Fleur Agema (PVV) ontpopt zich als klassiek Kamerlid
Wie is de jonge vrouw achter Geert Wilders die hem bij grote debatten van alles influistert? Fleur Agema valt op door haar fanatisme en haar vergaande voorstellen.
Alleen al op pagina 1 stonden wel dertig afkortingen. Het eerste Kamerstuk dat ze moest doorlezen, was niet om door te komen. Nu kent Fleur Agema alle afkortingen. Maar in debatten gebruikt ze die zo min mogelijk. Toen ze in november 2006 als enige vrouw met acht collega’s van de Partij voor de Vrijheid (PVV) in de Tweede Kamer werd verkozen, nam ze zich één ding voor: een twaalfjarige moet me kunnen begrijpen.
In debatten slaat de 31-jarige Fleur Agema inderdaad zelden onbegrijpelijke taal uit. In december, tijdens een Kamerdebat over de gezondheidszorg, begint ze haar betoog over een tekort aan personeel in de zorg. Dan zegt ze ineens, met haar hoge, scherpe stem: „Dit kabinet is alleen maar bezig met lief zijn voor allochtonen en niet met lief zijn voor de mensen die nu hard werken en die straks, over twaalf jaar, oud zijn en hulp nodig hebben.” Ze roept het kabinet op te stoppen met „het knuffelen van allochtonen” en te beginnen met „het knuffelen van ouderen en gehandicapten”. D66-collega Koser Kaya staat woedend op: „Het verband met het knuffelen van allochtonen kan ik niet leggen. Hou toch eens op, mens.” Agema kortaf: „Wat was uw vraag, mevrouw?”
Fleur Agema is de nummer twee van de PVV. Wie is de jonge vrouw die bij grote debatten steevast achter Geert Wilders zit, en hem van alles influistert? De PVV-leider zelf: „Fleur is een stevige, slimme tante. Eerlijk, direct, en een enorm werkpaard”.
Fleur Agema is een in het oog springend volksvertegenwoordiger. Niet alleen doordat ze graag met haar uiterlijk experimenteert. In haar jeugd had ze dreadlocks, vorig jaar had ze een bril en haar haar steevast in een knotje. Begin dit jaar liet zij haar ogen laseren en ze draagt een strakke pony en zwart geverfd haar. Ze valt vooral op door haar fanatisme, haar felle manier van debatteren, haar vergaande voorstellen.
Aan de ene kant profileert de partij van Agema zich als een anti-Haagse, anti-establishmentpartij die geen compromissen zoekt. Aan de andere kant is vooral Agema een klassieke volksvertegenwoordiger die de parlementaire middelen ten volle gebruikt. Ze vraagt vaak spoeddebatten aan, dient elke week één of twee moties in en maakt er een sport van om na mediapublicaties als eerste mondelinge vragen in te dienen. Liefst om zeven uur ‘s ochtends per mail, om daarna nog even het bed in te duiken. Zo lukte het haar om in 2007 acht keer in het wekelijkse vragenuur te komen, het meest van alle Kamerleden. Ze diende 131 schriftelijke vragen in – net iets minder dan dierenrechtenvoorvechtster Marianne Thieme en haar PVV-collega Raymond de Roon. En in debatten met haar gaat het er stevig aan toe. Agema houdt van „verbaal boksen”. Ze vindt dat wat gezegd moet worden, gezegd moet worden.
Ze verdedigt de anti-islamstandpunten van de PVV vol vuur. Zij vecht tegen de ‘islamisering van de zorg’. Afgelopen week stelde ze Kamervragen over het bericht dat baby’s in het Lucas Andreas Ziekenhuis in Amsterdam halalvoeding kunnen krijgen. „Van de zotte”, vindt Agema . En een week eerder bevroeg ze minister Klink (Zorg, CDA) over een plan om in Boxtel een apart verpleeghuis voor moslims te bouwen. Agema vindt het „niet wenselijk om aparte zorginstellingen voor moslims op te zetten omdat de ouderenzorg voor alle ouderen in ons land in financiële en personele zin al erg onder druk staat”.
Deze politieke stellingname leidt tot harde botsingen met haar collega’s. In januari zei ze bijvoorbeeld dat „actieve remigratie en de-islamisering van het ouderenbeleid nodig is”. Ineke van Gent (GroenLinks) vond dat ze „een horrorscenario” schetste en niet verder kwam dan het benoemen van problemen: „U heeft dan wel een nieuw kapsel, maar u heeft geen oplossingen.” En D66’er Koser Kaya zei: „Dat uw intelligentieniveau niet zo ver gaat, begrijp ik.”
Agema is ervan overtuigd dat de islam een te grote invloed krijgt op de westerse samenleving. Op haar werkkamer hangen sinds deze week ansichtkaarten van Together Forever, een project dat de interculturele dialoog wil bevorderen. Op één foto staan biddende moslims op de Dam. „Verschrikkelijk”, zegt Agema . „Dit is zo anti-westers. We willen geen fatsoenlijke mensen uitzetten, maar wel criminelen en illegalen en ook willen we remigratie actief bevorderen.” Maar dat betekent niet dat de PVV rechts is, vindt ze. Op het terrein van zorg heeft de partij „een links, warm profiel”. Als het gaat om politie en justitie is de PVV „streng, zeg maar rechts”. „We zijn gewoon stevig.”
