Onderwijsbobo die zelf de tegenspraak organiseert

Sjoerd Slagter heeft als voorzitter van de VO-raad „een heidense klus”, zegt schoolbestuurder Rijk. „Elke dag nieuwe konijnen uit de hoed.”
Door onze redacteur Derk Walters

Leraren in het voortgezet onderwijs voeren nu acties tegen de werkdruk. Zij ageren tegen bestuurders als Sjoerd Slagter van de VO-raad. „Hij heeft het niet goed aangepakt”, zegt de vakbond.

Rotterdam, 27 okt. Vier broers en een aantal vrienden maakten in 1971 een plan om op de brommer naar Frankrijk te gaan. Sjoerd Slagter, de oudste van de broers, had die zomer niets te doen. Hoewel hij een paar jaar ouder was dan de rest, besloot hij een brommer te kopen en met zijn vier broers mee te gaan. Hij beheerde al snel de gezamenlijke pot. En iedereen noemde hem de „grote leider”, herinnert zijn broer Martin zich. „Maar niet op een autoritaire manier. Het was vrij vanzelfsprekend. Ze vonden hem gewoon aardig.”

Vanaf vandaag moet Sjoerd Slagter (61) als voorzitter van de vereniging van schoolbesturen in het voortgezet onderwijs, de VO-raad, toezien hoe de leraren in zijn sector staken voor een nieuwe cao. Dat is het zoveelste rumoer sinds hij twee jaar geleden de eerste voorzitter werd van de VO-raad. Er is in de tussentijd een parlementair onderzoek naar de onderwijsvernieuwingen gehouden, er worden maatschappelijke stages ingevoerd, de schoolboeken worden gratis, scholieren staakten massaal tegen de norm van 1.040 lesuren en er werd uitgebreid gesproken over de lerarensalarissen. Dan zijn de twijfels over het onderwijsniveau nog niet genoemd.

Over al die zaken wordt veelvuldig en hevig gedebatteerd. In de publieke opinie komt de VO-raad er meestal niet zo gunstig van af. Vooral columniste Aleid Truijens van de Volkskrant – die Sjoerd Slagter al zeven keer noemde in haar column – en de vereniging Beter Onderwijs Nederland (BON) hebben zich ontpopt als scherpe critici. Niet alleen van de VO-raad, ook van Slagter persoonlijk.

Volgens Truijens is hij een propagandist van het nieuwe leren en moeten leraren worden beschermd tegen „onderwijsbobo’s als Sjoerd Slagter”. De Bonners, zoals ze zich noemen, laten op hun website vaak geen spaan heel van Slagter. Hij is voor hen de verpersoonlijking van alles wat er mis is met het onderwijs, bijvoorbeeld het ‘virus’ van het nieuwe leren en de ‘zelfverrijking’ van managers.

Kritiek was er ook vanuit de Tweede Kamer, bijvoorbeeld toen staatssecretaris Van Bijsterveldt (Onderwijs, CDA) een jaar geleden exclusief met de VO-raad onderhandelde over een Kwaliteitsagenda voortgezet onderwijs. Volgens een aantal partijen werden andere organisaties, zoals de vakbonden, hiermee buitengesloten. Toen Slagter vervolgens in die Kwaliteitsagenda een lichte versoepeling van de gehate lesurennorm met Van Bijsterveldt had afgesproken, was het heibel bij zijn eigen achterban. De versoepeling ging volgens veel scholen niet ver genoeg.

Zo zijn er meer momenten geweest waarop Slagter en zijn VO-raad de kritiek over zich afriepen. Het pikantste voorbeeld was de aankondiging van een nieuwe ‘beloningsleidraad’ voor schoolbestuurders, in mei van dit jaar. De Algemene Onderwijsbond (AOb) berekende gauw dat deze leidraad voor sommige bestuurders een loonsverhoging van 37 procent zou betekenen, in een tijd waarin minister Plasterk geld sprokkelt voor verhoging van de lerarensalarissen. Zowel de Tweede Kamer als staatssecretaris Van Bijsterveldt keerde zich tegen de loonsverhoging.

