Het torentje. Dat wilde ik bekijken

Franca Treur

Een schrijver volgt een politicus. Franca Treur schaduwt deze week Jan Peter Balkenende. Deel 6 (slot): De premier zegt steeds hetzelfde, ook als het niet hoeft.

‘Wat vind jij nou van het Haagse wereldje?” Dat vroeg Balkenende bij ons Brussels biertje. Ik zei toen dat ik daarover nog nooit had nagedacht. Hij keek een beetje ongelovig. Maar na een week geschaduw heb ik er al iets meer idee van.

Keer of dertig

Het was de week van de Europese top over de Grieken. Bij elkaar heb ik Balkenende inmiddels wel een keer of dertig horen vertellen dat hij blij is met de oplossing voor het Griekse drama. En dat hij bijzonder verheugd is dat op zijn persoonlijke aandringen het IMF in de arm wordt genomen. Ik begrijp dat hij zijn succes moest uitventen. In de politiek moet je reclame maken voor jezelf, want een ander doet het niet.

Na dertig keer was het trouwens klaar voor VVD’er Han ten Broeke. Dat merkte ik in dinsdag in het Kamerdebat. Hij complimenteerde Balkenende weliswaar met zijn geslaagde lobby in de EU-raad, maar onmiddellijk daarna eiste hij zijn eigen aandeel erin op. De minister van Financiën zou eerst nog voor een louter Europese aanpak zijn geweest, ware het niet dat hij nog net op tijd door Han ten Broeke aan zijn jasje was getrokken. „Hè, die opmerking vind ik nou sfeerbedervend”, zei de demissionair premier.

Met verbazing zat ik te luisteren. Naast me zat voorlichter Stephan Schrover hardop te grinniken. Ik vroeg hem of dit gebekvecht voor de annalen was of om stemmen mee te winnen bij de verkiezingen. Schrover dacht het eerste. Hij vond Europa niet echt sexy.

Verder heb ik Balkenende drie persconferenties zien geven en iedere keer herhaalde hij voor elk medium nog eens apart wat hij vooraf in zijn algemene praatje ook al had gezegd. Als premier is hij dus steeds hetzelfde aan het zeggen en daarom doet hij het waarschijnlijk ook op de momenten dat het niet hoeft.

Groene folder

Toen het nieuwe verkiezingsprogram van het CDA werd gepresenteerd, bijvoorbeeld. Het eerste exemplaar van de groene folder werd aan Balkenende overhandigd. Zonder woorden en ook zonder applaus, want in het zaaltje zaten enkel journalisten en die klapten er niet voor. Na afloop wreven zij Balkenende elk afzonderlijk nog eens de slechte peilingen onder de neus.

„Als ik me met peilingen moet gaan bezighouden, kom ik aan mijn werk niet toe”, was het standaardantwoord van de demissionair premier. En toen ik aan hem vroeg of hij niet doodziek werd van steeds diezelfde vraag, gaf hij me onvermoeibaar datzelfde antwoord.

Het hoogtepunt van het Haagse wereldje is het torentje. Dat wilde ik wel bekijken. Na het Kamerdebat liep ik met Balkenende op naar Algemene Zaken. We hielden de pas erin, want bij elke deur die we passeerden stond iemand die hem al had opengemaakt. Ik vroeg of dat altijd zo was en dat al acht jaar lang en Balkenende zei van ja.

Op de laatste deur hing een bordje. Verboden toegang voor onbevoegden. Achter deze deur bevinden zich staatsgeheimen. En toen stond ik binnen. Balkenende liet me er zijn verzameling race-autootjes zien. De mooiste had hij van een Rus gekregen. Als je het plakbandje van de motorkap zou halen kon er wodka in.

Gepubliceerd in:
Uit de stolp