Op internet wordt haar naam in verband gebracht met organisaties die in de rechtse of extreemrechtse hoek worden geplaatst. Maar ze vindt dat ze daarmee ten onrechte wordt beschadigd. Ze ondertekende in 2005 een petitie tegen het Centrum Informatie en Documentatie Israel (CIDI) van het rechts georiënteerde Platform De Krijger. Agema zegt dat ze er „grof werd ingeluisd”. Ze dacht dat ze een petitie tekende tegen een subsidie verslindende club. Ze kreeg niet te zien dat die tegen het ‘zionistische’ en ‘anti-democratische’ CIDI was. „Dat was heel stom. Dezelfde avond kwam ik er achter waar het echt om ging, en heb ik mijn naam onder de petitie laten weghalen. Maar nu vind je het nog steeds terug op internet. Ik heb een goede band met het CIDI.” Ook staat ze vermeld op een pamflet van rechtse organisaties die vlak na de moord op Theo van Gogh een manifestatie organiseerden in Amsterdam. Agema zegt dat ze er niets mee te maken had: ze was die week op vakantie. „Alles waar extreemrechts voor staat vind ik walgelijk, mijn hele leven al.”
Tot 2002 had Fleur Agema geen politieke ambities. Haar vader was vertegenwoordiger bij Heineken, en had met haar moeder acht jaar lang een café in Wormerveer. Met haar broer was ze daar vaak; het gezin woonde boven het café. Dat was van haar achtste tot haar zestiende. Ze hoorde de discussies aan de bar. Daar moet haar politieke betrokkenheid zijn ontstaan, zegt ze zelf. Als haar nu wordt gevraagd hoe ze contact houdt met de burger zegt ze: „Ik ben burger. Ik weet wat er leeft.”
Ze was een tienermeisje dat voorop liep als er een schoolstaking was. Een meisje dat bij de examenuitreiking gevraagd werd een toespraak te houden, omdat ze spreken in het openbaar zo leuk vond. Na de Havo volgde opleidingen aan kunstacademies. Het meeste interesseerde ze zich voor fotografie en architectuur. Ze koos voor het laatste. „Vanwege mijn passie voor het creëren van het mooie en het vernuftige”, schrijft ze op haar eigen website. Toen begon volgens haarzelf haar politieke interesse manifest te worden. Want architectuur is meestal „politiek ingegeven”. „Architecten willen heel graag de samenleving vormgeven. Dat had ik ook.”
In haar werkkamer ligt in een grote kast nog haar scriptie, een modern vormgegeven, dik boekwerk met dikke schroeven er door heen. Onderwerp: een nieuwe gevangenis, met criminelen die niet alleen veroordeeld zijn tot celstraf maar ook tot leerdoelen. Een analfabeet bijvoorbeeld zou pas vrij mogen komen als hij kan lezen of schrijven. Het huidige „passieve lummelen” van gevangenen zou in haar ‘detentiemodel’ veranderen in „een actieve reis naar een nieuw verworven vrijheid”. Iedereen krijgt één kans; ‘onverbeterbaren’ moeten worden opgesloten in een sober regime.
Na haar studie zijn twee gebeurtenissen van beslissende invloed op haar politieke carrière: de moord op Pim Fortuyn en een soort zweepslag in haar rechterhand. Dat laatste gebeurde in 2001 toen ze aan het werk was op een architectenbureau. Ze bleef gewoon doorwerken. Maar later bleek ze een vorm van posttraumatische dystrofie, een spieraandoening, te hebben, met chronische, hevige pijn in haar hand. Uiteindelijk werd Agema arbeidsongeschikt verklaard. Het dwong haar over een andere carrière na te denken.
In dezelfde tijd maakte Pim Fortuyn furore. Agema was gefascineerd door de man „die de dingen die vastzaten in de samenleving leek los te maken”. Ze sloot zich aan bij de Lijst Pim Fortuyn (LPF). En toen Fortuyn vermoord werd, wilde ze de partij helpen. Ze stelde zich in 2003 kandidaat voor de Provinciale Staten van Noord-Holland. Mieke de Vries, uit Amsterdam-Noord, was destijds vrijwilliger bij de LPF. Ze weet nog goed wat ze dacht toen ze Fleur Agema zag: „Jeetje, wat een klein meisje. Ik dacht: als dat maar goed komt.” Maar het kwam goed. De Vries: „Ze is zo gemotiveerd, zo betrouwbaar. En ze werkt heel hard. Als ze iets zegt, dan doet ze het ook.”