Het is een „heidense klus” om de VO-raad te leiden, zegt voorzitter Romain Rijk van het college van bestuur van de Stichting Carmelcollege. „De leden van de VO-raad zijn zó divers. Je hebt grote en kleine schoolbesturen, met verschillende visies en denominaties. En dat in een sector waarin bijna elke dag wel nieuwe konijnen uit de hoed komen. Sjoerd moet vaak om zeven uur ’s ochtends al reageren op het nieuws. Dan is het niet gek dat hij ook weleens wat ondoordachts zegt. De VO-raad zit in een lastig, pijnlijk leerproces.”

Waaruit bestaat de VO-raad eigenlijk precies? De raad is een vereniging met schoolbesturen als leden. De raad heeft een bestuur, geleid door Slagter. En er is een bureau, in Utrecht, met 39 medewerkers, geleid door directeur Wilma van Velden. Die bureaumedewerkers werken op een van de afdelingen ‘communicatie’, ‘beleid’ of ‘secretariaat en administratie’.

De VO-raad noemt zichzelf de ‘sectororganisatie voor het voortgezet onderwijs’. Dat klopt niet, zegt voorzitter Walter Dresscher van de AOb. „Het zou betekenen dat ze ook leraren, leerlingen en ouders vertegenwoordigen. Dat doen ze niet. De VO-raad behartigt de belangen van schoolbesturen. De term ‘sectororganisatie’ zaait dus verwarring.”

In de beeldvorming worden schoolleiders en schoolbestuurders vaak over één kam geschoren. Dan heten ze ‘managers’ en deugen ze niet. Maar er is een verschil tussen de twee groepen. Een schoolleider staat aan het hoofd van een individuele school. Zo’n school valt vaak, samen met andere scholen, onder één bestuur. Het bestuur is het ‘bevoegd gezag’, de instantie waar het geld van de overheid naartoe gaat. De schoolleiders zijn dus afhankelijk van de beslissingen van hun bestuur.

Het echte probleem, zegt bestuurslid Presley Bergen van BON, zit bij de besturen. „Zij hebben de rol van het ministerie van Onderwijs overgenomen. Ze zijn volledig autonoom, mogen zelf weten wat ze met hun geld doen. Ze hebben een bedrijfsbelang, geen onderwijsbelang.”

Het „ergste van allemaal”, zegt Bergen, is dat de schoolbesturen „leerstijlen opdringen”, zij het vaak niet rechtstreeks. „Leraren mogen vaak niet meer zelf bepalen hoe ze lesgeven. Dat is alsof het ziekenhuisbestuur een chirurg vertelt hoe hij moet opereren.” Volgens Bergen speelt ook Sjoerd Slagter hier een merkwaardige rol. De baas van de VO-raad heeft in het boek Van wie is het onderwijs?, vorig jaar verschenen onder redactie van Pieter Hettema en Leo Lenssen, gezegd dat leerlingen zelf hun kennis construeren en dat leraren „makelaars” zijn voor het „reservoir aan kennisopties”. Het „nieuwe leren” dus, zegt Bergen.

Sinds de commissie-Dijsselbloem leek de discussie over didactiek beslecht. Niet de overheid, maar de scholen mogen bepalen hoe ze lesgeven. Maar wie zijn ‘de scholen’? Volgens Slagter blijkt hieruit dat het de scholen zijn die heel goed hun eigen beleid kunnen maken. Onzin, zegt Bergen. „Dijsselbloem toont juist aan dat de zeggenschap terug moet naar de leraren.”

