Reacties bestuurders PvdA en CDA over salarissen boven Balkenendenorm
„Leden die in de publieke sector meer dan de premier willen verdienen, zoeken maar een andere partij. Goed verdienen mag, graaien niet”, schreef de PvdA-commisie onder leiding van Sharon Dijksma die de verkiezingsnederlaag van de sociaal-democraten bij de Europese verkiezingen onderzocht. Het weren van zulke leden is onderdeel van de ‘doe-agenda’ van de PvdA.
Ook het CDA toont zich onbuigzaam als het gaat om de Balkenendenorm, het salarisplafond waarboven alle (semi)publieke instellingen aan minister Ter Horst (Binnenlandse Zaken, PvdA) moeten melden welke bestuursfunctie meer kost – inclusief motivatie.
Wie meer dan 181.000 euro verdient kan op weinig begrip rekenen van de Tweede Kamerfractie van het CDA. Meer dan de Balkenendenorm is te veel. „Alles wat je kunt krijgen, moet je nog niet nemen” zei staatssecretaris Van Bijsterveldt (CDA) onlangs over een vertrekregeling (meer dan 1 miljoen euro) voor een schooldirecteur van het Friesland College. „Voor mij geldt als je op zo’n plek functioneert: hoe hoger de adel hoe hoger de plicht om dienstbaar en sober te zijn.”
Het ‘graaien’ van bestuurders leeft sterk onder sociaal- en christen-democraten. Maar de PvdA en het CDA zijn zelf ook flink vertegenwoordigd in het openbaar bestuur.
NRC Handelsblad bracht een aantal CDA’ers en PvdA’ers in kaart die bij de (semi)overheid meer verdienen dan de Balkenendenorm of die met beloningsconstructies rond de norm uit komen. Wat vinden zij van de Balkenendenorm en de discussie binnen hun partijen om de salarissen nog sterker te normeren? Zijn er partijleden die hun lidmaatschap opzeggen?
Martin van Rijn, PvdA-lid en bestuursvoorzitter PGGM (338.000):
„Martin van Rijn is CEO van PGGM. Daarbij is het niet ter zake doende of hij lid is van een politieke partij. Sinds de splitsing begin 2008 is PGGM een marktpartij. Om die redenen vinden wij het niet relevant om in te gaan op deze vragen.”
Louise Gunning-Schepers, oud-commissielid verkiezingscampagne PvdA 2006 en bestuursvoorzitter AMC Amsterdam (298.171):
„Je moet een onderscheid maken tussen partijpolitieke functies en een benoeming in de Raad van Bestuur van een groot ziekenhuis. Het is geen pré of contra bij deze functie dat ik lid van een politieke partij. Er is brede ondersteuning vanuit de universitaire medische centra voor deze beloning. De politieke schermutselingen moeten maar in de Tweede Kamer plaatsvinden. Ik ben verantwoordelijk voor mijn functie als voorzitter van het AMC en privé heb ik andere verantwoordelijkheden. Maar bij partijpolitieke benoemingen geldt dat mensen ook een partijpolitieke verantwoordelijkheid hebben. Een erecode zou daarom betrekking moeten hebben op functies die door de partij worden benoemd. Een ziekenhuis bevindt zich niet in een politieke omgeving.
Daarbij is het vreemd dat dit geldt voor een deel van de gezondheidszorg. De bestuurders van verzekeraars en de vrij gevestigde medisch specialisten worden ook betaald door VWS, maar zij staan niet op de lijst van openbaar te maken inkomens. Het is een grijs gebied. Het zou raar zijn als het lidmaatschap van een politieke partij op dit soort dingen zou hangen.”
Dirk Jan Verbeek, PvdA-lid en bestuursvoorzitter Groene Hart Ziekenhuis (268.804):
„Als mevrouw Dijksma gezegd heeft dat goed verdienen mag, dan is dat prettig te vernemen van haar. ‘Graaien’ gaat erover als iemand zichzelf op eigen gezag geld toe-eigent dat hem niet toebehoort. Het lijkt op stelen. Dit is als zij op deze bestuurder doelt, niet het geval. Mijn Raad van Toezicht heeft toentertijd afspraken met mij gemaakt over mijn arbeidsvoorwaarden; deze zijn alleszins redelijk gezien de zwaarte van de functie en het afbreukrisico dat aan de functie verbonden blijkt te zijn.”
