

Aanhoudende armoede

Waarom de kleine boeren papaver verbouwen is bekend. 'Aanhoudende armoede, hoge opiumprijzen en de mogelijkheid om vooraf krediet te krijgen van handelaren voor de verwachte oogst', zei Antonio Maria Costa, het hoofd van UNODC, United Nations Office on Drugs and Crime, begin dit jaar in Kabul tijdens een conferentie over drugsbestrijding. Een onderzoek onder boeren in Afghanistan liet zien dat 'twee van de drie van plan zijn om hun opiumproductie uit te breiden.' De resultaten van de oogst van 2004 zullen pas ná de Afghaanse verkiezingen gepubliceerd worden. Duidelijk is al dat in 2004 een superoogst is binnengehaald. Volgens sombere voorspellingen van het Amerikaanse ministerie van Landbouw wordt dit jaar 50 procent meer geoogst dan de 3.600 ton van vorig jaar. Daarmee zou een absolute recordoogst van 5.400 ton worden behaald.

Geschat wordt dat in de Afghaanse opiumhandel 2,3 miljard dollar omgaat. Dat is bijna vijftig procent van de Afghaanse economie. Ondanks een officieel verbod op papaverteelt, zijn volgens de VN 1,7 miljoen Afghanen betrokken bij de produktie van opium. Costa pleit voor noodmaatregelen: de boeren moeten alternatieve inkomsten worden aangeboden, de velden moeten worden geruimd en de smokkelaars opgespoord. 'Anders zal de opium-economie een steeds grotere bedreiging worden voor vrede, stabiliteit en sociaal-economisch herstel.'

Nieuwe motorfiets

Een half uur verwijderd van het uitgedroogde dorp in Mingajik zijn de akkers wel goed bevloeid. Tot aan de horizon staan de velden vol papavers. Veel roze bloemblaadjes zijn al afgevallen. De papaverbollen zijn vol en dik.

Gisterochtend zijn ze ingekrast, vandaag is de opiumgom die uit de bollen is gelopen, ingedroogd en klaar om er met lepels afgeschraapt te worden. Groepen mannen en jongens werken zich in rijen door het veld heen. De poppy-oogst is bewerkelijk en de vraag naar extra arbeidskrachten is groot. De Pathaan Khairuddin komt uit het zuidelijke Helmand, waar papaver wordt verbouwd op grote landerijen. 'We zijn met zo'n 2.000 man uit Helmand en Jalabad gekomen en als we hier klaar zijn trekken we verder'.

De Pathaanse mannen werken samen met de lokale Oezbeken en Turkmenen. Etnische verschillen doen er hier niet meer toe, er is een gezamenlijk belang: geld verdienen. Het loon is ongeveer 5 dollar per dag plus voedsel en een deel van de geoogste opium. Trots toont papaverboer Juma Khan zijn nieuwe motorfiets: 'Hij kostte 2400 dollar. Wil je een stukje achterop?' Hij legt uit wat voorafging aan de vrije markt van de opiumeconomie: 'Eerst hadden we hier de Talibaan en daarna kwamen de Tadzjieken en de Oezbeken plunderen. Nu is er democratie en verbouwen we papaver.' Tijdens het oogsten likken de mannen aan hun vingers die onder de papaverprut zitten. In wezen zijn ze allemaal verslaafd. 'Maar dat geeft niet', zegt landarbeider Charis.

'Als je karnemelk drinkt met kruiden, blijf je gezond.'

