Bij ons in Hilversum

Door Joep Dohmen

Vijf jaar geleden hing bij publieke omroepen een sfeer van ons-kent-ons, met weinig openheid over de besteding van honderden miljoenen belastinggeld. Hilversum beloofde beterschap en ging zichzelf reinigen. Is dat gelukt? Over reizende omroepdirecteuren en een kinderprogramma als marketingtool.

Van anonieme tipgevers en klokkenluiders moet Hans Dijkstal niets hebben. „Anonimiteit is onaanvaardbaar in deze wereld vol onbetrouwbare personen die maar rondbellen, dreigbrieven sturen en terroriseren”, zegt de oud-minister van Binnenlandse Zaken en VVD-coryfee. Dijkstal spreekt als voorzitter van de Commissie Integriteit Publieke Omroep, die toezicht houdt op de omroep.

De commissie kwam er na een reeks artikelen vijf jaar geleden in NRC Handelsblad. Daaruit bleek de besteding van het belasting- en reclamegeld dat publieke omroepen elk jaar krijgen – in 2008 was dat 731 miljoen euro – niet altijd transparant. Wie de programma’s betaalde, was vaak niet duidelijk. Zendtijd bleek zelfs te koop. In Hilversum hing een ons-kent-ons-sfeer: baantjes en opdrachten gingen naar familie en relaties. Het toezicht was zwak en integriteitsregels ontbraken, terwijl omroepbazen royale salarissen incasseerden.

In reactie hierop mochten de omroepen van toenmalig staatssecretaris Medy van der Laan (Media, D66) zelf regels opstellen en het toezicht verbeteren. Er kwam een gedragscode en de commissie-Dijkstal. De zelfregulering werkt „redelijk goed”, zegt Dijkstal in zijn werkkamer aan het Lange Voorhout in Den Haag. Hij heeft het niet druk. In drie jaar tijd kreeg hij welgeteld één melding van een klokkenluider en één anonieme brief. „Die is niet behandeld. Er stond geen afzender op.”

Het is verheugend dat het niet druk is, vindt Dijkstal. „Want dat betekent dat er kennelijk niet zo vreselijk veel mis is in Hilversum. Tenzij het allemaal knap voor ons verborgen wordt gehouden. Maar wij hebben niet die indruk.”

Heeft Dijkstal gelijk? Houden de omroepen zich aan de Mediawet, helpt de gedragscode en werkt de zelfregulering?

De omroepen vinden dat ze het prima doen. Dat bleek vorig jaar uit een rondvraag van het Verwey-Jonker Instituut, een onafhankelijk onderzoeksbureau, op verzoek van Dijkstal. De omroepen zeiden dat ze de gedragscode, met richtlijnen voor transparantie, integriteit en goed bestuur, naleven. Maar controle van dat „positieve zelfbeeld” is nauwelijks mogelijk omdat de verslaglegging gebrekkig is, melden de onderzoekers in hun rapport. Niet alle omroepen leggen verantwoording af in hun jaarverslagen, en als het al gebeurt, is het summier.

Omroepen hoeven zich ook niet aan de gedragscode te houden. In de code is opgenomen dat ze dan in hun jaarverslag moeten melden waarom ze een bepaalde richtlijn niet toepassen. Dat keken de omroepen af van de code-Tabaksblat, die de gedragsregels bevat voor beursgenoteerde bedrijven. Ook daarin staat deze ‘pas toe of leg uit’-regel.

Volgens de gedragscode moet de verantwoording „adequaat en toegankelijk” zijn, „in ieder geval via het eigen internetdomein”. Dat doen niet alle omroepen. Zo moeten ze vertellen wie meebetaalt aan hun programma’s. Op de EO na publiceert geen van de grote omroepen deze gegevens op internet of in de openbare jaarrekening. Bij BNN staat het wel in het jaarverslag, maar dat wordt alleen op aanvraag verstrekt. „Op die manier houden we enigszins grip op wat met de informatie gebeurt”, aldus een woordvoerder.

