Van design via netwerk tot product

Christine de Baan
Door onze redacteur Tracy Metz

Dutch Desgin is al bekend in de hele wereld. Een initiatief van drie ministeries moet met 3 miljoen euro per jaar die bekendheid vergroten door de krachten te bundelen.

Den Haag, 16 dec. Nederland gaat de komende vier jaar 12 miljoen euro besteden aan het duurzaam versterken in het buitenland van ‘Dutch Design, Fashion and Architecture’: DutchDFA. Vanmiddag presenteren drie bewindslieden het programma, dat zich in eerste instantie zal richten op China, India en Duitsland. Programmamanager Christine de Baan: „Dutch design is een merk geworden. Steeds meer Nederlandse ontwerpers en organisaties zijn actief in het buitenland. Door de krachten te bundelen kunnen we de creatieve sector en de economie versterken en de weg openen voor een nieuwe generatie designers.”

Het jaarbudget van 3 miljoen euro is afkomstig van Buitenlandse Zaken, OCW en Economische Zaken. Daarnaast dragen twee sectorinstituten (het Nederlands Architectuurinstituut en Premsela), vier beroepsverenigingen (BNO, BNA, BNI, MODINT) en het Atelier Rijksbouwmeester bij. Ook Amsterdam, Arnhem, Den Haag, Eindhoven, Rotterdam en Utrecht zijn bij DutchDFA betrokken.

Er is niet gekozen voor een instituut of een stichting, maar voor een tijdelijke samenwerking van publieke en private sectoren voor de periode 2009 tot en met 2012. Het toezicht is in handen van een ‘regiegroep’ waarin de initiatiefnemers zitting hebben, onder voorzitterschap van de Rotterdamse oud-wethouder en UWV-voorzitter Joop Linthorst.

Zie het als een intensivering en stroomversnelling van bestaand beleid, geholpen door extra geld”, zegt De Baan, die eerder verbonden was aan onder andere de Internationale Architectuur Biënnale van Rotterdam, het FondsBKVB, de Rotterdamse Kunststichting en de Prix de Rome.

Nog afgezien van DDFA besteedt Nederland jaarlijks 14,3 miljoen aan internationaal cultuurbeleid. Buiten het DDFA-programma om ondersteunen OCW en EZ de komende twee jaar het programma MusicXport.nl, dat de Nederlandse muzieksector zal ondersteunen bij het internationaal denken en werken. Gesubsidieerde instellingen investeren nog eens 17 miljoen in buitenlandse activiteiten. Als dat in een samenhangende strategie gebeurt, krijgt het meer impact, zo is de gedachte achter DutchDFA.

Het programma richt zich in eerste instantie op China en India. „Dit zijn grote nieuwe economieën die worstelen met globalisering en duurzaamheid. De markt is er groot maar de drempels zijn hoog. Daarnaast wilden we ten minste één Europees land dat fysiek én gevoelsmatig dichtbij is. Duitsland is een belangrijke markt voor Nederland, en letterlijk dichtbij, maar met een hoge drempel door de regelgeving.” Al eerder had Nederland besloten financieel bij te dragen aan Ruhr 2010, wanneer het Roergebied cultureel hoofdstad van Europa is. Mogelijk komen in een latere fase van het vierjarige programma landen als Brazilië, Rusland, Turkije en de Golfstaten aan de orde.

Hoewel het programma voor vier jaar is opgezet, legt De Baan de nadruk op de lange termijn: continuïteit, opbouwen van een netwerk en van vertrouwen, minder incidenten en meer structurele samenwerking met lokale partners. Ze spreekt daarom ook niet van Nederland-promotie: „Onze activiteiten zullen passen in een meerjarige strategie voor een regio.” De regiegroep van DutchDFA gaat zelf actief bureaus en bedrijven benaderen om deel te nemen aan projecten. Soms zal dat zijn in de vorm van een gerichte uitnodiging, soms door een open inschrijving. Volgens De Baan moeten de projecten „onderscheidend en ondernemend” zijn. „Maar ook onderzoekend: er moet voor zowel de Nederlandse als de buitenlandse partner nieuwe kennis uit voortkomen. Dan zijn er de drie M’s: multidisciplinair, meerjarig en matching, dat wil zeggen dat er met lokale partners wordt gewerkt in aansluiting op lokale vraag.”

Christine de Baan ziet het als een drietrapsraket: van idee, naar netwerk, naar onderneming. „Eerst moeten we internationaal de aandacht vestigen op het onderscheidende van Nederlands design – conceptueel, innovatief, individualistisch en pragmatisch – en de waarde daarvan voor de mondiale maatschappelijke agenda. Vervolgens moeten we duurzame netwerken van samenwerking en kennisuitwisseling opbouwen.”

Zo hebben diverse technische universiteiten in China al uitwisseling met instellingen in Nederland als de Willem de Kooning Academie, TU Delft en het Berlage Institute. Het NAi, de TU Delft en architectenbureau OMA van Rem Koolhaas waren afgelopen week vertegenwoordigd op de Hong Kong Business of Design Week, die vanaf 2009 onderdeel van het DDFA-programma zal zijn. Op de Wereldexpo Shanghai in 2010 komt een gezamenlijke presentatie van Nederlands design, mode en architectuur, en DDFA neemt de programmering voor zijn rekening van het paviljoen dat UN Studio op Rockefeller Plaza gaat bouwen ter gelegenheid van het Henry Hudson Jaar volgend jaar.

„De derde trap is een gedurfde, ondernemende aanpak. China wil bijvoorbeeld de komende twee jaar 75 creatieve centra in de belangrijkste steden openen, in oude warenhuizen en op industrieterreinen. Dat biedt Nederlandse ontwerpers de mogelijkheid te werken in een Chinese context.”

Het stimuleringsprogramma DutchDFA geeft handen en voeten aan het veelgehoorde maar moeilijk grijpbare begrip ‘de creatieve economie’, zegt De Baan. „De creatieve en innovatieve kracht van Nederlandse design, fashion and architecture versterkt de economische concurrentiepositie van Nederland. Of zoals staatssecretaris Frans Timmermans van Europese Zaken zegt: ‘een land dat cool is, staat sterker’.”

Gerelateerde artikelen:

Gepubliceerd in:
achtergrond