(Oud-)schoolbestuurders noemen het „onzin” dat zij de didactiek bepalen. Rob Kraakman, net weg als voorzitter van Ons Middelbaar Onderwijs (OMO), met 45 scholen het grootste schoolbestuur van Nederland: „Binnen OMO bepaalt elke school zelf hoe er wordt lesgegeven. We hebben vernieuwende scholen, maar ook een categoraal gymnasium.”

Dat Slagter zelf het evangelie van het nieuwe leren zou verkondigen, herkent Kraakman „totaal niet”. „Het is wel zo dat hij innovatie de ruimte wil geven en wil beschermen tegen ongefundeerde aanvallen van politiek en media. Maar hij legt geen vernieuwingen op. Hij is zelf eerder van de traditionele benadering.” Daarbij, zegt Kraakman, heeft de VO-raad „helemaal niets met didactiek te maken”.

Zo zijn er meer kritiekpunten die de bestuurders met kracht willen weerleggen. Managers die zichzelf verrijken? Romain Rijk: „Het is je reinste flauwekul dat onze salarissen met 37 procent zouden stijgen. Ik zit zelf in schaal 18, ik verdien 110.000 euro bruto. In de nieuwe situatie, die nog niet eens geldt, zouden we niet meer onder de cao vallen. In ruil voor bijvoorbeeld vakantiedagen zouden we iets meer gaan verdienen.” Dan is het nog altijd aan de raad van toezicht om daarover te beslissen, zegt Rijk. „Maar het is bijna onmogelijk om het beeld dat eenmaal is ontstaan, te weerspreken.”

Het ontstane beeld weerspreken, dat is zo ongeveer de dagtaak van Sjoerd Slagter (Bussum, 1947). Hij kan alvast één argument aandragen tegen het verwijt dat hij alleen aan managers zou denken – hij komt uit een onderwijsgezin zoals ze je ze niet vaak meer tegenkomt. Vader en moeder stonden voor de klas, en alle zes de broers Slagter ook, drie van hen nog steeds. Het was een protestants-christelijk, niet al te streng gezin.

Toen Sjoerd Slagter acht was, overleed zijn moeder. De broers kregen daardoor een hechte band, vertelt Martin Slagter, met Sjoerd als oudste aan de leiding. „We hebben nog met z’n vijven in het derde elftal van v.v. Bussum gevoetbald. Ook toen we al studeerden, kwamen we elk weekend naar Bussum. Ze noemden ons team de Slagters. Sjoerd was trouwens een verdienstelijke rechtsback.” Vader Slagter hertrouwde en uit dat huwelijk werd broer nummer zes geboren.

Sjoerd Slagter studeerde eerst biologie, in Utrecht, waar hij volgens broer Martin de roerige jaren zestig overwegend aan zich liet voorbijgaan. Al tijdens zijn studie trouwde hij, stichtte een gezin en werd leraar biologie. Martin Slagter: „Er was een lerarentekort. Ze boden hem een baan aan. Waarom niet, dacht hij.” Toen Sjoerd Slagter in de dertig was, ging hij samen met Martin filosofie studeren en later doceren. De broers schreven in 1995 de nog steeds gebruikte lesmethode Leren filosoferen.

Tijdens zijn leraarschap begeleidde Sjoerd Slagter andere leraren, via pedagogisch studiecentrum CPS, waar hij later nog terechtkwam als onderwijskundige. Na een tijdje nam hij ook het conrectorschap waar op zijn school. De bestuurlijke weg omhoog zette Slagter pas in de jaren negentig in. Hij werd in 1997 regiodirecteur in het mbo, bij ROC ASA in Amersfoort. In 2001 stapte hij over naar de Stichting Scholengroep Christelijk Onderwijs in Kampen, waar hij bestuursvoorzitter werd.