„Of ik er consequenties aan verbind? Nee, natuurlijk niet. En als ik na ruim 30 jaar opzeg, dan heb ik heel wat betere redenen dan mijn salaris! De PvdA zou er goed aan doen om wat meer trots te zijn op zijn leden die tegenwoordig nog omvangrijke en lastige functies willen vervullen in het hybride schemergebied tussen het publieke en het private domein.
„Het zou wat zijn zeg als de PvdA een bovengrens gaat stellen aan het inkomen van zijn leden. Dat gaat hen heel wat contributieinkomen kosten, want die contributie is gestaffeld naar iemands inkomen. Ik zie het nog niet voor mij: een ‘zwarte lijst’ van geroyeerde leden omdat deze boven de een of andere norm verdienen.”
„Bij mijn weten heeft de zogenaamde Balkenendenorm geen kracht van wet. Het is een typisch Haags thema dat door sommigen in het discours vrijwel kracht van wet gekregen heeft. De commissie Dijkstal adviseerde het kabinet vorig jaar over deze kwestie. De algemene ziekenhuizen werden door Dijkstal cum suis terecht niet aangemerkt als publieke sector. Wel geldt in de jaarverslaglegging een wettelijke publicatieplicht inzake de honorering van bestuurders. De algemene ziekenhuizen zijn gerangschikt in de categorie van de ‘gereguleerde marktwerking’.
„Wat mij in de onderhavige discussie stoort is dat de Haagse politiek ten aanzien van de zorg met twee maten meet. Enerzijds predikt men in ruime meerderheid (VVD, CDA, D66 en, ja, ook de PvdA) de zegeningen van de markt. De gedachte hierachter is dat de zorg goedkoper wordt als partijen op die markt elkaar opjutten tot sneller, beter, goedkoper. Anderzijds kenden we nog nooit zoveel regels als heden ten dage. Het adagium lijkt: ‘Wees zelfstandig op de markt, maar doe wel wat wij zeggen!’
„Overigens ben ik van mening dat de sector ten aanzien van de honorering een eigen code vaststelt met daarin ondermeer een salarisgebouw dat rekent met de zwaarte van de functies in vergelijking met die in andere sectoren, zowel profit als not for profit. Zeer binnenkort wordt die code geratificeerd door de verenigingen van toezichthouders en bestuurders in de zorg. Van de leden mag verwacht worden dat men zich aan die code houdt. Op straffe van het opleggen van een rare regel als die Balkenendenorm door de minister.”
Jo Ritzen, oud-minister en voorzitter College van Bestuur Universiteit Maastricht (263.418):
Geen reactie.
Marc Calon, ex-gedeputeerde PvdA provincie Groningen en bestuursvoorzitter Aedes (150.000 voor drie dagen):
„Geen behoefte om in de krant te reageren”.
Joop Linthorst, oud-wethouder PvdA Rotterdam en bestuursvoorzitter UWV (232.173):
„Joop Linthorst bekleedt al 15 jaar geen bestuurlijke functie meer binnen de PvdA. Hij is op geen enkele manier actief; hij is slapend lid. Om die reden voelt hij zich niet geroepen om een inhoudelijke reactie te geven.”
Hans Simons, oud-staatssecretaris PvdA, oud-directeur Oosterschelde Ziekenhuizen (202.501):
„Ik had een contract voor precies vier jaar bij Oosterschelde Ziekenhuizen en dat zou in mei aflopen. Daarin was geen vertrekpremie in opgenomen, en ook geen extra pensioen of zoiets. Ik heb een enkele maand extra gekregen omdat ik eerder dan mei vertrok.