In een ander papaverveldje in de noordelijke provincie Badakhshan, is Qadratullah aan het oogsten. Hij is 12 jaar. Zijn grootvader, Nazir Mohammed, deelt het stukje grond van een paar honderd vierkante meter met drie andere eigenaren. Mohammed zorgt voor Qadratullah en zijn broertje en zusje. 'Hun vader is overleden. De moeder leeft, maar is hertrouwd.' Wreed gebruik hier wil dat weduwen die hertrouwen hun kinderen achterlaten. De nieuwe echtgenoot zal geen nageslacht van een andere man grootbrengen. Nazir Mohammed legt uit hoe hij voor zijn kleinkinderen zorgt: 'Ik ben gestopt met graan en heb alleen maar papaver gezaaid. Er kwamen handelaren naar ons dorpje om uit te leggen hoe we het precies moesten doen'. Erg bedreven zijn ze nog niet. Onze vertaler Shohaib legt de stuntelende Qadratullah uit hoe je de opium van de bollen moet schrapen. Shohaib kan het weten, want zijn familie verbouwt al jaren opium. 'Waar ik vandaan kom heb je miljonairs: in dollars, niet in Afghani's (een dollar is 48 Afghani's). Maar ook in Afghani's zal Nazir Mohammed geen miljonair worden, want de prijs van opium is in een jaar tijd gehalveerd tot 1500 Afghani's, zo'n 25 euro, voor een halve kilo.

Tuinieren

Een deel van de rapporten over de opium leest als het tijdschrift Tuinieren: 'De bloemen van de Charchary zijn typisch roze en wit, met rafelige blaadjes. Over het algemeen doet deze variant het goed op zandgronden. De opium is voorbeeldig, maar de capsules zijn klein en moeilijk in te krassen.' Een andere optie is Sabai: 'Een vroegrijpe soort, die je tien tot twintig dagen eerder kunt krassen. Goede kwaliteit opium, laag in vochtgehalte en geschikt om te bewaren'. Het noordelijke Badakhshan verbouwt vooral de dieppaarse 'Hindi' en de witte 'Watani' die goed tegen droogte kunnen. In een paar jaar tijd is in Badakhshan de produktie meer dan verviervoudigd.

In de hoofdstad Faizabad legt ambtenaar Abdur Rauf op het departement van Landbouw uit, dat boeren met papaver dertig keer zoveel kunnen verdienen als met graan. 'De kwaliteit van graan is slecht hier', zegt Rauf. 'Dit jaar hadden we moederkoren, een schimmel die het graan vergiftigt. We hebben het ministerie in Kabul om verbeterd zaad gevraagd, maar we wachten nog altijd. Bovendien is de graanprijs lager geworden doordat de Verenigde Naties en hulporganisaties graan en meel verstrekken via hulpprojecten.' Moeten die daar dan niet mee stoppen? Rauf kijkt alsof hij hoort vloeken in de moskee. 'Nee, natuurlijk niet!' Andere aanwezige ambtenaren van het departement beginnen hartelijk te lachen. De boodschap is duidelijk. Zolang de voedselvoorziening geregeld is met gesubsidieerd meel, kunnen de boeren hun winstgevende papaver blijven verbouwen.

Door de snelle toename van de productie, de afstand tot Kabul - minstens twee dagen over land - en de onbegaanbaarheid van het terrein, wordt Badakhshan al met Colombia vergeleken. De lokale overheid heeft in ieder geval geen greep op de situatie. Bezoekers die landen op het vliegveld van Faizabad worden verwelkomd met een stichtelijke spreuk: 'De Islamistische Staat Afghanistan bestrijdt met toewijding het verbouwen, produceren en smokkelen van narcotica.' Maar tot binnen de stadsgrenzen staat opium-aanplant in bloei.

Oude Kamaz

Politiechef Pir-e-Baseer zegt dat hij twee Datsun pick-ups en een oude Russische Kamaz-truck tot zijn beschikking heeft voor de politietaken in de gehele provincie Badakhshan, ongeveer even groot als Nederland. 'Als in een van de districten een moord wordt gepleegd, hoor ik het over twee maanden.' Enkele honderden meters van het politiebureau, aan de oever van de voorbij donderende Kokcha-rivier, hebben vindingrijke ondernemers met keien verhogingen aangelegd. Het is een drukbezochte wasstraat.

Vóór de opium-hausse verplaatsten bijna alle Badakhshi's zich lopend of per ezel. Nu staan bij zonsondergang de geblindeerde glimmende auto's van de commandanten broederlijk naast de Landcruisers van de Verenigde Naties. 'Er zijn hier maar twee manieren om geld te verdienen', zegt een medewerker van een hulporganisatie, 'opiumhandel of werk bij een non-gouvermentele organisatie.'

