Mumbai is een stad van dromen
Londen. De stemming is opperbest in het Londense Thistle Piccadilly Hotel. Zojuist werd bekend dat de film Slumdog Millionaire is genomineerd voor vier Golden Globes: beste drama, beste regisseur, beste scenario, beste soundtrack. De buzz rond zijn film is heel goed, glundert de Britse regisseur Danny Boyle. Maar liever niet speculeren, dat brengt ongeluk. En zeker niet over Oscars, waarvoor de Golden Globes als graadmeter gelden. „Want als puntje bij paaltje komt, kiezen ze in Los Angeles iemand uit eigen kring”, zegt de Britse regisseur behoedzaam.
Wil hij zich soms in een underdogpositie manoeuvreren? Nou vooruit, de Indiase componist A.R. Rahman maakt zeker een kans met zijn energieke soundtrack, vermoedt Boyle. Muziek is belangrijk in zijn films: denk aan het begin van zijn hitfilm Trainspotting waarin junkies door de straten van Glasgow rennen onder Iggy Pops stampende Lust for Life. Op soortgelijke manier worden kijkers bij Slumdog Millionaire het sloppendoolhof van Mumbai ingesleurd door kinderen die onder de opzwepende muziek van Rahman voor agenten vluchten.
Vandaag maakt Slumdog Millionaire zijn Nederlandse debuut op het Rotterdamse Filmfestival als publiekslieveling. Vorig jaar leek de film nog in stilte weg te kwijnen, toen Boyles Amerikaanse distributeur failliet ging. Maar Fox Searchlight pikte de film op en een half jaar geleden werd hij publieksfavoriet bij het belangrijke filmfestival van Toronto. Op Tweede Kerstdag ging hij in de VS uit in een groot aantal bioscopen en verdiende binnen anderhalve week zijn budget tweemaal terug.
Echt verbaasd is Boyle niet over dat succes. „Slumdog Millionaire is natuurlijk het oude Rocky-verhaal, en dat was ook een element in de verkiezing van Barack Obama tot president. De outsider die het onwaarschijnlijke realiseert door moed, eerlijkheid, volharding en liefde: dat verhaal willen Amerikanen steeds opnieuw horen. En hij slaagt doordat het niet om geld of succes gaat, maar om het meisje. Om liefde. Simpel. Of het cynische Europa zo’n gegeven waardeert, weet ik niet. Het is iets voor jonge samenlevingen, en India is dat, hoe oud de cultuur ook is. Dat vooruitgangsgevoel, dat optimisme, die dynamiek*”
Boyle hoef je zelfs niet op te warmen voor een junket, want daarvoor zijn we in Londen: om met acht journalisten een uur in een hotelkamer te praten met de regisseur en zijn hoofdrolspelers. Zet de kraan maar open.
Hoofdrolspeler is het straatkind Jamal, die het tot kandidaat heeft geschopt in de Indiase versie van de spelshow Who Wants to be a Millionaire. Hij is uitgegroeid tot een volksheld als hij op het punt staat de laatste vraag van 20 miljoen roepies (300.000 euro) te beantwoorden. De vijandige quizmaster, die ooit zelf uit de armoe omhoog klauwde, vertrouwt het niet: hoe kan een half-geletterde ‘chai wallah’ die thee rondbrengt in een callcenter, alle antwoorden weten? Waarschijnlijk bedrog, de politie moet de waarheid maar uit Jamal folteren. En zo geschiedt: na de nodige klappen en elektroden legt Jamal een inspecteur het vraag voor vraag uit: hoe hij weet wie de man op het 100-dollarbiljet is, of de uitvinder van de revolver. En zo flashbackt hij door zijn leven in de krochten van Mumbai en blijkt hoe hij, zijn broer Salim en zijn liefje Latika zichzelf in leven hielden nadat hindoefanatici zijn moeder vermoordden. Een leven van bedelen, sjacheren en stelen.
Slumdog Millionaire heeft iets Dickensiaans, zeker de scènes rondom de school voor bedelaars doen denken aan Oliver Twist. Maar de film biedt geen sociaal commentaar: de armoede en de wreedheid van Mumbai zijn gewoon een achtergrond voor een ouderwets underdogverhaal. Dat is ongewoon voor een westerse regisseur. Draait die een film in een land als India, dan ligt schuldgevoel doorgaans om de hoek. Dan gaat het over uitzichtloze armoede en onrecht, liefst uit het oogpunt van een westerling die zich dat aantrekt. Boyle: „Maar in India alleen wanhoop zien, getuigt van een neerbuigende houding die Indiërs enorm irriteert. Zij zien zichzelf niet als zielepoten.”
Boyle: „Ik wilde zoveel mogelijk Mumbai in mijn film. Hoe voer je de kijkers in twee uur van een gruwelscène waar schurken straatkinderen blind maken met kokend water, naar een dansnummer in Bollywoodstijl, waar het publiek als bij Mamma Mia! van de stoelen mag opstaan om te zingen en klappen? Dat lukt door die ongelofelijke energie van Mumbai, een stad van peilloze afgronden en hoge pieken. Zo ruig en zo romantisch. Volgens mij kun je er alleen liefdesfilms maken, of een film noir.”