„Ik begon in 2005 onder de Balkenendenorm en eindigde daarboven. Dat komt omdat ik eigenlijk een fusieziekenhuis leidde en daarom is het salaris aangepast. Maar ik heb ook na mijn vertrek van geen enkele voorziening gebruik gemaakt, ook al heb ik daar als oud-staatssecretaris en oud- wethouder recht op. Ik gebruik geen wachtgeld en ben daarna aan het werk gegaan als particulier adviseur.
„Ik kende het geluid van partijvoorzitter Ploumen niet. Ik hoor het wel als ik afscheid moet nemen van de partij, maar dat lijkt me onzin.”
„Er is geen enkele reden om de Balkenendenorm politiek te vertalen. Het is wel een zinnige discussie over wat redelijk is. De Balkenendenorm is een goede maatstaf, maar er moet wel ruimte blijven om de eigen marges te bepalen. Drie ton voor een ziekenhuisdirecteur is belachelijk, maar over 15 of 20 duizend meer dan de norm, moeten we niet zeuren. Daarbij is de rechtspositie na vertrek ook relevant: ik maak geen gebruik van de wachtgeldregeling, maar anderen doen dat wel. Ook als ze prima ergens aan de slag kunnen.”
Marjanne Sint, oud-partijvoorzitter PvdA en bestuursvoorzitter Stichting Isala Klinieken (196.934):
Marjanne Sint laat in eerste instatie via haar woordvoerder weten dat ze de opmerkingen van Sharon Dijksma en Lilian Ploumen beschouwt als „persoonlijke meningen” waar ze verder niet op wil reageren. Een paar uur belt haar woordvoerder terug om te zeggen dat het inmiddels beschouwd kan worden als een „partijbrede discussie” waar Marjanne Sint „verder niet op wil reageren”.
Hans van der Vlist, actief PvdA- lid en oud-voorzitter Evert Vermeer Stichting, thans secretaris-generaal ministerie VROM (190.806):
Zijn woordvoerder: „De SG van VROM heeft nooit meer verdiend dan de zogeheten Balkenendenorm. Deze norm is vastgelegd in het Coalitie-akkoord van februari 2007 (onderdeel “inkomensbeleid” blz.27). Deze norm geldt als maximum-norm voor de publieke en semi-publieke sector. Deze inkomensnorm is gebaseerd op 130 procent van het huidige bruto-salaris van een minister, inclusief vakantie-uitkering en eindejaarsuitkering. In dat begrip worden pensioenafdrachten en belastbare vergoedingen dus NIET meegeteld. De 130 procent-norm bedroeg in 2008 176.008 euro en voor 2009 181.773 euro. Binnen de sector rijk zijn er noch in 2008, noch in 2009 functionarissen die meer verdienen dan deze 130%- norm. Ook het inkomen van de SG van VROM zit onder deze maximum-norm.”
„Als u stelt dat de SG een norm heeft overschreden, doelt u op de zogeheten WOPT-norm die voorschrijft dat topinkomens die gefinancierd worden uit publieke middelen openbaar worden gemaakt boven een bepaald bedrag. Deze inkomensnorm mag worden overschreden; overschrijding leidt tot publicatie in het jaarverslag van een organisatie. Zo is het inkomen van de SG VROM in mei 2009 gepubliceerd in het Sociaal Jaarverslag Rijk. De WOPT-norm is gebaseerd op het begrip “gemiddelde belastbare loon ministers” en is een optelsom van onder meer belastbaar loon en pensioenafdracht van ministers.”
De wijze van berekenen daarvan kunt u vinden in de regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 7 maart 2006, nr. 2006-0000065515, CS/CZW/WVOB.
De WOPT-norm wordt jaarlijks achteraf vastgesteld. In 2008 bedroeg de WOPT-norm € 181.000.
Overigens ligt het inkomen volgens de WOPT-norm van de heer Van der Vlist in 2008 lager dan in 2007.”
Joop Wijn, ex-CDA-minister en lid Raad van bestuur ABN Amro (600.000):
Geen reactie.
