Elektrische auto stoot evenveel CO2 uit als gewone auto

Elektrische auto’s zijn duur en helpen vooralsnog niets. Zet liever in op zuinige auto’s, zegt Guus Kroes.

De elektrische auto is in de mode. Pers, televisie, politiek en autofabrikanten – allemaal steken ze de loftrompet op dit vervoermiddel. Op autobeurzen trekken de meest futuristische modellen aan ons oog voorbij. Sommige gemeenten willen vast beginnen met de aanleg van oplaadpunten: op naar ‘zero emission’, de CO2-vrije auto. Jammer is vooralsnog de hoge prijs, maar dat komt vanzelf goed bij massaproductie, is de gedachte.

Pijnlijk ontbreekt hierbij de kritische kanttekening dat in de huidige situatie de elektrische auto helemaal geen oplossing biedt voor het klimaatprobleem: de elektrische auto stoot net zoveel CO2 uit als een gewone auto. En bij grootschalige invoering brengt hij de elektriciteitsproductie in grote problemen.

Energie komt niet uit het niets. De elektriciteit die nodig is om elektrische auto’s voort te bewegen, moet eerst worden opgewekt. Duurzame opwekking van elektriciteit (wind, zon, biomassa) zal daaraan voorlopig nog geen substantiële bijdrage kunnen leveren. Afgelopen jaar was het aandeel duurzaam geproduceerde elektriciteit in Nederland 7,5 procent, waarvan de helft wind, 4 procent is kernenergie. Maar het merendeel van de opgewekte elektriciteit komt van fossiele brandstof, voornamelijk aardgas.

Wie in Nederland elektrisch rijdt, rijdt dus voor het grootste deel op fossiele brandstoffen, net als een gewone auto.

Wat gaat er gebeuren als de elektrische auto massaal wordt ingevoerd? Heel eenvoudig: de vraag naar elektriciteit gaat exploderen. Rekent u even mee op de achterkant van mijn sigarendoos? Stel heel ruw het benodigde vermogen op 35 pk (25 kilowatt). Stel de gebruikstijd per dag op 1 uur, dan verbruikt die auto 25 kilowattuur. Doe dit maal 10 miljoen (er zijn 10 miljoen auto’s in Nederland) en je spreekt over 250 miljoen kWh per dag. Per jaar is dat circa 90 miljard kWh. Een doorsnee elektriciteitscentrale (300 MW) produceert zo’n 3 miljard kWh per jaar, dus we spreken over zo’n 30 extra centrales om de Nederlandse auto’s elektrisch te laten rijden.

Tenzij we massaal inzetten op kernenergie, zullen die extra centrales gewoon weer fossiele brandstoffen verbruiken. Die centrales zetten de brandstof met een rendement van zo’n 33 procent om in elektriciteit. Verliezen in het transport (ca. 10 procent) en tijdens de opslag en het ontladen van de batterijen (ca. 20 procent) leiden dan tot een totaal rendement van ongeveer 25 procent. Ter vergelijking: een doorsnee benzineauto haalt een rendement van 20 procent in de stad en een efficiënte diesel op de snelweg zelfs meer dan 30 procent. Kortom, de elektrische auto maakt geen enkel verschil, hooguit een lokale reductie van CO2 (niet in de stad), maar zeker geen globale.

De ontwikkeling van elektrische auto’s gaat vele miljarden kosten. Ongetwijfeld zit daar weer veel overheidssteun tussen. De ontwikkeling van een wijdverbreid distributienet voor de oplaadstations, en van de benodigde extra elektriciteitscentrales, gaat ook veel geld kosten. De consument en belastingbetaler draaien daar voor op. Over de gevolgen van het gebruik van de onvoorstelbare hoeveelheid accu’s hoor je niemand. Lithium, het meest genoemde bestandsdeel, is schaars, cadmium en lood zijn giftig, enz.

Vooralsnog is het veel zinvoller in te zetten op zuinige auto’s. En, het beste van al blijft natuurlijk gewoonweg minder autorijden. Maar dat horen we liever niet.

Drs. Guus Kroes is natuurkundige. Hij is werkzaam als octrooispecialist in Leuven.

Gepubliceerd in:
achtergrond