De minister snapt het niet

Door Niels 't Hooft

Ik snap best dat sommige mensen gewelddadige games niet snappen. Zoals minister Ernst Hirsch Ballin van Justitie, die onlangs weer repte over een mogelijk verbod.

Neem het principe van de deathmatch, een onderdeel van veel moderne games. Iets gruwelijkers is haast niet te verzinnen: een modern gladiatorengevecht zonder einde, met afgezaagde jachtgeweren, rondvliegende ledematen en groezelige arena's. Als het een film was, zou je er onpasselijk van worden. En toen de deathmatch 17 jaar geleden werd verzonnen, was het ook controversieel bedoeld. De ontwerpers van het Texaanse studiootje Id Software zochten iets choquerends om hun nazishooter Wolfenstein 3D (met Hitler als eindbaas) op te volgen. Ze kwamen uit op Doom, een hellegame vol demonen en pentagrammen. Het beste wapen was de BFG, de Big Fucking Gun. En dan was er de lugubere, keiharde deathmatch.

Wie begon met deathmatchen voelde de adrenaline al snel door zijn lijf jagen. Maar het was meer dan alleen een rush: je had vingervlugheid en tactisch inzicht nodig, en je maakte continu mentaal bevredigende risk/reward-afwegingen. Het principe was zo'n hit, dat het veelvuldig werd gekopieerd. Een hele subgroep van de bevolking groeide ermee op.

Tegenwoordig zit de deathmatch zelfs in serieuze oorlogsgames, zoals het aankomende Medal of Honor - volgens de makers een realistische weergave van het conflict in Afghanistan. In Engeland zorgde dit spel voor ophef omdat je kunt spelen als de taliban. Dat zou respectloos zijn voor de vrouwen van gesneuvelde Britten. Mijn klacht is eerder dat een deathmatch tussen talibanstrijders en westerse soldaten volstrekt absurd is. Alsof ze in Uruzgan rondjes rennen met railguns - en er iemand de puntentelling bijhoudt.

De makers zeggen, terecht: het is een spel! Uit onderzoek blijkt dat naarmate je langer speelt, je steeds meer abstraheert wat je doet. Al snel ben je niet meer een soldaat die rebellen omlegt (of andersom), maar beweeg je soepel en gericht door de geometrie, en probeer je doelwitten te raken, terwijl je de kans minimaliseert dat je zelf wordt getroffen. Kortom, de aankleding van games is uiteindelijk just that: aankleding.

Ik snap best dat Hirsch Ballin de deathmatch niet snapt. Maar waarom blijft hij me ermee lastigvallen? Al sinds Lubbers III voert de man een persoonlijke kruistocht tegen gewelddadige 'spelletjes'. De minister houdt vol dat het hem gaat om de bescherming van kinderen door toezicht op de verkoop, maar dat is een schijnargument.

Kinderen hoeven namelijk niet beschermd te worden tegen games. Games zijn niet slecht voor de gezondheid zoals sigaretten en drank. Een verband met agressief of gewelddadig gedrag bestaat niet - met zoveel gamende kids zou je dat terug moeten zien in de statistieken. De jongens (en soms ook meisjes) die Doom en Medal of Honor leuk vinden, kunnen er meestal prima mee omgaan - en anders zijn er altijd nog hun ouders.

Eigenlijk is het gewoon een smaakkwestie. Hirsch Ballin houdt niet van dit soort games, en kan niet begrijpen wat mensen er leuk aan vinden. Hij tast zodanig in het duister dat het hem bang maakt, en het instinct aanwakkert om zijn roedel te beschermen. Dat is dus een gebrek aan inzicht - een beroerd motief voor een verbod.

Niels 't Hooft is schrijver, journalist en hoofdredacteur van Bashers.nl, de website voor gamers die verder kijken.

Gepubliceerd in:
achtergrond