Maar zelfs hulpprojecten wijken voor de opiumbelangen. 'Daglonen in de oogsttijd lopen op tot 200 afghani's, ruim 4 dollar per dag, en dat is meer dan wij betalen', zegt een arts van de Aga Khan Development Foundation.

Die vier dollar per dag zijn geen afdoende verklaring voor de overduidelijk aanwezige nieuwe rijkdom, ook buiten de hoofdstad Faizabad. Acht maanden geleden besloot Abdul Qayum in Baharak, drie uur rijden van Faizabad, een winkel in elektrische apparatuur te openen, ook al heeft het stadje geen goed ontwikkeld elektriciteitsnet. Hij heeft geen spijt: 'Vooral televisies doen het goed. Ik heb er deze maand twaalf verkocht, ze kosten tussen de 190 en 300 dollar.'

In de paar straten van de bazaar zijn vier winkels met motorfietsen. Abdul Ghani verkoopt Chinese motorfietsen voor 800 dollar per stuk. 'Deze maand heb ik er al vijf verkocht.' Ook anderen profiteren van het geld dat in omloop is. Vrachtwagenchauffeur Jamil is net aan het lossen. Hij doet vier dagen over een vracht vanuit Kabul met een truck volgestouwd met diepvriezers, televisies, meubilair, grootverpakkingen met blikjes Pepsi-Cola en Miranda-sinaasappeldrank. Vrolijk lachend zegt hij: 'Door de opium zijn ze hier rijk geworden.' Hij doet het zelf ook niet slecht.

Op iedere vracht verdient hij 12.000 Afghani's (200 euro), bijna het gemiddelde jaarloon in Afghanistan.

Import en export

In Faizabad wordt nauwelijks een poging gedaan om te verbergen waar het geld vandaan komt. Tegenover de 'wasstraat' aan de andere oever wordt een nieuwe kliniek gebouwd zonder hulp van medische organisaties, ngo's, VN-kantoren of zelfs maar het Afghaanse ministerie van Gezondheidszorg. Het geld is beschikbaar gesteld door twee zakenmannen die hun fortuin maakten met opiumhandel. 'Nee, in import en export', benadrukt bouwopzichter Mir Ahmed eerst, om vervolgens zijn schouders op te halen. 'Nou ja, heel Badakhshan verdient zijn geld met opium.' Enkel het gebouw gaat al een half miljoen dollar kosten, 'en dan importeren we nog röntgenapparatuur en andere medische instrumenten uit het buitenland.'

Alleen in het verre Ishkashem, vanaf Faizabad een volle dag reizen per four wheel drive, doen de bewoners niet mee aan de opium-bonanza ook al zijn ze straatarm. De huidige Aga Khan - de geestelijk leider van de Ismaeli-moslims - heeft verbouwen en verhandelen van opiaten verboden. Hoewel de Aga Khan meestal ver van zijn onderdanen vertoeft, in Londen en andere plaatsen op de jetset-wereldkaart, werkt zijn ontwikkelingsorganisatie, de Aga Khan Development Foundation, al lang in deze regio.

Het brood in Ishkashem bevat zoveel zand dat het haast oneetbaar is. 'Maar niemand zal hier opium verbouwen', zegt schoolhoofd Mohammed Zaffar, 'want de Aga Khan heeft het gezegd'. Opium heeft onder de Ismaeli's al genoeg schade aangericht. Hele dorpen zijn verslaafd. Opium is hier het enige medicijn. Te arm voor gemotoriseerd transport en ingesloten door het Pamir-gebergte en de Himalaya zijn de dorpelingen dagen en soms weken verwijderd van het enige ziekenhuis in de provincie, in Faizabad. Bij ziekte en honger biedt alleen opium genoeg soelaas.