In de Provinciale Staten kwam ze snel alleen te staan. Haar fractiegenoot kwam nooit opdagen. Na allerlei ruzies stapte ze uit de LPF, en ging ze alleen verder. Als fractie- Agema . Ze ontpopte zich als fel bestrijder van verkwistende en onnodige provinciale subsidies. Samen met Peter Siebelt, die veel publiceerde over extreemlinks, deed ze onderzoek naar organisaties die subsidie ontvangen. En naar ‘Dubbele Petten Netwerkers’, DPN’ers zoals Siebelt en Agema ze noemden: ambtenaren en politici die subsidie geven aan organisaties die ze zelf besturen. Siebelt publiceerde het boek Sinistra . In het voorwoord schrijft Agema : „Wanneer de politiek een probleem in de samenleving constateert, wordt er al snel een zak met geld op tafel gezet. Die zak met geld wordt aan het probleem gekoppeld en de aanname wordt gedaan dat het probleem zich wel zal oplossen.”
Haar onconventionele stijl van politiek bedrijven leverde haar weinig vrienden op bij de provincie. GroenLinks-Statenlid Klaas Breunissen is zo’n DPN’er, want hij werkt bij Milieudefensie. Toen er een besloten vergadering was over concurrentiegevoelige informatie over een windmolenpark eiste Agema dat Breunissen geweerd werd. Het risico zou bestaan dat hij informatie zou doorgeven aan Milieudefensie, een organisatie die volgens Agema „niet vies is van radicale tegenacties”. „Schandelijk was dat”, zegt Breunissen nu. „Dat ze mijn integriteit in twijfel trok. Er was geen enkele aanleiding voor.” Alle partijen vielen over Agema heen, maar zij liet de kritiek van zich afglijden.
Commissaris van de Koningin Harry Borghouts vond „de persoonlijke aanval” van Agema beneden de maat. Ook hij botste geregeld met Agema . Provinciale bestuurders en politici die terugkijken op Agema ’s werk zijn eensluidend: ze ageerde hard tegen de subsidies, ze scoorde er mee in de regionale media, maar ze heeft feitelijk nooit iets bereikt. Maar Borghouts is genuanceerder. „Mede door Fleur Agema zijn we beter gaan nadenken over subsidies. We zijn op dat vlak zakelijker geworden.” Soms vond ze het wel moeilijk alleen te opereren, zegt Mieke de Vries. „Ze vertelde eens dat als ze in de kantine van het provinciehuis ergens ging zitten, mensen met hun bord opstonden om ergens anders te gaan zitten. Dat vond ze niet leuk.”
Fleur Agema overwoog na haar Statenperiode te stoppen met de politiek, maar haar stijl was ook Geert Wilders opgevallen. Na vele gesprekken vroeg Wilders haar in 2006 als nummer 2 voor de kandidatenlijst van de PVV. In haar maidenspeech in de Tweede Kamer kwam meteen haar onverbloemde taalgebruik naar voren: „De koeien en kippen in het land worden door de Kamer beter behandeld dan de mensen die hulp nodig hebben.” Inmiddels wordt ze ‘de Agnes Kant van de PVV-fractie’ genoemd. En dat is positief bedoeld. Agnes Kant van de SP zelf prijst haar vasthoudendheid, maar ze heeft ook een kantekening. „Soms is ze goed geïnformeerd. Soms snapt ze er helemaal niets van.” Tofik Dibi van GroenLinks zegt: „Ze is wel de islamofobe Agnes Kant. Als in Lutjebroek een vrouw in een rolstoel omver valt omdat er een Marokkaanse jongen langsliep, dan stelt ze er al schriftelijke vragen over.” Net als in Noord-Holland zeggen collega-politici dat Agema alleen maar zaken aan de kaak stelt, en niet met oplossingen komt. En ook niet veel bereikt omdat ze zelden compromissen zoekt. Tofik Dibi ziet altijd Morticia Addams voor zich als hij Agema ziet – de donkerharige moeder uit de Addams Family. „Die is ook altijd zo somber.”
Geert Wilders verwacht dat Agema langer dan de huidige kabinetsperiode in Den Haag zal blijven. Zelf vindt ze het Kamerwerk fascinerend, vooral omdat ze niet meer zo alleen is. Ze zal blijven zeggen wat gezegd moeten worden. Ze zal moties blijven indienen, om aan de kiezer te laten zien dat de PVV „bruist van concrete oplossingen”. Ook al zijn die moties vaak bij voorbaat kansloos, zoals het voorstel om ouderen die in het Utrechtse Kanaleneiland worden geterroriseerd door ‘Marokkaans straattuig’ een vakantie aan te bieden naar een zonnige bestemming.
Deze week staan er voor Agema geen debatten op de agenda. Ze heeft het even rustig. „Daar word ik heel onrustig van.”
|
Onconventioneel 1976 Geboren in Purmerend op 16 september 1994 Havo-diploma Krommenie tot 2004 Opleidingen aan kunstacademies in Enschede, Amsterdam en Utrecht. Daarnaast werkte ze in de horeca en verdiende ze bij als schipper bij een jongerenzeilkamp 2004 Master of Arts Architectuur Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht 1999 tot 2003 Ontwerper/projectleider op een architectenbureau 2003 tot 2007 Statenlid Noord-Holland, aanvankelijk voor de LPF, later met eigen eenmansfractie 2006- heden Tweede Kamerlid en vice-fractievoorzitter voor de Partij voor de Vrijheid Fleur Agema is alleenstaand en woont in Den Haag |