VARA, KRO, AVRO en VPRO maken de gegevens ook niet publiek, maar bieden de krant desgevraagd wel inzage. TROS en NCRV willen niet vertellen wie meebetaalt aan hun uitzendingen. „Te concurrentiegevoelig”, zegt de TROS.

Hoewel dat wettelijk verplicht is heeft de TROS ook geen statuut dat de redactionele onafhankelijkheid waarborgt. „Daardoor is niet uit te sluiten dat financierende derden zich bemoeien met de inhoud van de programma’s”, concludeerde de Algemene Rekenkamer vorig jaar in het op verzoek van de Tweede Kamer geschreven rapport Publieke omroep in beeld.

Het Commissariaat voor de Media, dat namens de minister toezicht houdt op de omroep, wilde vijf jaar geleden een limiet aan de externe financiering van programma’s. Begin dit jaar vroeg het commissariaat dit opnieuw, toen bleek dat medische programma’s van EO en AVRO heimelijk betaald werden door farmaceutische bedrijven. Toch is er nog steeds geen limiet, zoals het ook nog niet volledig duidelijk is wie meebetaalt aan programma’s.

Dat transparantie ontbreekt, blijkt uit het voorbeeld van het kinderprogramma Bibaboerderij van de TROS, een van de omroepen die weigert publiek te maken wie zijn programma’s financiert. Elke ochtend kijken 60.000 tot 80.000 kinderen van twee tot vijf jaar naar Bart de boer en Bibi de boerin, de Vivavogelverschrikker en de Didadiertjes. Voor de 130 kant-en-klare afleveringen betaalt de TROS 182.000 euro. Het maken van de serie kostte echter vier miljoen euro, meldt producent Global Star Media. Wie betaalt het verschil?

Dat blijkt onder meer supermarktketen C1000 te zijn. Hoe kan dat? Het Rotterdamse reclamebedrijf Planet Play, de bedenker van Bibaboerderij, kent het antwoord. Planet Play doet volgens het handelsregister in „belevingsmarketing” en „retailformules”. Lesley Ong, een van de directeuren, legt uit: „Wij ontwerpen marketingtools, zoals Bibaboerderij. Daarmee kan een huismerk een A-merk worden. We maken licentieovereenkomsten met partijen, die voorschotten betalen.”

Supermarktketen C1000 is een van die partijen. Nadat in februari vorig jaar Bart de boer en Bibi de boerin op de buis kwamen, lagen de C1000-winkels vol Biba-producten: snoetendoekjes, toetjes en nog veel meer.

Financieel wil Leslie Ong „het plaatje niet helemaal op tafel leggen”. C1000 en TROS weigeren commentaar. Duidelijk is dat de omroep, mede dankzij C1000, voor heel weinig geld een kinderserie krijgt. Ondertussen bevorderen de dagelijkse uitzendingen de omzet van C1000. De Mediawet verbiedt dat een publieke omroep dienstbaar is aan het maken van „winst door derden”.

Suzanne Kunzeler is manager kinderprogrammering bij de NPO, de overkoepelende organisatie die de zendtijd onder de omroepen verdeelt. Ze is verantwoordelijk voor het uitzenden van Bibaboerderij. Kunzeler weet niet wat er contractueel is vastgelegd tussen de TROS en de producent. Ook zij ziet de commerciële kant van Bibaboerderij. „Maar er is geen druk op mij uitgeoefend. Het is een leuke aankoop, die we goedkoop krijgen. Twee reclamejongens hebben dit bedacht, oké. De schoen wringt misschien, maar ik weet nog niet precies waar. Op zich is het heel slim, en volgens mij binnen de Mediawet.”

Het Commissariaat voor de Media ziet dat anders en is onlangs een onderzoek begonnen: „Als dit juist is, wordt in feite reclamezendtijd aan C1000 verkocht buiten de STER om. Dan is deze kinderserie onderdeel van een marketingcampagne.”

