Value at Risk: bedrieglijk simpel
30 maart. Het Value at Risk (VaR) systeem werd begin jaren negentig bedacht bij de Amerikaanse zakenbank JP Morgan. De eenvoud van het systeem is ook de zwakte: het houdt te weinig rekening met echte onwaarschijnlijkheden.
Het aantrekkelijke van VaR, zeker voor topbankiers die doorgaans geen ‘quant’ (bèta) zijn, is dat het risico simpelweg wordt uitgedrukt in een enkel getal, een waarde in dollars of euro’s.
Eigenlijk is VaR niet een model, maar een verzameling gerelateerde modellen die eenzelfde wiskundige basis hebben. De meest gebruikte variant berekent het risico in een portefeuille onder ‘normale’ marktomstandigheden. Een voorbeeld: als je een wekelijkse VaR hebt van 50 miljoen, betekent dat dat in de week die komt je een kans van 99 procent hebt dat je portefeuille niet meer dan 50 miljoen verliest. In die portefeuille kunnen aandelen, obligaties, derivaten zitten, of allemaal tegelijk, VaR is op allemaal van toepassing en komt met een totaalrisico voor de hele portefeuille. VaR houdt daarbij rekening met een baaierd aan variabelen zoals de hefboom, volatiliteit en diversiteit.
Een ander voordeel van VaR is dat het zowel individuele risico’s kan meten als het totale risico van een financieel concern.
Sinds VaR massaal omarmd werd door het bankwezen, daarbij geholpen door ‘Basel II’, de herziene internationale regels voor banken, dat VaR tot het aanbevolen risicomodel uitriep, is er ook veel kritiek op het systeem. Het zou te weinig rekening houden met echte onwaarschijnlijkheden. Met het uitbreken van de kredietcrisis in augustus 2007 hebben de critici het gelijk aan hun zijde: VaR zag deze crisis niet aankomen.
