Slechte samenwerking ziekenhuizen al jaren bekend

IJsselmeerziekenhuis in Lelystad.
Door onze redacteur Frits Baltesen

De fusie tussen de ziekenhuizen van Lelystad en Emmeloord heeft vanaf het begin voor problemen gezorgd. Tal van ingrepen hebben niet geholpen. „Opsplitsen alsjeblieft!”

Rotterdam, 24 sept. Wéér rommelt het bij IJsselmeerziekenhuizen. Vorige week eiste de Inspectie voor de Gezondheidszorg sluiting van alle operatiekamers, omdat de lucht niet steriel was. Kort daarna werd per direct bestuursvoorzitter Gersji Rodrigues Pereira op non-actief gesteld: hij wist vele maanden van het defect in de operatiekamers, maar had de raad van toezicht nooit ingelicht.

„Wéér?”, roept voorzitter Harry Borghouts van de raad van toezicht van IJsselmeerziekenhuizen, met vestigingen in Emmeloord en Lelystad. „Helemaal niet wéér! Het draaide juist goed. Met marginale winst, maar goed.” Een opvallende mening: zijn ziekenhuis werd deze zomer onverwachts geconfronteerd met een verlies van 7 miljoen euro en patiënten uit Noordoostpolder kiezen steeds vaker voor een ander ziekenhuis. In juli werd IJsselmeerziekenhuizen door het AD uitgeroepen tot de op een na slechtste kliniek in Nederland; deze maand eindigde het in weekblad Elsevier op de laatste plaats.

„Toch is het hier geen rommeltje”, vindt Borghouts, in het dagelijks leven commissaris van de koningin van Noord-Holland. „Toen ik in 2002 toezichthouder werd, tóen ging het aan alle kanten mis. Het was alle hens aan dek.” Voormalig generaal-majoor Jan Willem Brinkman werd er voor 48.000 euro per maand interimbestuurder en twee jaar later werd Pereira benoemd. Hoewel intussen Pereira’s medebestuurder opstapte, was er vanaf die periode een „opgaande lijn”, stelt Borghouts.

In 2006 concludeerde een van de vele interimmanagers en onderzoekscommissies dat er „nog veel moest gebeuren om de stabiliteit te garanderen”. Eerste aanbeveling: nauwe samenwerking zoeken met partners. Daarvan is weinig terechtgekomen. Terwijl de situatie van vier jaar geleden vergelijkbaar is met die van nu: het ziekenhuis was net een jaar onder toezicht geweest van de Inspectie voor de Gezondheidszorg en zat financieel aan de grond. Ook toen bleven de investeringen achter en was de samenwerking tussen Lelystad en Emmeloord slecht, staat in Strategische Toekomstverkenning IJsselmeerziekenhuizen.

„Borghouts heeft een bord voor zijn kop”, zegt Annemarie Simonis, voormalig hoofd van de kinderafdeling van de dependance in Emmeloord. „Het is al vijftien jaar haat en nijd tussen Emmeloord en Lelystad. Borghouts en de raad van toezicht hebben nooit ingegrepen. Het interesseerde hem geen barst. Je kon hem schrijven of bellen: hij gaf geen antwoord.”

In de ogen van de medici in Emmeloord was Lelystad een slechter ziekenhuis. De twee ziekenhuizen waren in 1990 gefuseerd tot IJsselmeerziekenhuizen. Lelystad wilde groeien, maar omdat dit niet lukte, probeerde Lelystad enkele afdelingen van Emmeloord over te hevelen. Dat stuitte op verzet van specialisten, verpleegkundigen, patiënten, huisartsen en politici.

Brinkman leidde het ziekenhuis met harde hand. Toen Simonis met vakantie was, doekte de ex-generaal haar afdeling kindergeneeskunde in Emmeloord op om die naar Lelystad te verplaatsen. Kort erna werd ze ontslagen, omdat ze een brief van de directie publiceerde waarin artsen werd opgedragen patiënten die niet konden worden behandeld in Emmeloord door te verwijzen naar Lelystad. „Ik vond dat patiënten zelf moesten kiezen naar welk ziekenhuis ze gingen”, zegt Simonis.

„Lelystad wilde de baas spelen, hoewel Emmeloord kwalitatief beter was”, vindt Simonis. Volgens haar moeten artsen luisteren naar patiënten. Dat was vaak niet zo in Lelystad. „Daar moest je de specialist gerieven. Generaal Brinkman ging over lijken. Letterlijk. Tijdens een reorganisatiegesprek stierf een arts na een hartstilstand.”

Huisarts Cees Dekker in Urk is geïrriteerd over de voortdurende ruzies in IJsselmeerziekenhuizen. „De artsen en verpleegkundigen zijn er best goed. Het is een managementprobleem.” Hij zag het bestuur veel artsen „wegtreiteren”. Zo vertrokken alle drie de dermatologen boos uit Emmeloord, om een kilometer verderop een bloeiende praktijk te starten. De vestiging in Emmeloord is zo uitgehold, dat de helft van het gebouw leeg staat. Concurrent Antonius Ziekenhuis uit Sneek wil daar zo snel mogelijk een filiaal openen om in dit gat in de markt te springen.

Huisarts Dekker noemt het een vicieuze cirkel. Door teruglopend patiëntenbezoek en zwak management ontstaan financiële tekorten. Daardoor kunnen noodzakelijke investeringen, zoals steriele luchttoevoer voor operatiekamers, niet worden betaald. Door sluiting van die OK’s komt het ziekenhuis nog verder in geldproblemen, omdat het honderden patiënten misloopt, terwijl de salarissen van specialisten moeten worden doorbetaald.

„Opsplitsen alsjeblieft!”, meent Dekker. Laat de vestiging in Lelystad fuseren met het Flevoziekenhuis in Almere. Het Antonius Ziekenhuis in Sneek wil Emmeloord wel overnemen. „Voor IJsselmeerziekenhuizen is geen enkele toekomst”, zegt Dekker. „Ik vind helemaal niet dat dit ziekenhuis is verbeterd de laatste jaren. De raad van toezicht heeft gefaald en dient net als het bestuur op te stappen.”

Borghouts en de maandag aangestelde interimbestuurder Norbert Hoefsmit presenteren eind oktober een oplossing. Borghouts sluit niets uit. „Opsplitsing is mogelijk.” Om het verlies niet verder op te laten lopen, is al bij vijftig tijdelijke medewerkers het contract opgezegd. Borghouts: „Ik weet niet of we het redden.”

Gepubliceerd in:
achtergrond