Gouden Halve Maan

De productie van opium heeft zich verplaatst van de Gouden Driehoek - Birma, Laos en Thailand - naar de Gouden Halve Maan: Pakistan en Afghanistan. In 1980 bedroeg het Afghaanse aandeel in de wereldproductie nog maar 20 procent. De oorlog na de inval van de Sovjet-troepen in 1979 heeft de productie explosief doen toenemen. De strijd van de mujahedeen tegen de Russen werd deels gefinancierd door handel in opium. Aan het einde van de jaren negentig was volgens het UNODC 80 procent van de wereldproductie van heroïne afkomstig uit Afghanistan.

Tijdens het Talibaanbewind kwam daar plotsklaps verandering in. Een fatwa van Talib-leider Mullah Omar verbood het verbouwen van papavers en bijna alle plantages werden vernietigd. De Fransman Bernard Frahi, die het VN-kantoor in Islamabad leidde, uitte in de zomer van 2001 tegen mij zijn frustratie over het gebrek aan belangstelling voor die prestatie. 'We hebben overal gecheckt, maar bijna geen papaverplant meer gevonden. Niemand wil weten dat de Talibaan deze keer iets goeds hebben gedaan.'

Meer dan 90 procent van de heroïne in Europa komt inmiddels weer uit Afghanistan, maar ook in de omliggende landen heeft de opiumproductie rampzalig uitgewerkt. De besmettingen met hiv lopen op. Geen wonder, want zelfs volgens de meest conservatieve schattingen heeft buurland Iran 1,2 miljoen heroïneverslaafden en Pakistan 0,6 miljoen.

In de Pakistaanse grensplaats Peshawar bezoeken we een behandelplaats voor verslaafden, die pal tegen de tribal area's (een stammengebied waar de Pakistaanse overheid geen jurisdictie over heeft) zijn aangebouwd. In dit deel van Peshawar is een harde kern van 1500 heroïnegebruikers. Sociaal werker Nabi Jan, afkomstig uit Afghanistan en zelf ex-gebruiker: 'In het tribale gebied heeft de Pakistaanse politie geen controle. Je kunt er zo opium en heroïne kopen.' Ook zijn er wapens in alle soorten en maten en andere smokkelwaar te koop.

Treinrails scheiden het stammengebied van het deel waar de Pakistanen het voor het zeggen hebben. Aan deze kant van de grens zitten mannen in groepjes bij elkaar. Shamsuddin Kamal, 'funny man' voor zijn vrienden, zegt dat hij in zijn verbeelding in een dikke Toyota Landcruiser rondrijdt. 'Dan ben ik een rijk man.' Mohammed Ajmal vertelt dat hij zeven kinderen heeft. Over de vraag hoe die aan geld komen om te overleven moet hij diep nadenken. 'Dat weet ik niet.' Naast hem zit Ikramuddin. Hij ziet zijn familie helemaal niet meer. 'Mijn broer wil niets meer met me te maken hebben.'

Om aan hun dagelijkse dosis te komen, hoeven de verslaafden alleen het spoor over te steken, maar de meesten hebben permanent geldgebrek. In het Dost-centrum kunnen de verslaafden eten, zich wassen en hun hart uitstorten. Artsen, psychologen en sociaal werkers proberen hen tot afkicken te bewegen. In het drukke dagprogramma van de detox-afdeling wordt iedere minuut volgepland, zodat de mannen zo weinig mogelijk aan drugs hoeven te denken. De jonge psycholoog Rafiyullah Khalil is populair bij de verslaafden. Met geoefende stem zingt hij traditionele 'Ghazal'-liederen voor de mannen en roffelt een ondersteunend ritme op een trommeltje. Aangestoken door de muziek, springt af en toe een man op om spontaan een lied te zingen en te dansen voor de enthousiaste lotgenoten die in een kring om de psycholoog heen zitten. 'De verslaafden komen naar ons toe, omdat ze denken dat ze doodgaan. Ze komen om te overleven', zegt dokter Walayat Afridi. 'Er werd tot voor kort veel gespoten. Het effect daarvan is vaak sterker, maar ook veel gevaarlijker omdat je nauwelijks kunt doseren. Ons beleid is de gebruikers te overtuigen dat ze dan maar beter kunnen roken, want veel gebruikers die injecteren raken uiteindelijk een keer in shock of krijgen een hartstilstand'. De dokter loopt mee naar buiten en wijst naar de weg: 'Degenen die dood gaan aan een overdosis begraven wij hier. Verslaafden mogen niet naar een normale begraafplaats'. Er is een nieuw graf aan de kant van de weg. 'Twee weken geleden hebben we Anwar van 28 jaar begraven. Hij kwam al twee maanden hier. Op een dag snakte hij naar adem. We hebben hem naar het ziekenhuis gebracht, maar op de tweede dag stierf hij.'