Piet Boekhoud, voorzitter CDA Rotterdam en bestuursvoorzitter Albeda College (154.672 plus 340.000 pensioenreserve):
„Die 340.000 euro is een reservering, alleen voor als het nodig is. Ik zit dus ruim onder de Balkenendenorm. Discussie over deze norm vind ik wel goed. Het is een juiste grens, zeker voor de sector waar ik in zit. Ik vind dat je als beginnend bestuurder wel groeimogelijkheden moet hebben. Als iemand van veertig op mijn salarisniveau begint, vind ik dat achterlijk. Het eventuele royeren van partijleden om hun inkomen zou ik te ver vinden gaan. Moet je kijken wie dat allemaal gaat treffen! In mijn sector, het onderwijs, valt het nog wel mee. Maar in de zorg ligt dat bijvoorbeeld heel anders. Partijen raken een deel van hun kader kwijt als zij leden zou gaan royeren die boven de Balkenendenorm zitten.”
Nout Wellink, lid CDA en president De Nederlandsche Bank (423.287):
Geen commentaar.
René Smit, auteur CDA-verkiezingsprogramma van 2006 en collegevoorzitter Vrije Universiteit (257.431):
„Geen tijd om te reageren”.
Tini Colijn-Hooymans, kroonlid SER namens CDA en lid Raad van bestuur TNO (237.871):
„Ik ben lid van het CDA, maar dat betekent niet dat ik het met alle standpunten van de partij eens ben. En dit is één daarvan.”
Yvonne van Rooy, oud-staatssecretaris CDA en bestuursvoorzitter Universiteit Utrecht (234.000):
„We geven er de voorkeur aan om niet in te gaan op deze vragen. Yvonne van Rooy bekleedt als bestuurder van een universiteit geen politieke functie en is dus geen ‘CDA-bestuurder’. Over de hoogte van het salaris gaat zoals u weet de Raad van Toezicht”
Anne Flierman, senator CDA en bestuursvoorzitter Universiteit Twente (204.050):
„De Raad van Toezicht bepaalt het salaris, niet de bestuurder. De universiteit is onderdeel van de semipublieke sector en bevindt zich niet in een politieke omgeving.
„Het is geen politieke functie en het partijlidmaatschap van welke partij dan ook is irrelevant bij de benoeming. Dat is anders bij bijvoorbeeld burgemeesters of commissarissen van de Koningin.”
Dirk Jan van den Berg, oud-secretaris-generaal Buitenlandse Zaken en CDA-lid. Thans bestuursvoorzitter TU Delft (181.000 voor elf maanden):
Geen reactie.
Doekle Terpstra, CDA-lid en voorzitter HBO-Raad (184.298):
Doekle Terpstra zit net onder de Balkenendenorm als voorzitter van de HBO-Raad. Maar als de vergoedingen voor andere nevenfuncties in het publieke domein worden meegeteld, zoals zijn lidmaatschap van de raad van toezicht van de Publieke Omroep en zijn commissariaat bij de Kamer van Koophandel mee worden geteld, zit hij daarboven. Terpstra benadrukt dat hij de helft van zijn inkomsten uit nevenfuncties overmaakt aan zijn hoofdwerkgever, de HBO-Raad. De verdiensten voor incidentele bijbanen sluist hij volledig door.
„Een debat over salarissen moedig ik van harte aan, maar we moeten oppassen dat de Balkenendenorm een eigen leven gaat leiden. Je moet oppassen dat je bestuurlijk Nederland op slot zet door een rigide toepassing van een salarisnorm. Het is doodzonde als je mensen buiten het politieke debat zou plaatsen om wat ze verdienen. Vorig jaar heb ik bemiddeld bij de politie-CAO. Daar heb ik een vergoeding voor gekregen die ik volledig aan mijn werkgever, de HBO-Raad, heb overgemaakt. Maar als ik dat niet zou hebben gedaan, moet je me dan uitsluiten van het publieke debat? Bij de politie-CAO lever ik een maatschappelijke bijdrage waar een compensatie tegenover staat. Overigens wordt in het publieke domein ook aangemoedigd dat je nevenactiviteiten.”
Kees Koedijk, mede-auteur verkiezingsprogramma CDA 2002, hoogleraar en decaan bij de universiteit van Tilburg (175.865):
Op vakantie. Niet bereikbaar.