Mumbai is een stad van hoge pieken en peilloze afgronden
Slumdog Millionaire is gebaseerd op de debuutroman Q & A van de Indiase diplomaat Vikas Swarup. Scenarioschrijver Simon Beaufoy, bekend van The Full Monty, zag er een film in. Hij voegde er een romance aan toe en stuurde zijn scenario naar Danny Boyle. Die dacht aanvankelijk dat het over de spelshow Who Wants to Be a Millionaire ging en las het alleen uit respect voor het werk van Beaufoy. („Zijn Full Monty is een fantastisch, niemand uitsluitend script.”) Na tien pagina’s was hij verkocht.
Boyle wierf voor Slumdog Millionaire „niet al te veel geld, net genoeg om geen concessies te doen”. Hij had zijn les geleerd van The Beach, zijn dure flop met Leonardo DiCaprio uit 2000. „Toen vielen we met een crew van honderd man binnen. Je kunt net zo goed mitrailleurs meenemen, je walst alles plat. Ik wilde een film die over Thailand ging, maar dat lukt niet met een superster in de hoofdrol en zoveel geld op het spel. Meer DiCaprio, nog meer! Ik verloor de rode lijn uit het oog.” Ditmaal vertrok hij met een kleine ploeg van tien man, de rest huurde hij in Mumbai in. De enige acteur die hij uit het Verenigd Koninkrijk meenam was Dev Patel, die de oudere Jamal speelt. „Jamal is een gewone jongen”, zegt Boyle. „Jonge Bollywoodacteurs bleken veel te mooi en te gespierd voor zijn rol. Ze zitten de halve dag in de sportschool.”
Het Indiase idee van lotsbeschikking is een hoofdmotief van de film: het is in de sterren geschreven dat Jamal alleen vragen krijgt waarop hij het antwoord weet. „Vroeger beschouwde ik dat Indiase geloof in het lot als een sprookje om mensen in hun kaste op te sluiten. Je moet de kaarten spelen die het lot uitdeelt, en het volgend leven meer geluk. Maar het is het cement dat deze zeer gelaagde samenleving bijeenhoudt. Dankzij dat idee kunnen miljonair en bedelaar, beroemd en obscuur, vlakbij elkaar leven, zonder schuldgevoel of rancune. Rijken wonen in Mumbai niet in forten of omheinde gemeenschappen. Bouwen ze in Mumbai luxe woontorens, dan groeit er tijdens de bouw een complete sloppenwijk omheen. En die bulldozeren ze na afloop niet weg om aan de slag te gaan met landschapsarchitectuur: de sloppen blijven waar ze zijn.”
Als je India met een analytische blik benadert, kom je niet ver, benadrukt Boyle. „Mumbai is een kapitalistische stad, zakendoen is er even belangrijk als dansen, en dat wil wat zeggen. En het is een stad van dromen. Neem die prachtige vrouw die de moeder van Jamal en Salim speelt: Sanchita Couhdary. Een dorpsmeisje uit het straatarme Bihar dat naar Mumbai trok om actrice te worden. Belachelijk, ze kende niemand, dat hoorde in een bordeel te eindigen. En kijk wat ze nu is: een Bollywoodster. Dan denk je: o mijn god, dromen komen uit. En zonder dromen stort niemand zich in het avontuur.”
Een maand na ons gesprek wint Slumdog Millionaire alle Golden Globes waarvoor hij is genomineerd. „Er breekt een heel moeilijk jaar aan, maar wij hadden het geluk van Bollywood naar Hollywood te mogen reizen”, zegt Boyle in zijn dankwoord. „Uw krankzinnig pulserende liefde voor deze film wordt bijzonder op prijs gesteld.” Op naar de Oscars.
___________________________________________
Flops en succesfilms
- Danny Boyle (52) is het soort regisseur dat elk filmgenre uitprobeert en toch uiterst herkenbaar blijft. Na zijn debuut Shallow Grave, een zwart-komische, paranoïde thriller over drie vrienden, een lijk en een koffer geld, brak hij in 1996 door met de vrolijke heroïnekomedie Trainspotting.
- Boyle sloeg een aanbod af om een deel in de Alien-serie te regisseren ten faveure van A Life Less Ordinary,een hommage aan de screwball-komedie waarin twee engelen de dromerige schoonmaker Ewan McGregor en het bitchy rijkeluismeisje Cameron Diaz moeten koppelen.
- Daarna mocht hij met een budget van 50 miljoen dollar en superster Leonardo DiCaprio naar Thailand afreizen om de backpackersroman The Beach (2000) te verfilmen. Die film werd een incoherente flop.
- De BBC haalde de gedeprimeerde Boyle in 2000 uit het slop. Met tv-films Strumpet en Vacuüming Completely Nude in Paradise bewees hij ook zichzelf dat hij het nog altijd kon.
- Er volgde een serie geslaagde films: de zombiefilm 28 Days en de komedie Millions over een jongetje dat een etmaal heeft om 1 miljoen Britse pond uit te geven als het Verenigd Koninkrijk overgaat op de euro.
- Sunshine was een sciencefictionspektakel over een missie om de uitdovende zon met waterstofbommen nieuw leven in te blazen.