Ook andere omroepen zijn creatief in het zoeken naar manieren om hun programma’s extern gefinancierd te krijgen. Neem De Leescoupé waarin lezende treinreizigers aan het woord komen en schrijvers geïnterviewd worden. De KRO vroeg het commissariaat twee jaar geleden of de Nederlandse Spoorwegen dit programma mochten sponsoren. Dat mocht niet, omdat het dan een lange reclamespot voor de NS zou worden. Daarop benaderde de KRO de branchevereniging, de stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB). Die mocht als ideële instelling wél sponsoren. Hoofdsponsor van CPNB: de Nederlandse Spoorwegen.

Hilversum had vijf jaar geleden geen centrale registratie van integriteitsschendingen. Die is er nu nog niet. Volgens de omroepen is die ook niet nodig. Op de vraag of er afgelopen jaren schendingen van de gedragscode zijn geweest, antwoorden de omroepen ontkennend.

Dat betekent niet dat alles volgens de regels verloopt. Zo worden omroepdirecteuren door producenten getrakteerd op buitenlandse reizen. Dat is in strijd met de Mediawet: omroepmedewerkers mogen geen geschenken, diensten of beloften aannemen van bedrijven aan wie hun omroep, in casu zijzelf, opdrachten geeft.

Een producent die reizen uitdeelt, is de gerenommeerde filmmaker Rob Hof. Hij won in 2007 de Zilveren Nipkowschijf voor zijn documentaireserie Sporen uit het Oosten. Hof nam in 2006 enkele directeuren en eindredacteuren van omroepen die meebetaalden aan zijn serie – Hindoe Media, Joodse Omroep, Boeddhistische Omroep, Nederlandse Moslim Omroep en NCRV – mee naar Istanbul. Hof betaalde alles, inclusief een feestelijke boottocht op de Bosporus. Het reisgezelschap, door Hof in e-mails betiteld als de club ‘Geniet nooit met mate’, verbleef in 2005 in bijna dezelfde samenstelling ook in de villa met zwembad van Hof in Slovenië. Ook toen betaalde Hof vliegreis en verblijf.

Annet Betsalel, tot vorig jaar directeur van de Joodse Omroep: „Dat Hof de reizen betaalde, was op het randje, geef ik toe. Maar we waren te goeder trouw en er zijn mooie projecten uit gekomen.” Ze logeerde nóg twee keer in de villa van Hof, maar beide keren betaalde ze de reis erheen zelf, zegt Betsalel.

Hof neemt vaker omroepdirecteuren mee. Hij heeft „geen enkel probleem” met het betalen van reisjes voor zijn opdrachtgevers. Hof: „We bespraken in Istanbul ook de afloop van de serie Sporen naar het Oosten. Die eindigt in die stad. Dus voor mij was het logisch om daar naar toe te gaan en dan te bespreken hoe we samen verder zouden gaan. Als je iets moois gemaakt hebt, dan dek je aan het einde ook de tafel. Zo zie ik dat.”

Het bleef niet bij reisjes, volgens Yvonne Baune. Zij was vorig jaar tijdelijk directeur van de Joodse Omroep, nadat haar voorgangster Annet Betsalel ruzie kreeg met haar bestuur en was ontslagen. Baune: „Opmerkelijk is dat Betsalel in februari 2008, toen haar ontslagprocedure liep, nog namens de Joodse Omroep productiecontracten sloot met Rob Hof. Het ging om zo’n half miljoen euro, eenderde van de jaarbegroting van de omroep. De contracten waren overigens allemaal geantedateerd, alsof ze eerder waren opgesteld.” Betsalel zegt in een reactie dat zij met Rob Hof al lang bestaande, schriftelijke afspraken had. Van antedateren is volgens haar geen sprake.

Bij een van de productiecontracten hoort een overeenkomst tussen Hof en Betsalel over een documentaire over de Joodse geschiedenis in Europa. In de overeenkomst staat dat Betsalel persoonlijk „regisseur en eigenaar van het idee en format” is. Hof verklaart 120.000 euro te reserveren „voor Betsalel en derden”. Het geld werd uiteindelijk niet betaald omdat de documentaire niet gemaakt is. Betsalel geeft toe dat de formulering van de overeenkomst met Hof niet gelukkig is: „Ik had juridisch beter moeten uitzoeken of ik persoonlijk of de omroep eigenaar was van het idee en het format van die productie.” Het bestuur van de Joodse Omroep laat een en ander door een recherchebureau uitzoeken.