Smokkelroutes

De smokkelroutes uit Afghanistan lopen via Pakistan en Iran naar Turkije en de Balkan richting Europa, of langs de noordelijke route via Centraal-Azië en de Kaukasus naar Rusland en verder. Afghanistans buurlanden bestrijden met wisselende inzet en middelen de steeds groter wordende toevoer aan drugs. Op alle denkbare manieren worden opium en heroïne uit Afghanistan gesmokkeld. In koffieverpakkingen, kattenvoer, luiers en olie-trucks. Of smokkelaars zwemmen op opgeblazen dierenhuiden de Amu Darya-rivier over.

Tadzjikistan heeft samen met de VN in 1999 het Drugs Control Agency opgezet. 'Wij zijn slachtoffers, geen veroorzakers van het drugsprobleem', zegt generaal Rustam Nazarov die het succesvolle agentschap leidt. 'In 1991 onderschepten we 11 kilo drugs, maar heroïne werd pas in 1996 aangetroffen: 6 kilo en 352 gram.' Vorig jaar ving de Tadzjiekse politie bijna 10 ton drugs, waarvan 5,6 ton heroïne.

Het DCA ziet de professionalisering toenemen. Producenten leveren heroïne in verschillende kwaliteiten, variërend van de beste '999' tot de mindere '555'. Merknamen en zelfs adressen worden gewoon als advertentie op de verpakking gezet. Nazarov: 'De hoeveelheid drugs die we in vijf jaar in beslag genomen hebben is genoeg voor 90 miljoen verslaafden, maar Tadzjikistan heeft maar 6,5 miljoen inwoners. De markt ligt vooral buiten ons land.' Nazarov heeft een lijst met 35 namen van de grote smokkelaars en producenten. Volgens hem is de Afghaanse generaal Rashid Dostam, kandidaat bij de presidentsverkiezingen, 'nummer 1 van de drugshandelaren'. De Amerikanen, de Europese Unie en de VN proberen, vooral sinds de aanslagen op het World Trade Center, de capaciteit van politie en justitie te versterken om zo een veiligheidsgordel rondom Afghanistan te leggen. Vreemd genoeg blijft geld vinden moeilijk. Voor steun aan het jonge DCA is al een 'exit-strategie' aangekondigd. De salarissen van het DCA-personeel zullen door het wegvallen van extra bijdragen van donoren tegen eind 2005 gehalveerd zijn.

Recordvangst

In de nazomer van dit jaar luidde een recordvangst van ruim een ton - 1008 kilo heroïne en 78 kilo opium - het nieuwe smokkelseizoen in. James Callahan, hoofd van het Centraal-Azië kantoor van UNODC in de Oezbeekse hoofdstad Tasjkent, heeft eind augustus met diplomaten, drugsbestrijdings-experts en generaals uit de regio de situatie aan de Tadzjieks-Afghaanse grens bestudeerd. In februari brak internationale paniek uit, toen de Russen zeiden dat ze de grensbewaking op verzoek van de Tadzjieken gingen overdragen. De Russen bewaken die grens al een eeuw en niemand acht de Tadzjieken in staat hen af te lossen. 'Er komen nogal wat gaten in de grens', voorspelt Callahan telefonisch vanuit Tasjkent. 'De Tadzjieken proberen wel troepen te verschuiven, maar ze hebben bij lange na niet genoeg officieren en onderofficieren.'

