Populair muzikant, omstreden hulpverlener

Wyclef Jean begroette gisteren vanop een auto zijn aanhangers in Port-au-Prince.
Door onze redacteur Eppo König

„Als ik president was”, zong rapper en producer Wyclef Jean al in 2006, gitaarspelend voor een gebouw dat verdacht veel op het Capitool in Washington leek. Gisteren maakte hij bekend dat hij presidentskandidaat is. Niet voor het Witte Huis, maar hij wil president worden van zijn geboorteland Haïti.

Jean werd bekend met de voormalige hiphopband The Fugees en werkte met artiesten van Shakira over Destiny’s Child tot Mick Jagger. Zijn doorbraak kwam er in 1996 met The Score, het tweede, Grammy-winnende album van hiphopgroep The Fugees. In zijn muziek benadrukt hij zijn Caraïbische wortels en vraagt hij aandacht voor zwakkeren. In 2004, tweehonderd jaar na Haïti's onafhankelijkheid, bracht hij het album Welcome to Haiti Creole 101 uit.

Hij is geboren in Croix-des-Bouquets, een artistieke randgemeente van de Haïtiaanse hoofdstad Port-au-Prince, als zoon van een priester. Op zijn negende migreerde hij naar Brooklyn, New York waar hij opgroeide in een ruige wijk. Volgens de toenmalige registratie is hij nu 37, maar zijn broer zegt dat hij in het echt veertig is.

Jean is populair in Haïti, met name onder de jeugd. Na het orkaangeweld in 2005 richtte hij een bescheiden hulporganisatie op, de Wyclef Jean Foundation, tegenwoordig Yele Haíti (‘Schreeuw Haïti’). De huidige, bekritiseerde president René Préval, die in februari vertrekt, benoemde Jean in 2007 vervolgens tot speciaal ambassadeur van Haïti. Jean wordt al jaren genoemd als toekomstig president van Haïti en liet de twijfel zelf altijd bestaan.

Oprah

Na de grote aardbeving in januari van dit jaar haalde Yele Haíti met sms-donaties in twee dagen alleen al twee miljoen dollar op (1,5 miljoen euro). Maar Jean raakte ook in opspraak. Yele Haíti had al jaren geen belastingaangifte gedaan en hulpgelden werden dubieus besteed. Zo werd één miljoen dollar gebruikt om een benefietconcert in Monaco te financieren. Jean ontkende misbruik, zocht een nieuwe accountant en praatte het uit met Oprah Winfrey.

In Haïti, waar de corruptie groot is en het vertrouwen in de politiek klein, zal de affaire Jean nauwelijks hebben geschaad. Wel blijft hij voor sommige kiezers een buitenstaander, die matig Frans spreekt en Creools met een Amerikaans accent. De Amerikaanse bemoeienis met de achtertuin van Haïti ligt van oudsher politiek gevoelig. Overigens moeten presidentskandidaten officieel vijf aaneengesloten jaar voorafgaand aan de verkiezingen in Haïti hebben gewoond – en niet in een riante villa in New Jersey.

Jean is een fan van de Amerikaanse president Barack Obama en trad op tijdens het bal na diens inauguratie in 2009. Aan de reeks Haïtiaanse presidenten die zijn afgezet, verbannen of vermoord kan hij moeilijk een voorbeeld nemen. Maar hij is klaar voor het hoogste ambt, zo blijkt uit het nummer President uit 2006: „Als ik president was, word ik gekozen op vrijdag, geliquideerd op zaterdag, begraven op zondag, en ga ik op maandag weer aan het werk.”

Gepubliceerd in:
achtergrond