Zes vragen over de verhoging van de AOW-leeftijd
Rotterdam, 30 sept. Het kabinet gaat de AOW-leeftijd verhogen naar 67, nadat de sociale partners in SER er niet in zijn geslaagd tot een alternatief te komen. Zes vragen en antwoorden over de omstreden maatregel.
De SER stond voor een lastige opgaaf. De overheid besloot in het voorjaar dat de AOW-leeftijd omhoog moest van 65 tot 67, maar wilde daar steun voor krijgen uit de maatschappij. Het kabinet gaf daarom de sociale partners in de SER een half jaar de tijd om te praten over alternatieven.
Maar de sociale partners stonden al snel lijnrecht tegenover elkaar. De werkgevers wilden dat alle werknemers tot hun 67ste blijven doorwerken. De werknemers, verenigd in de vakbonden, vonden juist dat al te veel ouderen werkloos of versleten zijn. Het lukte ze niet om met een alternatief te komen dat evenveel geld zou opleveren: 4 miljard euro per jaar. Waar ging het mis en wat gaat er nu gebeuren?
Omdat de AOW as we know it op termijn niet meer op te brengen is. Nederland vergrijst in razend tempo: we worden steeds ouder en tegelijkertijd wordt de beroepsbevolking steeds kleiner. Op dit moment is 15 procent van de bevolking ouder dan 65, in 2040 zal dat naar verwachting 25 procent zijn. Dat is niet alleen slecht voor de overheidsfinanciën, maar ook voor de arbeidsmarkt: er zal een enorm tekort aan arbeidskrachten ontstaan als er nu niet wordt ingegrepen.
Omdat verhoging van de AOW- leeftijd geen populaire maatregel is. De AOW is
heilig, zeker voor oudere werknemers. In Nederland zijn we gewend aan de VUT
(vervroegde uittreding), waarmee een hele generatie al ruim vóór het 65ste
jaar kon stoppen met werken. Die regeling werd al eerder afgeschaft, maar de
effecten ervan zijn nog duidelijk zichtbaar op de arbeidmarkt: de gemiddelde
leeftijd waarop werknemers met pensioen gaan is 61. Nog een cijfer: van de
55 tot 65-jarigen werkt op dit moment maar 45 procent.
Het kabinet wist hoe gevoelig aanpassingen in de AOW liggen en wilde daarom steun van de sociale partners (de werknemers- en de werkgeversorganisaties). Daarom kregen zij de kans om met een alternatief voorstel te komen.
De FNV erkende wel dat de overheid een probleem heeft met de schatkist. Maar de vakcentrale vond het niet fair dat de rekening van de kredietcrisis, die is veroorzaakt door de financiële sector, direct naar de werknemers wordt doorgeschoven. Verplicht langer doorwerken betekent dat werknemers twee jaar AOW inleveren ofwel 25.000 euro (voor alleenstaanden). Vooral mensen in zware beroepen (bouw, zorg), die vaak al met vijftien jaar zijn gaan werken, mogen niet gedwongen worden nog langer te werken, vindt de bond. De verhoging gaat waarschijnlijk pas gelden voor mensen die na 1970 geboren zijn.
De vakbonden hadden als alternatief voor de bezuiniging van 4 miljard:
verhoging van het toptarief van de belastingen, afschaffing van de aftrek
van hypotheekrente voor huizen boven een miljoen euro, hogere inkomens
zouden meer eigen bijdragen in de zorg moeten betalen. Deze alternatieven
werden door de Sociaal-Economische Raad (SER) afgewezen.
Werkgevers wilden dat zowel de leeftijd voor de AOW als de leeftijd voor het aanvullende pensioen (bedrijfspensioen) werd opgetrokken naar 67 jaar. Op deze manier blijft de AOW betaalbaar en verbetert de financiële situatie van de pensioenfondsen, die door de kredietcrisis zijn uitgehold. Omdat dit voor de FNV onverteerbaar is, deden werkgevers een ander voorstel: verhoog de pensioenleeftijd pas over 15 jaar naar 67. Iedereen die nu boven de 50 is, gaat gewoon met 65 met pensioen.
Het kabinet, dat al in maart tot verhoging van de AOW-leeftijd had besloten, zet zijn plannen door. Dit tot woede van de vakbeweging die dreigen met een massaprotest à la Museumplein in 2004, toen ruim 250.000 mensen demonstreerden.
