Examens en gestrengheid
Twaalf docenten spraken tijdens de examenperiode over hun vak. Het onderwijsniveau is gedaald, vinden ze. Vooral van taal en wiskunde. Nu hard aan de slag voor verbetering.
Rotterdam, 8 juni. Hij had er een goed moment voor gekozen. Minister Plasterk (Onderwijs, PvdA) schreef midden in de eindexamenperiode in deze krant dat de „gestrengheid” – meer structuur, meer kennisoverdracht – terug moet in het onderwijs. De leraar moet het heft weer in eigen hand nemen.
Deze krant sprak tijdens de examenperiode, die vorige week is afgesloten, met twaalf leraren. Over hun vak, over het examen van dit jaar en over wat Plasterk vorig jaar al had gezegd: dat het onderwijsniveau de afgelopen jaren is gedaald.
De meeste ondervraagde leraren onderschrijven de woorden van de minister. Ze vinden dat ze zonder (klassikale) overdracht van kennis en vaardigheden hun vak niet goed (hebben) kunnen uitoefenen en, belangrijker nog, dat ze hun leerlingen vaak te weinig hebben kunnen leren.
De gestrengheid verdween uit het onderwijs in de jaren negentig, toen er grootschalig vernieuwd werd. Op vwo en havo werd de Tweede Fase ingevoerd. Op het lesrooster verschenen meer vakken en van elk vak werd de inhoud veranderd. Veel scholen voerden ook het Studiehuis in, waarbij kinderen moesten leren zelfstandiger te werken, met minder sturing door een leraar. Het vmbo kwam in de plaats voor de mavo en het lbo, waardoor diverse typen probleemleerlingen bij elkaar in de klas terechtkwamen. De schade van al die vernieuwingen is vorig jaar uitgebreid vastgesteld door de commissie-Dijsselbloem.
Niet alleen kritiek
De leraren van de examenserie hebben niet alleen maar kritiek op de vernieuwingen. Een aantal van hen is bijvoorbeeld positief over de nadruk die tegenwoordig ligt op het begrijpen en analyseren van de lesstof, en het kunnen beoordelen van bronnen, in plaats van louter op feitjes.
Doordat het meer om inzicht gaat, snappen leerlingen tegenwoordig misschien wel beter wat ze aan het doen zijn dan twintig jaar geleden. En ze kunnen zich beduidend beter presenteren dan vroeger en beter spreken, vonden de leraren.
Maar over het niveau zijn de meesten het eens: dat is gedaald.
Kinderen zijn slechter gaan schrijven. Doordat er minder tijd beschikbaar was per vak, missen ze vakkennis. Ze missen ook de context van de lesstof, doordat ze minder klassikaal les kregen, en dobberen soms stuurloos rond op internet met kennis die hun niets zegt.
Taalniveau
Het taalniveau van de leerlingen sluit niet meer aan op het taalniveau van de examens, constateren sommigen. Havo-leerlingen worstelen soms met formuleringen en begrippen, hoewel ze de stof best snappen.
Misschien moet er bij proefwerken en examens weer puntenaftrek voor taalfouten worden ingevoerd, opperden sommigen. Anderen vinden dat een gevaarlijke maatregel, omdat het dan een te grote rol gaat spelen in het cijfer, hoewel het weinig zegt over de beheersing van de stof.
Waar ze het over eens zijn, is dat er meer aandacht moet komen voor de taalbeheersing. Er moet in het voortgezet onderwijs meer worden geoefend op spelling en grammatica en de verworven kennis moet worden bijgehouden.
Vak van leraar
De oudgedienden uit de examenserie vinden dat hun het vak van leraar is afgepakt. Het is vooral jammer, zeggen zij, dat het zo lang heeft geduurd voordat het onderwijs weer kan worden opgebouwd. Op hun bijdragen kwam veel bijval binnen op de website van deze krant, veelal van andere leraren.
De meeste vernieuwingen zijn inmiddels teruggedraaid – de Tweede Fase is aangepast, het Studiehuis is op veel scholen verlaten en de basisvorming, waarbij leerlingen van alle niveaus in de onderbouw bij elkaar in de klas zaten, is zelfs helemaal gestopt. Op veel plaatsen heet het vmbo weer ‘mavo’.
Bij Latijn is klassieke culturele vorming weer een integraal onderdeel van het vak. Bij wiskunde mag volgend jaar geen ‘formulekaart’ meer worden gebruikt, maar moeten de formules in het hoofd zitten. Er zijn de laatste jaren weer meer open vragen op de examens verschenen, en meerkeuzevragen met zes of zeven opties, in plaats van vier.
Literatuur
Er gaan geluiden op om literatuur weer een plek te geven op de examens van de moderne talen. Diploma’s mogen weer naar hartelust op elkaar worden gestapeld.
Over de examens van 2009 zijn de meeste leraren wel te spreken. De vragen zijn gedegen, het niveau is behoorlijk. Jan Siebelink, ziet in het vmbo-examen Frans zelfs „een mooi voorbeeld van die nieuwe gestrengheid waar Plasterk het over heeft”.
De meeste leraren vinden dat de inhoud van hun vak te lijden heeft gehad onder de Tweede Fase. Maar, zeggen de leraren die nog voor de klas staan, aan mopperen heb je niets. „We moeten nu aan de slag.”
Leerlingen blogden op nrc.nl/eindexamen
