Wat zijn joodse waarden en hoe definieer je die precies?
Berlijn, 27 nov. Het joodse leven bloeit weer in Berlijn, maar het is een getroebleerde bloei. De synagoge aan de Rykestrasse in de wijk Prenzlauer Berg is net heropend, schitterend gerestaureerd. En joden uit de voormalige Sovjet-Unie versterken de gemeente met duizenden. Het is juist deze toestroom die tot groeistuipen leidt; problemen die slechts weinigen enkele jaren geleden hadden voorzien.
Maar bij dr. Hermann Simon, historicus en directeur van het Centrum Judaicum in Berlijn, overheerst vooralsnog de trots op ‘zijn’ gerenoveerde synagoge, met twaalfhonderd zitplaatsen het grootste joodse gebedshuis van Duitsland. Het is een tempel van licht en pasteltinten.
„Dat deze synagoge de oorlog heeft overleefd, is verbazingwekkend”, zegt hij. In 1938 hebben de nazi’s hier brand gesticht, maar die werd snel geblust. De brandweer was volgens Simon bang dat het vuur naar de huizen zou overslaan. Het neoromaanse bakstenen gebouw uit 1904 staat op een binnenplaats in een woonwijk.
Wat er in de oorlog met de synagoge is gebeurd, is onduidelijk. Simon vermoedt dat er legergoederen waren opgeslagen. Hoe het ook zij, er is relatief voorzichtig met het pand omgesprongen. Zelfs het koperen handwasbekken en de bronzen kroonluchters zijn in de nadagen van de oorlog, toen alle metaal naar de wapenproductie moest, onaangeroerd gebleven.
Voor 1940 woonden meer dan 170.000 joden in Berlijn. De meesten van hen zijn weggevoerd, naar concentratiekampen, en daar vergast. Na 1945 kwijnde het joodse leven in de hoofdstad. In de tijd van de DDR – Prenzlauer Berg lag in Oost-Berlijn – was de Rykestrasse-gemeente klein en bestond zij vooral uit ouderen. Hermann Simon is hier opgegroeid. „Een paar honderd mensen bezochten de sjoel, daarmee had je het wel gehad”, herinnert hij zich.
Maar de val van de Muur in 1989 veranderde alles. De synagoge in de Rykestrasse werd weer onderdeel van de verzamelde joodse gemeente van Berlijn. En vervolgens kwamen de joodse immigranten, voornamelijk uit de landen van de uiteengevallen Sovjet-Unie. Ze blijven toestromen. Nu telt de Berlijns-joodse gemeente bijna dertienduizend leden. Ze is daarmee de grootste van Duitsland.
Die stormachtige groei gaat gepaard met moeilijkheden. Moishe Waks, als bestuurslid van de joodse gemeente tevens nauw betrokken bij de synagoge in de Rykestrasse, geeft het eerlijk toe. Er zijn spanningen, er heerst chaos, er is onderlinge animositeit. Die is zó hoog opgelopen, dat Berlijn, de betaalmeester, met ingrijpen dreigde.
Het grootste probleem van de joodse gemeente vormt de vraag wie jood is en wie niet. Naar oude joodse definitie is een jood alleen een jood als zij/hij een joodse moeder heeft. Waks: „De afgelopen jaren zijn hier families uit Oekraïne, Rusland of Georgië gekomen die rond één joodse grootvader waren gegroepeerd. Die man bleek met een niet-joodse vrouw te zijn getrouwd. Zijn kinderen zijn dus strikt genomen geen joden.”
Soms bleken de papieren ook niet te kloppen. „In het land van herkomst zijn vaak parallelle geboorteregisters, met valse gegevens over iemands geloof of afkomst. Vergeet ook niet dat het in de Sovjet-Unie net andersom was: daar bepaalde het vaderschap de vraag of je jood was of niet.”
Kortom, verwatering die tot verwarring leidt. De Rykestraat-gemeente staat te boek als conservatief, met behoudende leden die zuiver in de leer wensen te zijn. Dat geeft fricties met díe nieuwkomers van wie het de vraag is of ze überhaupt wel joods zijn. Ook de houding ten opzichte van Israël – pro of contra – speelt een rol.
Moishe Waks realiseert zich dat de rabbijnen en de bestuurders aan veel nieuwe gemeenteleden de joodse religie en de joodse waarden moeten bijbrengen. „Maar”, zegt hij, „dit leidt weer tot de vraag wat dat zijn – joodse waarden. Hoe definieer je die precies?”
De gemeente verkeert midden in dit moeizame proces van duiding van de eigen, joodse identiteit. Voor Moishe Waks zelf is het ook niet makkelijk. Zijn ouders kwamen uit Polen. Hij werd in 1952 geboren in een kamp voor displaced persons bij München.
Is hij daarmee een Duitse jood? „Nee, ik zie mezelf niet als Duitse jood. Ik ben een jood die in Duitsland leeft – en dat is toch wat anders.”
Waks meent dat er tijd nodig is om de identiteitskwestie naar behoren op te lossen. Tijd – en misschien ook nieuwe regels.
