Heb jij een eigen blog? Dat is oldskool!
Dit artikel stond in nrc.next van maandag 24 augustus.
Rotterdam. Ze waren pioniers op bloggebied, maar toen iedereen een blog begon, verloren ze hun interesse. Het was 1998. Webontwikkelaar Joep Vermaat en kunstenaar Jeroen Bosch zetten hun blog online: alt0169.com, één van de eerste in Nederland. Een weblog vol links naar creatieve, innovatieve en rare dingen was het, een welkome aanvulling in de tijd dat zoekmachines nog in de kinderschoenen stonden.
Zo verwezen ze naar talloze flashanimaties en spraken ze – in 1999 – over Google als ‘de hardst rulende zoekmachine van het web’. Of ze verwezen met een knipoog naar de site van de zanger Joop Visser, die mailde alleen wanneer de ander eerst zijn e-mailadres per post naar hem had opgestuurd, ‘wegens de virusgevoeligheid van het internet’.
Alt0196.com was een succes in de ‘online underground’, de meer technisch onderlegde creatievelingen die vanaf midden jaren negentig op internet rondzwierven. „We hadden eigenlijk moeten doorzetten. Dan had ons blog nu het formaat van GeenStijl”, zegt Vermaat (37). „We wisten telkens weer te verrassen met nieuwe primeurs. Maar het kostte heel veel tijd, en het nieuwe ging er op een gegeven moment toch vanaf.” Vermaat stopte begin 2001. Bosch verliet in augustus dat jaar Alt0169 en begon later kunstblog Trendbeheer. Alt0169 werd een spookblog.
Inmiddels zijn er meer spookblogs dan actieve blogs. Volgens blogzoekmachine Technorati waren er in 2008 wereldwijd 133 miljoen blogs. De helft van de blogs komt uit Amerika, 27 procent uit Europa. Sommige zijn zeer succesvol. Zo neemt het Amerikaanse tijdschrift Time tegenwoordig ook bloggers op in de jaarlijkse lijst van honderd meest invloedrijke mensen.
|
Schrijver en programmamaker Wim de Bie was er vroeg bij met bloggen. In 2001 begon hij Bieslog, een dagelijks blog over actualiteiten en cultuur. Het was met scherpe pen geschreven. De Bie bouwde een grote schare volgers op en won verschillende (inter)nationale blogprijzen. Maar na ruim zes jaar stopte De Bie er op 13 mei 2008 mee. „Ik denk dat de tijd is gekomen op zoek te gaan naar nieuwe ideeën”, schreef hij. „Ik doe deze mededeling met pijn in het hart, want tot op de dag van vandaag heb ik Bieslog met het grootste plezier gemaakt.” Maar De Bie had het gevoel dat het medium internet alweer nieuwe enerverende ontwikkelingen bood. En dat hij daar iets mee moest doen. „Het bedenken van nieuwe plannen vraagt enige afstand en tijd”, schreef hij. „Die ga ik de komende maanden dus nemen.” Inmiddels heeft De Bie een nieuw plan, vertelt hij over de telefoon. „Over een paar maanden kom ik samen met de VPRO met een nieuw project met allerlei web 2.0-activiteiten.” Hij miste bloggen wel en begon weer in de aanloop van de publicatie van zijn nieuwe boek, Meneer Foppe & de hele reutemeteut. |
Michael Arrington stond er in 2008 in. De voormalig advocaat begon in 2005 te bloggen over internetbedrijven en groeide uit tot dé autoriteit op dat gebied. Zijn blog TechCrunch heeft nu bijna zes miljoen bezoekers per maand, 21 fulltime werknemers en zette in 2008 ruim 6 miljoen dollar om. Wanneer Arrington iets opschrijft, ontketent hij een trend. Zo schreef hij enkele weken geleden dat hij geen iPhone meer gebruikte, omdat Apple een programma van Google had geweigerd. Inmiddels roepen meer technologiebloggers dat – en lijkt Apple een heksenjacht te wachten te staan.