De coalitie heeft zich in Afghanistan drie jaar lang vooral gericht op het zuiden en het oosten van het land, op jacht naar Talibaan en terroristen. Maar daarbij is de noordelijke grens veronachtzaamd. 'De Islamic Movement of Uzbekistan (imu - hoog op de ranglijst van terroristische bewegingen - red.) profiteert nog steeds van drugsgeld. Aan de grens zijn wapenopslagplaatsen gevonden, en er is zelfs uranium aangetroffen', zegt Callahan. Een ander gevaar vormt Hezb-e-Islami, de partij van oud-premier Gulbuddin Hekmatyar die tegenwoordig een pact met de Talibaan heeft gesloten, en nog sterk is in Badakhshan. Tientallen miljoenen zouden door Hezb-aanhangers zijn doorgesluisd naar imu en naar Tsjetsjeense rebellen. 'Het bestrijden van terrorisme is de reden voor de Verenigde Staten om in deze grens te investeren', zegt Callahan. 'Slechts 5 procent van de heroïne in de USA is afkomstig uit Afghanistan, daar hoeven ze het niet om te doen.' Thomas Armbruster, de Amerikaans zaakgelastigde in de Tadzjiekse hoofdstad Doesjanbe, is er helemaal niet gerust op. 'Het ontbreekt de Tadzjiekse grenswachten aan alles: aan uitrusting, wapens, brandstof en zelfs eten.'

In Moskovsky aan de Pjanzj-rivier wil kapitein Dorojev van grenspost 7 me niet vertellen wat zijn salaris is. 'Het is genoeg om van te leven', zegt de kapitein gereserveerd. 'We bewaken de grens uit vaderlandsliefde.' Een grenspost verderop wil majoor Sjapirov ook geen gezichtsverlies. 'Ik heb liever niet dat u foto's maakt van het eten. Vandaag hebben we geen vlees.' Willen de Tadzjiekse grenswachten niet door honger worden verjaagd, dan moeten de regeringen van de coalitie over de brug komen om de salarissen van grenswachten met premies aan te vullen. 'De Russische grenswachten krijgen twintig keer meer dan het gemiddelde loon van twintig dollar van de Tadzjiekse soldaten', zegt een gefrustreerde VN-medewerker. Volgens James Callahan wordt het sowieso een probleem om de grens in het afgelegen Pamir-gebergte te beveiligen. 'Het is al bijna te laat in het jaar om de bevoorrading voor de winter daar te krijgen.' De VN-medewerker zegt dat er niet voldoende manschappen zijn voor afgelegen grensposten. 'Het beleid is lokaal te rekruteren, maar de Pamir is zo arm dat bijna alle mannen en jongens naar Doesjanbe of verder zijn vertrokken, op zoek naar werk.'

De grensdorpen zijn kwetsbaar voor corruptie, zegt Callahan. 'Die zitten straks zonder klandizie van de Russische grenstroepen.' Dat er dit jaar minder drugs in beslag genomen werden dan vorig jaar, terwijl de productie is toegenomen, is een veeg teken. Vermoed wordt dat de Afghanen na het aangekondigde vertrek van de Russen bovenop hun voorraden zijn gaan zitten, om te wachten tot er gaten in de grens vallen. 'Tot de lente, als de sneeuw smelt', zegt Callahan.

Met het dichterbij komen van de verkiezingen in Afghanistan groeit het besef dat een narcostaat geen goede voedingsbodem vormt voor democratisering. De Amerikaanse minister van Defensie, Donald Rumsfeld, zei in augustus dat 'handel in drugs de stabiliteit ondermijnt'. En zelfs de Afghaanse minister van Binnenlandse Zaken Ali Ahmad Jalali zei tegen me dat wetteloosheid het grootste probleem is: 'Commandanten en krijgsheren eigenen zich zelfs land toe en dwingen de boeren om papaver te verbouwen.'

