Dinoduim is toch een wijsvinger, net als in de vogelvleugel

Vlnr Wijsvingers aan de klauwen van ‘Limusaurus’ lijken op duimen. 
Midden Primitievere dino’s hebben vier tenen. Verwanten van T. rex hebben er drie.
Door Michiel van Nieuwstadt

De wijsvinger aan de voorklauw van dinosaurussen is ten onrechte aangezien voor een duim. Dat blijkt uit de beschrijving van het fossiel van een tot nog toe onbekende dinosaurus, Limusaurus inextricabilis die 160 miljoen jaar geleden leefde in China (Nature , 18 juni).

De volgorde van dinovingers is een klassieke kwestie in de paleontologie, omdat die niet leek overeen te stemmen met de vingervolgorde van vogels – volgens de meeste wetenschappers óók dinosauriërs.

Primitieve reptielen, de evolutionaire voorlopers van de dinosauriërs, hebben vijf ‘vingers’ aan de voorpoot. De eerste tweebenige dinosaurussen verloren hun pink, daarover bestaat weinig discussie. Maar Theropoda – dinosauriërs op twee poten, zoals Tyrannosaurus rex, – hebben aan hun voorpoten maar drie ‘vingers’. Verloren ze behalve hun pink hun duim of hun ringvinger?

Op grond van de vorm van dinosaurusklauwen hielden veel paleontologen het tot nu toe op het laatste. De duim, de wijsvinger en de middelvinger zouden bewaard zijn gebleven. Het verlies van de pink en de ringvinger zou verrassend zijn, omdat in vogelvleugels de wijsvinger, de middelvinger en de ringvinger bewaard zijn gebleven. Dat valt vast te stellen aan de hand van kippenembryo’s die aantonen dat de pink en de duim in aanleg wel aanwezig zijn, maar zich niet ontwikkelen.

Evolutie gaat met kleine stapjes en het is moeilijk denkbaar dat verschillende vingers plots elkaars plaats innemen. Wetenschappers die niet geloven dat vogels dino’s zijn, zagen in de verschillende tenentrits daarom een bevestiging van hun gelijk.

Volgens paleontoloog Xing Xu van de Chinese academie van Wetenschappen is de kwestie nu opgelost. Limusaurus had aan zijn voorklauw een kleine duim en een grote brede ‘wijsvinger’. Volgens Xing Xu vertegenwoordigt deze dinosaurus een tussenstadium in de evolutionaire verandering van tweebenige dino’s met vier ‘vingers’ naar dino’s met drie vingers. De grote brede wijsvinger van Limusaurus is herkenbaar, omdat er een duimpje naast zit. In latere dinosaurussen ging dit duimpje verloren en werd de wijsvinger voor duim aangezien.

Gepubliceerd in:
achtergrond
Wetenschap