TechCrunch wordt dagelijks bijgewerkt. Maar de meeste blogs worden al maanden niet meer ververst. Volgens het onderzoek van Technorati was van de 133 miljoen blogs wereldwijd niet meer dan 1,1 procent in de laatste week van het onderzoek bijgewerkt. Dus ‘slechts’ 1,5 miljoen blogs hebben elke week minimaal één nieuw bericht. En wekelijks bijwerken lijkt toch wel een minimale vereiste om de aandacht vast te houden.
Zelfs wanneer we Technorati-bloggers een ruimere marge gunnen, bijvoorbeeld vier maanden, blijkt dat slechts een klein deel hun blogs bijwerkt: nog geen 6 procent (7,4 miljoen blogs). In Nederland ligt dat percentage wat hoger, schat Jorrit Kreek van startlog.nl. Hij denkt dat er 800.000 Nederlandse blogs zijn, waarvan 10 procent actief. Dat zijn dus 720.000 Nederlandse spookblogs.
Neem Bloodyhell.nl, ook een spookblog. Maar niet lang meer, want medeoprichter Grytsje Klijnstra (25) haalt eind dit jaar de site offline. Klijnstra blogde van eind 2002 tot 2008 samen met haar kompaan Lotte Delwaide. Ze schreven over hun levens – over de liefde, rare buren, verhuizingen, schoonmakers en andere dagelijkse beslommeringen – en werden goed gelezen.
Ze vielen op in het kleine groepje nerdy Nederlandse bloggers. „We waren jong en onbevangen, en in die tijd één van de weinige vrouwenblogs”, zegt Klijnstra. Tot 2004. Toen kwamen de webdiensten waarmee gebruikers met één klik een blog konden maken. Duizenden vrouwen en vrouwentijdschriften begonnen een blog.
|
Hij publiceerde enkele ‘making-of video’s’. De Bie: „Het boek is inmiddels verschenen, maar ik blijf het blog elke dag bijhouden. Even iets formuleren blijf ik leuk vinden en het bezoek blijft komen.” Al die miljoenen spookblogs, vormen die samen niet een grote berg webafval die het internet vervuilt? Ze blijven inderdaad lang rondzwerven, e-mailt internetexpert Henk van Ess. Als je zoekt met algemene zoektermen, zoals ‘vakantie’, ‘Michael Jackson’ of ‘Wilders’ heb je geen last van de spookblogs. „Google zet ze erg laag in de rangschikking”, aldus Van Ess. Sinds negen maanden heeft de zoekmachine meer aandacht voor de mate waarin een website wordt bijgewerkt. „Als een bron er maandenlang geen letter bij zet, dan zakt deze steeds verder weg in Google’s antwoordenlijstje.” Maar bij specialistische of obscure zoekopdrachten kunnen spookblogs wel hoog eindigen. „Ze komen vrij hoog in het antwoordenlijstje, omdat de termen op de site zo specialistisch zijn dat ze domweg weinig voorkomen op andere websites”, schrijft Van Ess. „Het stikt dus van de dode blogs, maar we hebben er amper last van.” En nee, het internet kan niet volraken. Zolang bedrijven extra computers, servers, blijven aansluiten op het web, kunnen er eindeloos spookblogs bijkomen. Van Ess heeft zelf trouwens ook een spookblog, searchbistro.com. |
Klijnstra heeft nu voldoende aan Twitter, waar ze korte anekdotes kan delen. En ze is niet de enige die bloggen inruilt voor Twitter of een ander sociaal netwerk, zoals Hyves. In oktober 2008 verklaarde een bekende blogger het medium zelfs om die reden dood. Roddelblogger Paul Boutin schreef toen in Wired dat mensen moeten stoppen met bloggen, want ‘Twitter makes blogs look so 2004’. Bloggen was tot 2004 de enige toegankelijke manier voor internetters om te publiceren, maar door de sociale netwerken is het die exclusiviteit kwijt. Een twitter- of hyvesberichtje is ook nog eens eenvoudiger getikt dan een blogartikel.
