'Ik had een onoverwinnelijk gevoel'
Hafsia Herzi kreeg vele prijzen voor haar rol in ‘La Graine et le Mulet’, waaronder de César, de belangrijkste Franse filmonderscheiding. ,,Ik had geen zweet meer over.”
Amsterdam, 16 april. Als Hafsia Herzi het podium opstapt gaat er een vlaag van oh’s en ah’s door de zaal. De aanwezigen op de persconferentie hebben haar net zien buikdansen in La graine et le mulet. Ze was rood, bezweet, op de rand van instorten, en vooral: dik. Maar de vrouw die zich in Venetië tijdens het filmfestival laat interviewen is slank en composée, in de plooi.
Later, in een apart interview, zal ze uitleggen dat er inmiddels vijftien kilo zit tussen haar en haar personage Rym. „Ik moest achttien kilo aankomen voor de film. Dat was verschrikkelijk moeilijk. Maar het afvallen is nog erger.”
Hafsia Herzi is geboren op 25 januari 1987 in het zuidelijk deel van de Franse Alpen, uit een gezin van gemengd Algerijns-Tunesische origine. „Als kind keek ik met grote ogen naar de films op tv en dan speelde ik ze daarna met mijn poppen na.” Vanaf haar dertiende speelde ze al kleine rolletjes voor tv. Een acteeropleiding heeft ze nooit gevolgd. Toen regisseur Abdel Kechiche haar benaderde voor La graine et le mulet, woonde ze nog thuis en studeerde ze rechten in Marseille.
Kechiche was de eerste die haar voor zo’n grote rol vroeg. „Hij gaf me vertrouwen zonder me te kennen”, zegt Herzi. „Dat gaf me zo’n onoverwinnelijk gevoel. Mijn spel, het spel van de hele groep is geïnspireerd door de kans die Abdel ons gaf.”
Volgens haar was de sfeer bij de opnames heel solidair. „De emoties in de scènes werden weerspiegeld in de emoties op de set. Dat ging van de regisseur, via de spelers, tot aan de geluidsman aan toe.” Zij schrijft die sfeer toe aan Kechiche. Haar bewondering voor de regisseur is groot. „Sinds ik hem heb gezien, heb ik een nieuwe droom: zelf regisseren.”
Twee multiculturele films met jong talent komen deze week tegelijkertijd in de bioscopen. De Nederlandse productie Dunya & Desie en La graine et le mulet. Niets ten nadele van het enthousiasme en de spontaniteit van Maryam Hassouni en Eva van de Wijdeven als Dunya en Desie, maar ze moeten het afleggen tegen de rijzende ster van de Franse cinema, Hafsia Herzi. Voor haar rol als de tomeloos energieke en warme Rym kreeg zij de Prix Marcello Mastroianni op het filmfestival van Venetië en de César voor jong acteertalent in Frankrijk. Waar zij in beeld komt, springen de vonken van het doek.
Kechiche wilde intensief repeteren met zijn cast om de losheid te bereiken die de ellenlange gesprekken in de film zo natuurlijk doen lijken. Dat zijn wekenlange sessies geweest, waarbij de auteurs veel inbreng hadden. „Bij de repetities was er veel vrijheid. Daarna heeft Abdel het script helemaal uitgeschreven en toen de opnamen begonnen, hield hij ons strak aan de dialogen.”
Maar de meeste indruk maakt de actrice in de weergaloze buikdansscène aan het eind van de film. „Bij de auditie had ik Abdel al laten weten dat ik helemaal niet kon buikdansen. Dat deerde hem niet. Ik zou het wel leren, zei hij.”
Ze heeft het geleerd. De scène waar ze het meest tegen opzag, vergde uiteindelijk vijf draaidagen, waarin Herzi danste en danste en danste, „tot ik geen zweet en geen tranen meer in mijn lichaam had.”
