Rechtszaken van Berlusconi
Een greep uit de belangrijkste rechtszaken waar Berlusconi bij betrokken is geweest:
All iberian
Aanklacht: Beschuldigd van het wegsluizen van geld via zijn familieholding Fininvest naar een offshorebedrijf genaamd All Iberian. Geld dat hij tussen 1991 en 1995 zou hebben gebruikt voor illegale partijfinanciering.
Vonnis: Schuldig in juli 1998. Veroordeeld tot twee jaar en vier maanden gevangenisstraf.
Appel: Vonnis in 2000 ingetrokken nadat de Italiaanse Hoge Raad had bepaald dat de zaak was verjaard.
Fininvest
Aanklacht: Beschuldigd van het omkopen van de belastinginspecteurs van de financiële politie op drie verschillende momenten tussen 1989-93. Het betrof de bank Mediolanum en de uitgeverij Mondadori waarin Berlusconi een meerderheidsbelang heeft.
Vonnis: schuldig, veroordeeld tot twee jaar en negen maanden gevangenisstraf.
Appel: In mei 2000 vrijgesproken in twee van de drie zaken. De derde zaak leidde tot absolutie vanwege verjaring van de feiten. Later werd hij in alle drie de zaken definitief vrijgesproken.
Fininvest II
Aanklacht: Berlusconi en andere medewerkers van Fininvest beschuldigd van het runnen van een geheime pot bestemd voor steekpenningen, waarin tussen 1989 en 1996 meer dan een miljard dollar door zou zijn gestroomd.
Vonnis: De aanklacht werd in februari 2003 ingetrokken nadat een rechter bepaalde dat als gevolg van een door Berlusconi’s regering ingevoerde nieuwe wet de zaak was verjaard.
Medusa
Aanklacht: Boekhoudkundige fraude bij het verwerven van het filmproductiebedrijf Medusa in 1988.
Vonnis: Schuldig en in 1997 veroordeeld tot een jaar en vier maanden gevangenisstraf. Het vonnis werd echter meteen ter zijde gelegd als gevolg van een amnestiewet voor dergelijke gevallen die voor 1990 hadden plaatsgevonden.
Appel: In 2000 helemaal vrijgesproken.
Lentini
Aanklacht: Boekhoudkundige fraude bij de aankoop door Berlusconi’s voetbalclub AC Milan van speler Gianluigi Lentini in 1992.
Vonnis: Vrijgesproken in November 1992 als gevolg van nieuwe door Berlusconi’s regering ingevoerde verjaringswetgeving.
SME
Aanklacht: Omkopen van rechters om de verkoop van voedselketen SME door de voormalige staatsholding IRI aan industrieel Carlo De Benedetti te voorkomen.
Vonnis: De aanklacht werd vorig jaar ingetrokken vanwege een controversiële immuniteitswet die de premier tegen vervolging beschermde. Nadat de wet in januari van dit jaar ongrondwettelijk werd verklaard door het constitutionele hof, begon de zaak in april opnieuw voor nieuwe rechters. Zijn vriend en advocaat senator Cesare Previti is al tot vijf jaar veroordeeld in deze zaak, vanwege het omkopen van rechters om deze gunstig gestemd te houden ten opzichte van Fininvest.