Er is nog een ander voordeel van de sociale netwerken. De schrijvers krijgen er meer reacties dan op een blog. Slechts 1 procent van alle bloglezers reageert regelmatig, blijkt uit onderzoek uit 2006 van internetexpert Jakob Nielsen. Ook een reden voor veel bloggers om te stoppen – ‘ik krijg toch geen reacties’. Op Twitter en Facebook ligt dat anders. Als je daar een bericht schrijft, krijg je bijna altijd antwoord.
Sterft bloggen uit? Nee. Het karakter van het bloggen verandert. Het wordt meer een middel voor ‘personal branding’. Bloggers schrijven over hun vakgebied of passie. Wiskundeliefhebbers kunnen terecht op Wiskundemeisjes.nl, bibliothecarissen gaan naar Zbdigitaal.nl en de fervent televisiekijker kan terecht op Zappen.blog.nl. Die bloggers zijn een autoriteit in hun niche.
En als een blog (nog) niet zo populair is, dient het wél als een online visitekaartje. Waar een kunstenaar op Twitter alleen een linkje naar een kunstwerk kan plaatsen, kan hij op zijn blog in één bericht foto’s, filmpjes en een toelichting zetten. Bovendien worden actieve blogs goed gevonden door Google, want de zoekmachine vindt actuele pagina’s belangrijk.
Bloggen is volwassen geworden, zou je kunnen zeggen: mainstream. Want al reageren bloglezers niet vaak, het potentiële lezerspubliek is enorm. Ruim 40 procent van de Nederlanders tussen de 15 en 64 jaar leest blogs, concludeerde onderzoeksbureau Universal McCann in een onderzoek vorig jaar. Dat is meer dan 4 miljoen lezers.
Viel Klijnstra van Bloodyhell.nl eind 2002 op omdat ze een leuk meisje was met een goede blog, nu zijn er duizenden leuke meisjes met een goede blog. De blogger moet inventiever worden om aandacht te krijgen. Hij is niet alleen meer schrijver, maar ook marketeer.
Het is dan ook niet zo gek dat de blogs die uit de begintijd van het medium stammen en nog steeds duizenden lezers trekken, vaak geschreven zijn door communicatie- en marketingexperts. Zoals Marketingfacts.nl, Dutchcowboys.nl en Frankwatching.com. Die bloggers verlaten bloggen niet voor Twitter. Sterker nog, ze gebruiken Twitter om nog meer bezoekers naar hun blogs te trekken.
En zo gaat bloggen steeds meer lijken op de traditionele media. De ‘zenders’ moeten slimmere technieken toepassen om mensen naar hun publicatie te lokken. Eén belangrijk verschil met de traditionele media houdt bloggen nog steeds interessant: iedereen kan er één beginnen.
|
Bijna was het nextblog een spookblog geworden. Want net als vele bloggers begonnen ook wij enthousiast aan ons blog. We schreven over journalistieke dilemma’s, keuzes voor foto’s en verhalen. We wilden transparant zijn en vertellen hoe het gaat op een redactie. Maar na een jaar hadden we wel vijf keer uitgelegd dat ja, die foto aan de ontbijttafel misschien wat gruwelijk is, maar wél verbeeldt hoe de wereld in elkaar zit. Het dagelijkse blogje werd wekelijks, werd o-jee-heb-jij-nog-wat, werd huiswerk. Tot de next-site op 10 maart helemaal een blog werd. En dan niet met één blogje per dag over journalistieke keuzes, maar met minimaal vijf dagelijkse posts op het nieuwsblog en dagelijkse updates op het geldblog en het kookblog. We wilden onze lezers, onze reacteurs, gidsen en tijd besparen. Door hen te wijzen op de filmpjes, sites en blogs die er bij het nieuws van vandaag toe doen. Door er commentaar bij te geven, door commentaar te vragen en in discussie te gaan. En juist dat maakt bloggen leuk. Als je ziet dat Azijn zijn bijna dagelijkse reactie op het nieuwsblog heeft gegeven, Alchemist op het geldblog en Anne-Riet op het kookblog. Of als één reacteur schrijft over het André Rieu-als-soapsterfilmpje of 28 reacteurs over privacy. Titia Ketelaar, chef nrc.next |
