President Davids neemt afscheid van overvoerde Hoge Raad

Willibrord Davids
Door onze redacteur Folkert Jensma

President Davids neemt afscheid van een overvoerde Hoge Raad. Zijn opvolger moet ’s lands hoogste rechtscollege terugvoeren naar kerntaken. Van ‘confectie’ naar ‘couture’. [Dit artikel verscheen op 31 oktober 2008 in NRC Handelsblad]

Den Haag, 31 okt. Willibrord Davids (70) is de laatste president van de Hoge Raad ‘oude stijl’. Althans daar ziet het naar uit. Morgen geeft hij de hamer aan collega-raadsheer Geert Corstens (62).

Davids was ruim 22 jaar lid van het hoogste rechtscollege, waarvan de laatste vierenhalf als president. „We staan op een kruispunt”, vat Davids de erfenis diplomatiek samen. Want zo kan het niet langer. Het is voor hem volkomen duidelijk dat aan selectie van zaken niet valt te ontkomen. De Hoge Raad der Nederlanden raakt anders bedolven. Aan de kerntaak – de grenzen van het recht markeren – komt men te weinig toe. Het wordt straks de kunst om minder zaken te doen, maar wel belangrijker. Van duizenden arresten per jaar terug naar een paar honderd.

Davids erkent: „Het water staat ons aan de lippen.” Alle presidenten die hij meemaakte, trachtten die vloed al te keren. Met automatisering, meer ondersteuning, een wetenschappelijk bureau met jonge juristen, minder ‘apodictische’ arresten, voorlichting met persraadsheren. De werklast bleef groeien. Davids: „Dat vloeide ook voort uit de ethiek van de Hoge Raad. We doen wat er in de wet staat. Wij hebben zo lang mogelijk gezegd: laten we de mensen geven waar ze om vragen.” Dat leidde tot vierduizend strafzaken per jaar, waarvan de helft opzij werd gelegd omdat de klacht niet was gemotiveerd. De rest werd behandeld. Ook kansloze of heel kleine zaken. Of zaken met heel kleine foutjes.

„De tijd is nu rijp”, zegt hij. Men wil van confectie naar couture. Zijn opvolger treft een rapport aan waar intern consensus over is. Voorgesteld wordt een selectiekamer die al ‘aan de poort’ zaken weigert. De Hoge Raad zou ook vaker op eigen initiatief uitspraken moeten vernietigen: de ‘cassatie in het belang der wet’. „Bijvoorbeeld omdat een vraag maar niet wordt opgelost. Of omdat gerechtshoven tegenstrijdig oordelen.” Davids maakte dat in 22 jaar misschien tien keer mee. Het zou makkelijk een „paar keer per jaar” kunnen.

De negentien rechtbanken zouden de Hoge Raad ook ‘prejudiciële vragen’ mogen stellen. Dus rechtsvragen helpen beantwoorden vóórdat vonnis is gewezen. Zo kan de hoogste rechter vroeg bijsturen. Dat is vooral praktisch als er een golf dezelfde zaken door de gerechten slaat, zoals de Dexia- of aandelenleasekwesties. Cassaties kunnen zo worden voorkomen.

Krijgt zijn opvolger meer ruimte voor rechtspolitiek? „Dat zou kunnen. De wet moet wel eerst veranderd worden. Er ligt een mooie en moeilijke taak: een systeem ontwikkelen waar lijn in zit. Dat niet afhankelijk is van de mensen die zo’n klus een tijdje doen. Wat hou je tegen en op welke gronden? Daar moeten normen voor komen. De deur moet ook niet gesloten zijn. Als er eens een advocaat komt die de gevestigde rechtspraak over, ik noem maar wat, aansprakelijkheid voor bodemverontreiniging aan de orde wil stellen, dat we dan niet zeggen dat we daar al een ‘vaste lijn’ hebben.”

Hoe rijmt Davids het plan om minder zaken te behandelen met de roep om meer rechtsbescherming? In de vorm van nóg een rechtsgang, namelijk herziening? De Hoge Raad heeft als cassatierechter in bijvoorbeeld de Schiedammer parkmoord de justitiële dwaling niet voorkomen. Dat moet bij de raadsheren toch zijn ingeslagen als een bom? Davids glimlacht: „Geen dag in het strafrecht zonder de Schiedammer parkmoord. Dat is wel zo, ja.” Maar de Hoge Raad mag zich in cassatiezaken niet met de feiten bezighouden. Alleen met rechtsvragen: is de wet goed toegepast, is het vonnis gemotiveerd, is het oordeel begrijpelijk. Bij de dwalingen wrong het juist bij de feiten.

Is de Hoge Raad daar machteloos? „Als je toch de indruk hebt dat er iets niet goed zit, kun je kijken of er een ‘motiveringsgebrek’ is. Is de redenering consistent, is er wel goed geciteerd uit het dossier, is het wel begrijpelijk? Zo niet, dan heb je wat. Maar dan moet daar wel over zijn geklaagd, natuurlijk. Anders kun je nog niks.”

Deze vrij afstandelijke behandeling wordt wel de ‘cassatiebril’ genoemd. Volgens Davids kun je daarmee alleen ‘ver zien’, niet dichtbij. „Je kunt er niet mee lezen. Getuigen, bekentenissen, rapporten – dat moet worden beoordeeld door rechters die er boven op zitten. Wij moeten verder kijken, leiding geven. We zijn geen ‘meewerkend voorman’.”

De bijdrage van de Hoge Raad zit dan ook in het aanscherpen van de eisen, bijvoorbeeld aan motiveringen van lagere rechters. Als de ene deskundige de andere tegenspreekt, moet deze worden gedwongen goed uit te leggen waarom hij overtuigd is door de één en niet door de ander. En als dat is gebeurd, is het juridisch rond.

Ook als een zaak op feitelijke gronden achteraf instort? „Tsja, wij zitten met gebonden handen”, zegt Davids. Op foute feitelijke gronden, maar geheel volgens het recht de verkeerde veroordelen – dat is denkbaar, zegt de president. Na ‘Schiedam’ kijkt de rechtspraak collectief wel anders tegen bekentenissen aan, denkt hij.

Als veiligheidsklep dient de herziening. In herzieningszaken wordt wél opnieuw naar de feiten gekeken. Die rechtsgang wordt toegankelijker, met naast de advocaat van een veroordeelde ook de procureur-generaal bij de Hoge Raad in een sleutelrol. Moet herziening niet door buitenstaanders gebeuren? Davids vindt dat een principiële zaak, van onafhankelijke rechters. „Dat is een hoeksteen van onze democratie.” Een ‘commissie van buiten’ die rechters controleert, keurt hij scherp af. Dat de ‘slager dan z’n eigen vlees keurt’ noemt hij onzin. „Ik zou het erg vinden als mijn slager dat niet zelf deed.”

Lekenjury’s en buitenstaanders passen hier niet. In Nederland zijn drie instanties van professionele rechters: rechtbank, hof en Hoge Raad. In Engeland en Wales is maar één instantie, met een lekenjury. Geen hoger beroep. „Kennelijk zijn daar erg veel twijfels over de uitkomst van juryrechtspraak.”

Gepubliceerd in:
achtergrond