Deze stijltrucs gebruikt Obama zéker
Rotterdam, 20 jan. Meteen na de inauguratie volgt een toespraak. Barack Obama heeft al bewezen inspirerend te kunnen spreken. Ook vandaag zal hem dat weer lukken.
Wanneer Barack Obama na zijn inauguratie het Amerikaanse volk toespreekt, hangt de wereld aan zijn lippen. Wat kunnen we verwachten van de man die met zijn toespraken al miljoenen mensen inspireerde?
De verleiding is groot om te vervallen in clichés die op een breed draagvlak kunnen rekenen, maar die tegelijkertijd weinig weggeven over de koers van de nieuwe regering. Die fout maakte Bill Clinton in 1997; critici verweten hem holle retoriek. Ironisch genoeg zijn het juist de retorische hulpmiddelen die ervoor kunnen zorgen dat Obama’s toespraak inhoud krijgt voor een diverse doelgroep. Wat kunnen we verwachten?
1 De toespeling
Een stijlfiguur die Obama vandaag zeker zal gebruiken, is de allusio. Dat is een toespeling – op een situatie, persoon of tekst – die alleen toehoorders met bepaalde voorkennis zal opvallen.
„I am my brother’s keeper”, sprak Obama tijdens zijn conventiespeech in 2004. Goede verstaanders herkenden hierin een verbastering van Kaïns woorden „am I my brother’s keeper?” uit het bijbelboek Genesis. Obama liet ermee zien dat hij de taal spreekt van christelijk-conservatieve kiezers. Door ook vandaag terloops uit de Bijbel te citeren, kan Obama zijn christelijke identiteit benadrukken – en zo het vertrouwen wekken van een grote groep religieuze Amerikanen.
Obama maakt ook regelmatig toespelingen op Martin Luther King. „Now is the time”, zei hij meerdere malen tijdens zijn conventiespeech in 2008 – net zoals King 45 jaar eerder deed, tijdens zijn beroemde ‘I have a dream’-speech. En aangezien het thema van de inauguratieplechtigheid – ‘A New Birth of Freedom’ – is geïnspireerd op de befaamde Gettysburg Address van Abraham Lincoln, ligt het voor de hand dat Obama tijdens zijn toespraak terloops een uitspraak van de oud-president zal aanhalen. Ook hiermee zal hij subtiel laten blijken door wie hij zich laat inspireren.
2 De omgekeerde herhaling
Niet elke stijlfiguur is zo onopvallend als de allusio. Zo leek Obama aanvankelijk een grote aanhanger van de antimetabool. Daarbij herhaalt de spreker twee (groepen) woorden, maar dan in omgekeerde volgorde. Het beroemdste voorbeeld komt uit de inauguratierede van John F. Kennedy op 20 januari 1961: „Ask not what your country can do for you – ask what you can do for your country.” Nadat Hillary Clinton hem in de voorverkiezingen inhoudsloze retoriek verweet, heeft Obama de stijlfiguur vrijwel nooit meer gebruikt. En met reden: de fraaie stijlfiguur zou voor velen het beeld van inhoudsloze retoriek wel eens kunnen bevestigen.
Bij een inauguratierede ligt dat echter anders: daar verwachten de meeste toehoorders juist enige retorische uitbundigheid. Het zou ons daarom niet verbazen als Obama voor het eerst sinds lange tijd weer een antimetabool introduceert. De stijlfiguur kan hem helpen om zijn boodschap bij het publiek te laten beklijven.
3 De oproep
Het belangrijkste doel van een inauguratierede is vaak het inspireren van het publiek. De nieuwe leiders van Amerika hebben het moment altijd aangegrepen om burgers bij hun presidentschap te betrekken. John F. Kennedy riep Amerikanen op om hun land te dienen, Abraham Lincoln riep op tot onderling respect. De vraag is dan ook niet óf Barack Obama zijn landgenoten ergens toe oproept, maar waartoe precies.
Er is één probleem: in een speech van een klein half uur dreigt zo’n oproep al snel onder te sneeuwen in het overige verbale geweld. Op dat punt kan de stijlfiguur uitkomst bieden. Dankzij het gebruik van de antimetabool herinnert vrijwel iedereen zich bijna een halve eeuw later nog de oproep van Kennedy. Een aantrekkelijk voorbeeld voor Obama.
4 Recht uit het hart
Het zijn niet alleen woorden die de overtuigingskracht van een toespraak bepalen. Let ook eens op het uitgekiende stemgebruik en de subtiele handgebaren waarmee Obama zijn retorische vondsten extra kracht bijzet.
Belangrijke oneliners kondigt hij steevast aan door stijgende intonatie en een gewichtige pauze. Terwijl het publiek voelt dat er een bijzonder statement aankomt, spreekt hij de oneliner dan ook nog eens uit op een hoger volume en in een iets lager tempo.
Wanneer hij wil dat zijn publiek extra oplet, heft hij zijn rechterwijsvinger. Spreekt Obama over iets wat hem nauw aan het hart gaat, dan legt hij zijn hand op zijn borst. Zet hij zich af tegen iets negatiefs, dan houdt hij zijn rechterhand afwijzend opzij – alsof hij het negatieve uitzwaait.
Die perfecte eenheid tussen woord en gebaar vergroot Obama’s authenticiteit als spreker: hij lijkt één met zijn boodschap. Ook dat heeft een belangrijke functie. Maar weinig sprekers zouden hun publiek daadwerkelijk weten te raken als ze Obama’s toespraak in zijn plaats zouden voordragen.
Door zijn toehoorders het gevoel te geven dat zijn woorden recht uit het hart komen, kan Obama vandaag miljoenen of zelfs miljarden mensen inspireren.