Als medewerker op de aftiteling

Ook medewerkers van grote omroepen nemen gratis reizen aan van bedrijven waaraan ze opdrachten gunnen. Zo gingen in 2004 managers van NPS en TROS op kosten van faciliteitenbedrijven naar Portugal. Volgens Baune zijn de reisjes niet ongewoon in Hilversum. „Je moet sterke knieën hebben wil je er niet aan mee doen”, weet Baune. Ze kreeg in februari dit jaar, nadat ze vertrokken was bij de Joodse Omroep, het aanbod gratis mee te reizen naar Israël. Baune: „Een producent ging opnames maken voor een programma dat ik mede zelf had bedacht. Ik kon op kosten van het programmabudget drie dagen op reis. Ik zou als medewerker op de aftiteling komen, voor de financiële verantwoording. Achteraf vind ik het gek van mezelf dat ik daar toen nog over getwijfeld heb. Maar zo verleidelijk is het dus.”

De reisjes zijn onderdeel van een informeel circuit bij de publieke omroep, dat van oudsher veel regelt, zegt Baune. „Natuurlijk is er inmiddels veel verzakelijkt. Maar het informele circuit bestaat nog steeds. Daarin worden deals gemaakt waarbij weinig of niets op papier wordt gezet, maar waar wel tonnen belastinggeld mee gemoeid zijn.” NPS-directeur Joop Daalmeijer herkent dit „ons-kent-ons-ritme”, zegt hij. „Het is typisch Hilversums om gewoon even die vertrouwde leverancier te bellen. Relaties in Hilversum zijn sterk.”

In het rapport Publieke omroep in beeld stipte ook de Algemene Rekenkamer dit fenomeen aan. In het algemeen is de Rekenkamer tevreden over de bedrijfsvoering bij de publieke omroep, zij het dat op onderdelen verbetering mogelijk is. Het rapport signaleert „mondelinge onderhandelingsprocessen” die „onvoldoende doorzichtig” zijn. Daardoor zijn de financiering, bedrijfsvoering en toezicht „op onderdelen onvoldoende ordelijk en controleerbaar”. Volgens collegelid Gerrit de Jong van de Rekenkamer voldoen de meeste omroepen niet aan alle regels voor good governance. De Jong raadt de omroepen aan naar andere sectoren te kijken, zoals het hoger onderwijs en de cultuursector „die in sommige opzichten al verder zijn”.

Zorgelijk is volgens De Jong het toezicht. „De raden van toezicht van sommige omroepen hebben zo weinig bevoegdheden dat het meer raden van advies zijn. Of dergelijke tandeloze raden echt een bijdrage leveren aan betere checks and balances binnen een omroepvereniging valt te betwijfelen.”

Vijf jaar geleden kwam toenmalig directeur media Ton Verlind van de KRO in opspraak. Zijn omroep gaf opdrachten aan zijn vrouw en zoon. Uiteindelijk verliet de vrouw van Verlind, die als producer onder haar man viel, de KRO. De omroep zei geen hiërarchische familiebanden meer te willen, en regelde dat in een interne gedragscode.

Hoe deze code in de praktijk toegepast wordt, blijkt uit de familierelaties van Anita Witzier, een van de ‘gezichten’ van de KRO. Witzier presenteert het programma BlootGewoon, waarin mensen zich naakt laten fotograferen voor een goed doel.

Witzier was al een ‘gezicht’ toen de directie vorig jaar besloot haar partner Michel Nillisen te benoemen tot hoofd TV. Volgens de interne gedragscode kon dat niet. Familie en relaties mogen „niet in een gezagsverhouding tot elkaar staan of komen te staan.” Alle televisieprogramma’s, ook BlootGewoon, vallen onder Nillisen.

