De zeespiegel stijgt, maar niet zó hard
De commissie-Veerman wil het IJsselmeerpeil 1,5 meter verhogen, omdat de zee komende eeuw met 1,30 meter zou stijgen. Maar dit is veel te hoog geschat, meent Jef Huisman.
Vorige week presenteerde de Delta-commissie onder leiding van oud-minister Veerman (CDA) haar rapport over de bescherming van de Nederlandse kust en achterland op de lange termijn. Vanwege het stijgen van de zeespiegel is het verstandig om tijdig te investeren in maatregelen om ons land te beschermen tegen overstromingen. Niemand zal dat ontkennen. Voorbeelden zijn de ophoging van de dijken en zandsuppletie voor de kust.
Een opvallend advies van de commissie is om het waterpeil van het noordelijk IJsselmeer te verhogen met 1,5 meter. Dit is een ingrijpende maatregel die veel geld zal kosten omdat dijken, kades, bruggen en sluizen langs de IJssel en het IJsselmeer moeten worden aangepast.
Deze verhoging zou nodig zijn om het IJsselmeerwater te kunnen spuien bij een hogere zeespiegel. De Delta-commissie meent dat rekening moet worden gehouden met een zeespiegelstijging van 65 tot 130 centimeter in het jaar 2100, en van maar liefst 2 tot 4 meter in het jaar 2200. Dit is erg hoog gegrepen.
Inderdaad, de zeespiegel stijgt, de trend is evident. Maar het betreft een stijging van ‘slechts’ 15 tot 20 cm per eeuw. De afgelopen 100 jaar was de stijging dus aanmerkelijk langzamer dan wat de commissie-Veerman voorspelt voor de komende eeuw.
Het recente, vierde rapport van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) in 2007 bevat voorspellingen over de snelheid van de zeespiegelstijging voor de komende 100 jaar. Het IPCC is een gerenommeerd wetenschappelijk panel dat in 2007 de Nobelprijs won voor zijn klimaatonderzoek. De Deltacommissie beweert dan ook dat hun cijfers berusten op de IPCC voorspellingen. Maar is dat ook zo?
Het IPCC heeft zes verschillende klimaatscenario’s gehanteerd in zijn berekeningen. In de meest extreme variant van deze scenario’s wordt een zeespiegelstijging van 42 cm in het jaar 2100 verwacht (met een 95 procent betrouwbaarheidsinterval van 26-59 cm). Dus zelfs het meest extreme scenario van het IPCC voorspelt als allerhoogste waarde een maximale stijging van 59 cm.
Goed, uiteraard moet de bodemdaling van Nederland ook beschouwd worden; ca. 10 cm/eeuw. Dit voegen we toe aan de te verwachten zeespiegelstijging. En laten we nog een veiligheidsmarge inbouwen van 15 cm/eeuw, bijvoorbeeld als het ijs op Groenland onverhoopt sneller smelt dan zelfs in het meest extreme IPCC-scenario verwacht wordt. Dus, uitgaande van dit meest extreme IPCC-scenario plus onze extra toevoegingen komen we uit op een te verwachten stijging van 52 cm in het jaar 2100, met een onzekerheidsmarge van 36 tot 84 cm.
Waarop berust dan die voorspelling van 130 cm van de Nederlandse Delta-commissie? Het lijkt nog het meest op educated guesswork, zoals wordt uitgelegd in de appendix van het rapport. De commissie onderscheidt verschillende factoren die bijdragen aan de zeespiegelstijging, zoals uitzetting van zeewater door opwarming en afsmelting van de gletsjers op Groenland en Antarctica. Bij elk van deze factoren schat de commissie 10 of 15 cm meer stijging dan het IPCC. Gewoon, als veilige marge, verkregen uit interviews met verschillende experts. En inderdaad, als je een stuk of 6-7 factoren onderscheidt, die je elk voor de vuist weg ophoogt met ca. 10 cm extra, dan kom je al snel uit op een totale zeespiegelstijging van 130 cm. Ja, zo kan ik het ook.
Waarom wijkt de voorspelling van de commissie zo sterk af van die van het IPCC? Waarom zo’n overdreven voorspelling? Wil de commissie Nederland uitroepen tot het beste jongetje in de klas? Wil men ons bang maken voor het wassende water? Probeert men onderhandelingsruimte te creëren voor het politieke spel? Welke belangen spelen een rol?
De samenstelling van de commissie is opvallend. De commissie bestaat niet uit gerenommeerde klimatologen, oceanografen of aardwetenschappers die met hun expertise weten hoe je klimaatscenario’s dient te interpreteren. Wel is er inbreng vanuit andere hoeken van de samenleving. Verschillende leden zijn betrokken bij de economische ontwikkelingen in Nederland, bij grootschalige baggerwerkzaamheden, of bij coastal engineering. En, heel opvallend, een groot deel van de commissieleden heeft een landbouwachtergrond. De landbouw heeft grote behoefte aan irrigatiewater in de zomer. En dit water kan onttrokken worden uit het verhoogde IJsselmeer.
Jef Huisman is hoogleraar Aquatische Microbiologie aan de Universiteit van Amsterdam.