Voorzitter van het college van bestuur van ROC ASA was Leo Lenssen, nu lector maatschappelijk ondernemerschap op hogeschool InHolland. Hij heeft, zegt hij, veel van zijn directeuren naar topposities in het onderwijs zien vertrekken. „In die zin verbaast het me niet dat ook Sjoerd ergens bestuursvoorzitter kon worden. Kennelijk komt de in het mbo opgedane ervaring goed van pas.” Bij Lenssen volgde Slagter de zogeheten boardroom class voor schoolbestuurders, waar hij leerde over „governance, leiderschap en innovatie”. Lenssen: „Ik heb hem wel opgeleid, ja. Hij belt me ook nog weleens voor advies.”

Slagter is „een typische CDA-bestuurder”, zeggen mensen in zijn omgeving. Hardwerkend, integer, sober. Zachtaardig ook, soms een beetje té. Onderwijsadviseur Pim Pollen van CBE Consultants, die Slagter leerde kennen als schoolbestuurder: „In het voortgezet onderwijs wordt veel gepraat en gepolderd. Sjoerd mag daar af en toe wat steviger tegen optreden.”

Diverse mensen noemen Slagters oog voor andere belangen. Hij betrok als schoolbestuurder de ouders actief bij het onderwijs, zegt Pollen. „Twee keer per jaar hield hij een uitvoerige sessie met hen op school.” Ook nu organiseert Slagter „tegenspraak”, zegt schoolbestuurder Romain Rijk, onder meer door een interne ledenraad de vrije hand te geven om kritische feedback te ventileren. Bovendien beschikt de VO-raad sinds kort over een maatschappelijke raad, met leden als Alexander Rinnooy Kan en Agnes Jongerius. Zij moeten de schoolbestuurders adviseren over wat Slagter zijn „grootste ambitie” noemt, de verbinding leggen tussen scholen en de maatschappij.

Op dit moment is het vooral het cao-conflict waarmee Slagter te maken heeft. Dat onderwerp heeft hij „niet goed aangepakt”, zegt Walter Dresscher. Op 12 september sloot de VO-raad een voorlopig akkoord met de diverse onderwijsbonden. Een belangrijke afspraak was dat de werkdruk voor leraren zou worden verlaagd. Toen de bonden dat ook van toepassing verklaarden op leraren die in deeltijd werken, keerden vrijwel alle schoolbesturen van Nederland zich tegen het voorlopige akkoord. Er kwam een kort geding, aangespannen door de bonden. Maar ze verloren. In het akkoord staat nergens dat de afspraak over werkdrukverlaging ook voor deeltijders geldt, oordeelde de rechter.

Beide partijen wijten de controverse aan de ander. Over de cao wordt voorlopig niet onderhandeld. Eerst acties. De werkgevers in het voortgezet onderwijs moeten orde op zaken stellen, vindt Dresscher. „Het is niet mijn eerste keus, maar anders gaan we maar weer met individuele schoolbesturen onderhandelen, net als vroeger. De bal ligt bij hen. De VO-raad heeft geen alleenrecht op de onderhandelingen.” Slagter noemt de staking „onrechtmatig”, omdat de rechter de VO-raad gelijk heeft gegeven. „Het zijn juist de bonden, de verliezers van het kort geding, die aan zet zijn.”

Leraar biologie

1947 Geboren op 25 juni in Bussum

1965 Studie biologie, later ook filosofie, in Utrecht

1975-1993 Docent biologie en filosofie, later ook conrector

1993-1997 Onderwijskundige bij CPS in Amersfoort

1995 Auteur van de filosofiemethode Leren filosoferen, samen met broer Martin

1997-2001 Regiodirecteur bij ROC ASA in Amersfoort

2001-2006 Voorzitter van het college van bestuur van de Stichting Scholengroep Christelijk Onderwijs in Zwolle/Kampen/Dronten

2006 Voorzitter VO-raad

2006 Lid algemeen bestuur ICP en ESHA (internationale en Europese organisaties voor schoolleiders)

Sjoerd Slagter is gescheiden en heeft een zoon en dochter.

Gepubliceerd in:
achtergrond
Lerarensalaris