Volgens de KRO-directie kon het wel omdat de presentatoren onder een andere manager, het hoofd media, vallen.

De ‘toetsingscommissie integriteit’ van de KRO, opgericht na de kwestie-Verlind, werd achteraf om advies gevraagd door de directie. Volgens KRO-bronnen was het besluit al genomen. De commissie onthield zich daarom van advies, maar zei wel het een gekunstelde oplossing te vinden.

Last van koudwatervrees

Het is belangrijk dat de KRO en andere omroepen zich houden aan de regels die ze hebben opgesteld, zegt Cor van Montfort, bijzonder hoogleraar goed bestuur bij publiek-private arrangementen aan de Universiteit van Tilburg. Van Montfort: „Je moet niet gaan sjoemelen met de regels, zeker niet in een stadium waarin je good governance opbouwt. Een code wordt inhoudsloos als men de regels toch overtreedt.”

Volgens Van Montfort hebben omroepen ook last van „koudwatervrees”. „Ze hebben een sterke traditie van ‘baas in eigen huis’. Daarom moet er druk op de ketel zijn. Zelfregulering slaagt alleen als de omroepen het serieus aanpakken.”

Een onderwerp dat door de omroepbestuurders de afgelopen jaren nauwelijks is aangepakt, is hun eigen salaris. In Hilversum wordt nog veel (publiek) geld verdiend, ondanks oproepen tot matiging van de Tweede Kamer en minister Plasterk (Media, PvdA). Van de omroepbestuurders ontvangt, net als vijf jaar geleden, de helft nog steeds meer dan de Balkenende-norm. Dat is een gemiddeld ministerssalaris (181.000 euro in 2008).

Het Commissariaat voor de Media zegt niets te kunnen doen „tegen het weglekken van omroepgeld door buitensporige (ontslag)vergoedingen”. Een wettelijke regeling ontbreekt. KRO-directeur Ton Verlind vertrok vorig jaar met doorbetaling tot aan zijn pensioen (in totaal 650.000 euro) en AVRO-presentator Karel van de Graaf ontving vorig jaar een afkoopsom van 550.000 euro. TROS-voorzitter Karel van Doodewaerd kreeg in 2006 drie jaarsalarissen mee. Dat kost de TROS dik zes ton.

Henk Hagoort, sinds vorig jaar voorzitter van de raad van bestuur van de NPO, verdient 180.700 euro per jaar (exclusief 40.200 euro pensioenpremie). Hij voldoet daarmee aan de Balkenende-norm. Voorganger Harm Bruins Slot ontving 200.200 euro (exclusief 48.700 euro pensioenpremie). Bruins Slot stapte, na vijf jaar, op 60-jarige leeftijd op, met vijf jaar wachtgeld.

Met zijn Balkenende-salaris loopt Hagoort vooruit op een wet die de inkomens van omroepbestuurders inperkt. Dat Hagoort niet méér krijgt, is de uitkomst van een „goed gesprek” met zijn raad van toezicht en minister Plasterk, zegt Hagoort. „Ook al is de wet er nog niet, er is nu wel al een maatschappelijke norm die zegt dat bestuurders niet meer moeten verdienen dan de premier.” Hagoort heeft „een moreel beroep” gedaan op de omroepen om alle nieuwe bestuurders alvast niet meer dan de norm te betalen.

Zittende bestuurders hoeven niets in te leveren. De wet zal alleen voor nieuwkomers gelden. Dat is goed nieuws voor onder anderen NCRV-directeur Coen Abbenhuis (294.000 euro) en BNN-voorzitter/presentator Patrick Lodiers (323.704 euro).

Lodiers is naast zijn dubbelfunctie bij BNN overigens ook directeur en enige aandeelhouder van Tatanka BV. Naar dat bedrijf vloeien onder meer inkomsten uit de verkoop van dvd’s en een gezelschapsspel van het BNN-programma de Lama’s dat hij presenteert. BNN wil niet zeggen om hoeveel geld het gaat. Uit het jaarverslag 2007 van Tatanka BV blijkt dat de inkomsten dat jaar zo’n 170.000 euro waren. „Dit wisten we niet”, reageert het Commissariaat voor de Media. „Volgens de Mediawet had dit bij ons gemeld moeten zijn. We gaan onderzoek doen.”