Onenigheid over aanpak

Eenstemmigheid over de methoden om drugshandel tegen te gaan is er niet. Een Brits plan om de hele oogst op te kopen om zo te zorgen dat heroïne niet in Europa op de markt komt, ging niet door uit angst dat het de boeren alleen maar zou aanmoedigen. De vernietiging van papavervelden door de gouverneurs van de provincies liep uit op een fiasco. 'De gouverneurs lieten wel velden van hun concurrenten ruimen, maar niet die van henzelf', zegt een diplomaat die niet bij naam genoemd wil worden. Ook compensatie bieden aan boeren wier papavervelden werden vernietigd, is inmiddels opgegeven als tactiek. 'De boeren liepen natuurlijk zo geen enkel risico', zegt een andere westerse diplomaat gnuivend. 'Of ze konden hun opium verkopen, óf ze werden gecompenseerd.'

Naast het ontwikkelen en stimuleren van alternatieven zoals het kweken van komijnzaad of saffraan, moet je de handel hard aanpakken, is het devies van de Amerikanen. Zij trainen veiligheidsbeambten die eenheden van de Afghaanse drugsbestrijding weer moeten bijstaan. Die eenheden hebben dit jaar al 32 heroïnefabriekjes opgeblazen.

De Britten, die de leidende rol hebben in de papaver- en drugsbestrijding, lijken dit kalenderjaar al te hebben opgegeven. Bedoeling was dat de nieuwe 'poppy-eradication cell' 25.000 hectare papaveraanplant zou vernietigen, maar de oogst is voorbij en de teller bleef bij een paar duizend hectare steken. De beleidsmakers mikken nu op volgend jaar. Ze zijn al blij dat ze de mullahs in Afghanistan zover hebben gekregen dat die met een fatwa tegen het verbouwen van papaver zijn gekomen. 'In de naam van God, de meest genadige, bevestigt het Afghaanse Concilie van Ulema dat drugs, alcohol en ander toxische stoffen verboden zijn in de islam en dat ze de oorzaak zijn van corruptie en prostitutie', luidt het eerste van acht artikelen in de religieuze verordening.

Vervuilde dieren

Verboden in de islam of niet, naar schatting 60.000 Kabuli's zijn inmiddels verslaafd. Junks scharrelen als vervuilde dieren door de ruïnes van de stad. Hun gebruikte injectienaalden liggen tussen kogelhulzen en het puin van kapotgeschoten huizen. Veel afgetakelde verslaafden zijn vluchteling geweest in Iran of

Pakistan. Degenen die minder ver heen zijn, proberen zich te laten opnemen.

Op zaterdagochtend druppelen meer dan vijftig mannen langzaam binnen bij een afkickcentrum in het zuiden. Ze komen luisteren naar de artsen die hen proberen bang te maken. 'Ik had een patiënt hier, die op een dag geen drugs meer had', zegt dokter Mohammed Hassan. 'Een Punjabi kwam naar hem toe en hij verkocht zo zijn vrouw aan hem voor 35.000 rupees (6.500 dollar - red).' Sommige mannen buigen hun hoofd. 'Hij kreeg een voorschot, kocht drugs en nam zo veel dat hij buiten westen raakte. Toen hij wakker werd was zijn geld gestolen en zijn vrouw was ook weg. Hij had niets meer over.' De aanwezigen schudden in afschuw hun hoofd. Zo zitten ze urenlang te luisteren. Af en toe staat iemand op om bij de waterpomp te drinken.

Mohammed besloot naar het afkickcentrum te komen uit ongerustheid over zijn zoon. 'Mijn vrouw vertelde dat hij snuifgeluiden maakte en toen ze vroeg wat hij aan het doen was, zei hij dat hij net als pappie wilde doen.' Ahmed zegt dat hij heroïne van zijn baas kreeg toen hij ziek was. 'Eerst voor niets en na een maand moest ik gaan betalen.'

