Laat anderen proeven van jouw cultuur

De picknick in het Utrechtse Julianapark.
Door Sheila Kamerman

Onder het afdak van tentzeil ziet de wereld eruit zoals hij eruit zou moeten zien. Allochtoon en autochtoon door elkaar. Deel 5 in een serie over eten in de buitenlucht.

Utrecht. Er wordt gelachen. Uitbundig gedanst. Iedereen klapt mee op het ritme van de trommels. Aan de zijkant hangen oudere jongeren op kussen en rieten matten. Ze roken een waterpijp. Ze kijken gelukkig. Ze praten vooral Turks.

De hapjes zijn multicultureel. Laat anderen proeven van jouw cultuur, was de opdracht. En dus staan dunne pannenkoekjes met hartige vulling, taboelehsalade, yogurtshake met zelfgekweekte bessen en kikkererwtenballetjes naast aardappelsalade van Albert Heijn en zelfgebakken appeltaart. Een Nederlands stel heeft chocolademousse gemaakt. Ze verontschuldigen zich, het is niet voldoende opgestijfd, het blijft een soort vla. De bak is razendsnel leeg.

De picknick in het Utrechtse Julianapark is georganiseerd door het Intercultureel Theehuis, een project van VluchtelingenWerk Midden-Nederland. Door het jaar heen kunnen buurtbewoners en vluchtelingen elkaar ontmoeten in het theehuis in Utrecht. Er worden avonden met muziek georganiseerd. En cabaret. Vijftien vrijwilligers runnen het theehuis.

De vrijwilligers zijn vluchtelingen die hun weg hebben gevonden in Nederland en andere vluchtelingen willen helpen. En het zijn Nederlanders, vooral vrouwen, die wat willen doen voor de medemens. Ze dragen lange strokenrokken. En ze dansen met hun hele lichaam. Buurtbewoners dansen niet, zij kijken toe. Een paar vrijwilligers staan achter de tafels met hapjes om te zorgen dat wat er is, eerlijk wordt verdeeld. Maar toezicht houden is niet nodig. Er is meer dan genoeg.

Ramy Aslan heeft linzensoep meegebracht. Linzensoep zoals zijn moeder die maakte in Siirt, Turks Koerdistan waar hij opgroeide. Van zijn moeder kreeg hij soep als ontbijt. „Klinkt misschien gek, je bent meteen wakker.” Ramy Aslan is Koerd, maar geen vluchteling. Hij bleef in 1995 in Nederland hangen. Hij had een Duits vriendinnetje opgezocht die hij had leren kennen toen hij als parasolverhuurder werkte op het strand van Alanya.

Ramy Aslan is vrijwilliger. Een gelukkige vrijwilliger. De vluchtelingen die er zijn, lijken gelukkige vluchtelingen. Er zijn veel ongelukkige vluchtelingen maar die komen niet naar zo’n feest, zegt Aslan. „Ze komen soms wel in het theehuis.” Jongens uit Afghanistan bijvoorbeeld. „Hun eenzaamheid is onvoorstelbaar. Het verleden is te pijnlijk om te herinneren, de toekomst een zwart gat.”

Aslan moet even nadenken als hem gevraagd wordt wat hij doet in het leven. Hij doet veel. Genieten vooral. Hij houdt van zwemmen in natuurwater. Van yoga. En van mediteren. Hij houdt van de sfeer van het theehuis. En ja, hij werkt ook. Als rij-instructeur. Maar dat is niet het belangrijkste in zijn leven. Hij werkt om geld te verdienen. En hij geeft alleen leuke mensen les.

Als de muziek even stopt, komt een oude Indonesische man naar voren. Hij heeft een Indonesisch hoedje op. Zijn vrouw is er ook. Hij zou graag een lied willen zingen, zegt hij. Kan dat? Natuurlijk kan dat. Iedereen mag doen waar hij zin in heeft. De Indonesische man gaat in het midden staan en zingt. De omstanders klappen uitbundig mee. Wat een schat, zie je ze denken.

Dan moet Aslan in het midden gaan staan. Hij wordt bedankt voor zijn werk in het theehuis. Nu stopt hij voor jaartje. Hij gaat reizen. Waar gaat hij het eerst heen? Naar verre, exotische landen. Maar eerst langs bij zijn moeder natuurlijk.

Gepubliceerd in:
achtergrond