Onbekend tot nu toe is ook dat voormalig VARA-directeur Maurice Koopman tot de veelverdieners behoort. De 65-jarige Koopman is voor 1.100 euro per dag directeur van de Stichting Verzorging Islamitische Zendtijd. Dat staat in de begroting van de stichting. Hij heeft weinig meer om handen dan het verdelen van zendtijd en omroepgeld tussen twee moslimomroepen: de Nederlandse Moslimomroep en de Nederlandse Islamitische Omroep. Met 1,5 werkdag per week is Koopman goed voor 85.900 euro per jaar. Omgerekend naar een fulltime baan is dat 300.000 euro.

Koopman: „Netto hou ik maar 400 euro per dag over. Ik doe het gewoon niet voor minder. Heeft u wel eens met moslims gewerkt? Ik zit in het bestuur van twee moslimomroepen die elkaar op leven en dood bestrijden.”

De Bibaboerderij een marketingtool?

In een restaurant in Den Haag, net terug van een gesprek met minister Plasterk, luistert Henk Hagoort met verbazing. De Bibaboerderij een marketingtool? Buitenlandse reisjes? Koopman die 1.100 euro per dag toucheert? „Daar schrik ik van. Dit is niet goed voor het imago van de publieke omroep.”

Volgens Hagoort voldoet de gedragscode desondanks en is ook het toezicht van de commissie-Dijkstal afdoende. Hij vindt dat de raden van toezicht van de omroepen moeten optreden tegen de misstanden. Hagoort: „Ik ben een pleitbezorger van dit bestel waarin omroepen een grote eigen verantwoordelijkheid hebben. Maar dat geeft de omroepen de dure plicht om dit op te lossen. Want als het zelfreinigend vermogen in Hilversum onvoldoende blijkt, dan leggen de omroepen de bijl aan de wortel van hun eigen autonomie. Ze spelen met hun zelfstandigheid.”

Luisteren de omroepen niet, dan heeft de toezichthoudende commissie-Dijkstal geen sanctiemogelijkheden. Dijkstal vindt dat niet erg: „Wij hebben niet de indruk dat wij sanctiemogelijkheden moeten hebben. Sancties wil je opleggen als je op onwilligheid stuit. Wij zijn nergens onwilligheid tegengekomen. Wij hebben niet het gevoel dat wij meer sanctiemogelijkheden nodig hebben, anders dan naming and shaming.”

Van die mogelijkheid maakt hij bewust geen gebruik. Dijkstal, met stemverheffing: „Klopt, omdat wij te maken hebben met media met zo weinig normbesef, dat de schade bij het noemen van namen buitenproportioneel groot is. Ik doel op Hart van Nederland, Algemeen Dagblad en De Telegraaf. Populistische bladen. Neem TROS-voorzitter Van Doodewaerd. Die is op een schandalige manier de les gelezen door de media.”

Volgens Dijkstal staat de Publieke Omroep al onder een „behoorlijk strenge controle” van het Commissariaat voor de Media, „die niet altijd even redelijk is”. De omroepen zijn gebonden aan wetgeving, die „verregaand” is. Dijkstal: „Verder moeten ze voldoen aan accountantsregels. De behoefte om dan nóg iets te reguleren, is om begrijpelijke redenen niet groot. De omroepen zijn van goede wil. Men kan wel kritisch en negatief zijn, niettemin is er van alles verbeterd in omroepland. Daarvoor verdienen ze een veer op de hoed.” Na lezing van het concept van dit artikel kondigt Dijkstal aan de betaalde reisjes van filmproducent Rob Hof te zullen onderzoeken.

