Van jubelstemming tot economisch Pearl Harbor

Correspondent Freek Staps in New York.
Door onze correspondent Freek Staps

New York, najaar 2009. Toen Freek Staps in 2005 in New York aankwam met zijn onbeschreven kladblokjes en een opgeschoonde laptop heerste er een economische jubelstemming in Amerika. Nu, vier jaar later, is het een economisch Pearl Harbor.

In 2005 groeiden de bomen nog tot de hemel. De huizenmarkt had iedereen rijk gemaakt – een eigen huis was de vervulling van de Amerikaanse droom, zo moedigde de toenmalige president George Bush het volk aan – en van de almaar stijgende woningprijzen werd iedereen lichtelijk jolig.

Ik bezocht een cursus voor jonge en onervaren makelaars om te horen dat huizenprijzen niet, nee nooit, zouden kunnen dalen en ik interviewde Nicolas Retsinas. Hij is hoogleraar aan Harvard en als hij praat, luistert iedereen met een hypotheek. ‘Ik word niet betaald om me zorgen te maken,’ probeerde hij gerust te stellen. ‘Ik word betaald om naar cijfers te kijken.’ De huizenmarkt blijft sterk, zei hij, en van paniek en plots inklappende markten wilde hij niet horen. Kan niet, gebeurt niet. ‘Mensen wonen niet in een aandeel Amazon.com.’

Het bleek echter een tijdbom en het duurde niet lang voordat op Wall Street de eerste tekenen van de neergang zichtbaar werden. Toen ik aan het einde van een wilde dag op de beurs richting de metro liep, zag ik op straat een jongeman staan, kartonnen bord voor zijn buik. ‘Will trade for food’, stond er, ik handel in aandelen in ruil voor eten. Grapje, zeker, zei ik, maar Ari Cantor was doodserieus. Hij werkte eerst op Wall Street, was nu ontslagen. En hij begon door zijn spaargeld heen te raken.

Doorsijpeleconomie

We hielden contact. ‘Wanhopig probeer ik werk te vinden,’ mailde hij en ik dacht opnieuw naïef: dat komt wel goed. Slimme jongen, goed opgeleid. Totdat ik deze zin van hem las: ‘Een aantal van mijn vrienden uit de financiële sector is de laatste twee weken ontslagen (24, om precies te zijn).’ 24? Kende ik zelf 24 mensen zonder werk? Jonge mensen, aan het begin van hun loopbaan, goede universiteiten bezocht, flexibel, allemaal werkloos?

Ari legde de vinger op de zere plek: ‘Vanaf nu hebben we te maken met een “doorsijpeleconomie”, waardoor de situatie alleen maar verergert: secretaresses, conciërges, mensen in de postkamer, et cetera – ook zij zullen allemaal hun baan verliezen omdat er niemand meer is die hun diensten nodig heeft.’

Ari kreeg meer gelijk dan hij wilde. Op het moment dat ik dit schrijf wordt elke acht seconden een gezin uit hun huis gezet. De crisis heeft daarnaast al zes miljoen Amerikanen werkloos gemaakt, en dat worden er naar verwachting minstens twee miljoen meer.

Zelfs al wordt de recessie officieel ‘voorbij’ verklaard – een groep vooraanstaande economen beslist dat vanachter een bureau – dan nog zal het een tijd duren voordat de werkgelegenheid weer toeneemt en consumenten weer vrijelijk gaan uitgeven. Na de vorige recessie, die na de internetzeepbel, duurde het anderhalf jaar voordat het aantal banen weer begon toe te nemen. Dat is belangrijk, want dat betekent dat de groep nouveau poor – van de Ari’s tot de middenklasse – nog een tijd uitdijt.

Economisch Pearl Harbor

Normaal zijn het deze mensen die consumerend de economie draaiende houden, Europese producten kopen, de wereldwijde handel aanjagen. Inmiddels is de crisis zo nijpend dat Amerika’s bekendste investeerder en ’s werelds op een na rijkste man, Warren Buffett, concludeert dat de ‘economie in een ravijn is gevallen’ en dat dit vergeleken kan worden met een ‘economisch Pearl Harbor’ en een oorlogssituatie. Zelfs rappers winden zich op over exotische hypotheekvormen met variabele rentetarieven. Beluister het nummer 'Losing my home' van de Roq Off Crew uit Baltimore.

Met de eerste paniekgolf van de afgelopen jaren achter ons, is de oorlogsvergelijking misschien wel het treffendst. Ook dan gaat het leven gewoon door, maar is de worsteling overal. Vanaf de stoep wordt de Amerikaan nu om de oren geslagen met Recession Specials: de kapsalon geeft 50 procent korting op highlights in het haar en tijdelijke tatoeages; er zijn recessieburgers te koop (goedkoper en nu met minder sla) en de ooit zo eerbiedwaardige Citibank stort 100 dollar op je rekening voor elke nieuwe klant die je voor hem weet binnen te halen.

Amerika is verzwakt, de winnaars van weleer zijn getroffen, neerwaartse mobiliteit regeert. Maar dit gaat verder dan de VS: wat in de grootste economie ter wereld gebeurt, raakt ons allemaal. Ari Cantor, de bankemployé die het eerst op Wall Street had gemaakt en daarna aan de kern van ons aller probleem stond, wil de lezer daarom nog iets meegeven: ‘Groetjes vanuit de kelder van mijn ouders.’

Gerelateerde artikelen:

Gepubliceerd in:
achtergrond