Abdul werkte elf jaar in heroïnefabriekjes. 'Eerst in Pakistan en toen de Talibaan de macht kregen, is ons laboratorium verhuisd naar Afghanistan.' De Talibaan verboden weliswaar het kweken van papaver, maar niet de handel in opiaten. Abdul zegt dat hij fabrieken heeft opgezet in Badakhshan. 'Daar wisten nog niet veel mensen hoe je heroïne moest maken.' Volgens Abdul levert zijn voormalige baas nog steeds aan de Talibaan. De verslaafden zeggen dat in de afgelopen drie jaar de handel in Afghanistan zelf enorm is toegenomen en dat veel werkgevers nu in heroïne uitbetalen. 'Al gebruik ik al 25 jaar, ik ben een goed moslim en heb nog nooit iemand uitgenodigd om ook te gaan roken. De dealers van nu geven opium en heroïne aan kinderen', zegt Yussuf boos. 'De handelaren en smokkelaars kopen huizen en Pajero-jeeps van ons bloed.'

Dat doen ze vooralsnog ongestraft. Tijdens zijn bezoek aan Kabul in mei zei de Britse onderminister van Buitenlandse Zaken Bill Rammel: 'Het komende jaar wordt kritiek. We móéten sleutelfiguren en degenen met grote belangen in deze industrie arresteren.' Het probleem is dat die zoveel macht hebben. 'Het is natuurlijk geen regeringsbeleid om te handelen in narcotica, maar sleutelfiguren in de regering spelen wel degelijk een rol', zegt Andrew Wilder, directeur van de gezaghebbende Afghan Research and Evaluation Unit. 'Er zijn talrijke beschuldigingen dat kabinetsleden betrokken zijn bij de produktie en handel en ervan profiteren. Eigenlijk komt het hierop neer: wie een rol wil spelen in de Afghaanse politiek móét betrokken zijn bij de handel in narcotica. Daar gaat zóveel geld in om dat die handel in de toekomst bepaalt wie de macht krijgt in Afghanistan.'

Retour Vancouver

Op het vliegveld van Kabul treffen we Mahboob, wiens naam veranderd is op zijn verzoek. Hij heeft zijn geloof in vooruitgang verloren. Dertig jaar geleden vluchtte hij uit Afghanistan, nadat zijn invloedrijke vader en andere familieleden voor zijn ogen waren doodgeschoten: 'Ik was veertien en je weet hoe ze in Afghanistan zijn; dat vinden ze te jong om dood te schieten, maar ze zorgden er wel voor dat ik de boodschap begreep en nooit zou vergeten'. Familieleden belden hem dit voorjaar om te zeggen dat de kust veilig was en dat het een goede tijd was om zaken te doen. 'Veel van ons land en bezittingen waren indertijd in beslag genomen, maar ik had nog wat land buiten de stad en een huis in Wazir Akbar Khan'.

In die wijk worden veel huizen verhuurd voor bedragen tussen de vijf- en achtduizend dollar per maand aan bedrijven en buitenlandse organisaties, maar Mahboob heeft zijn huis verkocht. 'Er wonen alleen nog krijgsheren, drugsdealers en andere nouveaux riches. Bij de volgende oorlog is dat de eerste wijk die kapotgeschoten wordt.' Zaken doen is volgens Mahboob alleen mogelijk als je ambtenaren en machthebbers omkoopt. 'Mensen zijn vanuit het niets miljonair geworden. Ze werken op een ministerie en verkopen vergunningen voor het bouwen van feesthallen voor 20.000 a 30.000 dollar per stuk.' Het maakt niet uit wie de grond bezit. 'De werkelijke eigenaren lopen huilend door Kabul met hun officiële documenten en kloppen op gesloten deuren.'

Om in Afghanistan te werken, moet je een sterke maag hebben en geen last van scrupules. 'Alleen al om dat huis te verkopen heb ik zeven mensen op verschillende ministeries moeten omkopen', zegt Mahboob. De lap grond in het oosten verkocht hij voor 300.000 dollar. Er werd contant afgerekend. 'Mijn oom had transport en zes bewakers geregeld, want we dachten dat er een een hit team op ons afgestuurd zou worden. Iedereen was doodsbang, ook de bewakers. We zijn plankgas teruggereden naar Kabul.' Vijf weken na aankomst zit Mahboob op een retourvlucht naar Vancouver om voorlopig niet meer terug te keren.

Gepubliceerd in:
achtergrond