De optimistische kijk van Dijkstal wordt niet gedeeld door Tineke Bahlmann, de voorzitter van het Commissariaat voor de Media. Ze ziet in Hilversum nog te veel „een cultuur waarin blijkbaar alles kan”. Die cultuur moet verdwijnen, is haar boodschap.

Bahlmann heeft kritiek op de zelfregulering. „De vrijblijvendheid die daarin zit, moet weg. Er moeten strengere regels komen, en sancties op overtredingen van de gedragscode. Kijk eens hoe integriteit en toezicht in andere bedrijfstakken geregeld zijn. De samenleving is al een stuk verder dan Hilversum.”

Het commissariaat wilde vijf jaar geleden meer bevoegdheden en een strengere Mediawet. Die kwamen er niet. Bahlmann zegt dat ze ronduit belemmerd wordt door het gebrek aan bevoegdheden. Dat bleek onlangs toen het commissariaat wilde ingrijpen in de financiële wanorde bij omroep Llink. „Wij kunnen alleen een boete opleggen, maar hebben geen middelen om tussentijds foute praktijken te stoppen.”

Bahlmann heeft minister Plasterk vorige maand in een notitie meer bevoegdheden gevraagd, zoals het opleggen van een dwangsom, het geven van een dwingende aanwijzing en het benoemen van een bewindvoerder. En de Mediawet moet normen krijgen voor integriteit, niet-zakelijk handelen en belangenverstrengeling.

Bahlmann is verbaasd over de zaken die haar nu worden voorgelegd. „Het is erger dan ik dacht”, reageert ze. „Terwijl er ook omroepen zijn die zich wel keurig aan de regels houden. Zij zijn de dupe van de beeldvorming dat er maar een beetje gerotzooid wordt in Hilversum.”

Onderzoek naar corruptie

Justitie deed dit voorjaar huiszoeking op het Mediapark in Hilversum. Rechercheurs zochten bewijzen voor misbruik van omroepgeld door ex-directeur Frank William van de Nederlandse Moslimomroep (NMO). Dat is een kleine, religieuze omroep die tot het publieke bestel hoort.

William zou, zonder elders prijsopgaven te vragen, jarenlang opdrachten hebben verstrekt aan het Hilversumse faciliteitenbedrijf Kalános (beeld en geluid). Kalános betaalde in die periode het camerabedrijf van de zoon van William maandelijks 1500 euro voor ‘adviezen’. Justitie vermoedt dat de betalingen een wederdienst waren voor de opdrachten die Kalános kreeg.

Uit onderzoek van deze krant blijkt dat Kalános ook goede relaties had met medewerkers van NPS, NOS en AKN (de facilitaire organisatie van AVRO, KRO en NCRV). Peter van Dijk, tot 2006 hoofd facilitaire zaken bij AKN, kocht via Kalános een vakantiewoning en wijngaarden in het Hongaarse Simontornya. De aankoop liep via de moeder van directeur Lajos Kalános. De zoon van Van Dijk kreeg een baan bij Kalános. Van Dijk: „Tegenwoordig zou zoiets niet meer kunnen.” Ook het voormalige hoofd faciliteiten van de NOS kocht via Kalános grond in Simontornya, net als de broer van het voormalige hoofd faciliteiten van de NPS. Ook zij gaven Kalános opdrachten.

Kalános ging medio 2007 failliet. Een jaar eerder verkeerde het bedrijf al in problemen. Toenmalig NMO-directeur Frank William hielp Kalános. Hij liet 100.000 euro – omroepgeld – overmaken naar Kalános, terwijl een schriftelijke overeenkomst ontbrak.

De TROS is gedupeerd door het faillissement van Kalános. De omroep leverde in 2004 voor 275.000 euro opnamespullen aan het bedrijf, zonder dat er een koopovereenkomst getekend werd. Die kwam er pas in 2006. Omdat Kalános niet kon betalen, leende de TROS 275.000 euro aan het bedrijf. Een jaar later was Kalános failliet en ging de omroep het schip in voor 118.000 euro.

Gerelateerde artikelen:

Gepubliceerd in:
achtergrond
Publieke omroep