Druzen gevangen tussen Hezbollah en Israël

In de Libanese stad Ghazie, ten zuiden van Sidon, bekijken inwoners de schade van een Israëlisch bombardement.
Door onze correspondent Thomas Erdbrink

Het vervoer in Libanon komt langzaam maar zeker tot stilstand. In het Shoufgebergte raken dorpen geïsoleerd. Het Libanese leger kijkt machteloos toe hoe Israël de bruggen en wegen kapot bombardeert.

Beiroet, 19 juli. Als de auto in de richting van het gebombardeerde vliegveld van Beiroet afslaat, wordt het snel stiller op de weg. Links een bomkrater in het asfalt, rechts de Middellandse zee, en voor ons de betonnen snelweg naar Zuid-Libanon.

De chauffeur neemt een trekje van zijn sigaret, tuurt naar de lucht en trapt het gaspedaal in. De billboards op de geluidswanden naast de snelweg schieten steeds sneller voorbij. Toen de Israëlische luchtaanval op Libanon begon, acht dagen geleden, werd deze hoofdweg naar het zuiden als eerste gebombardeerd. Een tocht naar het midden van het belegerde land leert dat de Israëliërs vast van plan lijken om Libanons infrastructuur te vernietigen.

Na een kwartier in het door mensen verlaten spookgebied waar je normaal kan zwemmen, luchtkussen springen, badkamers kopen, benzine tanken en supermarkten bezoeken, blokkeren grote zandhopen de snelweg. Boven het puin hangt een groot bord dat verwijst naar ‘Ladies Beach number one’. Daaronder staat, plotseling uit het niets, een man in een rood T-shirt. „Kijk wat ik heb”, zegt hij, zijn open hand door het raam naar binnen stekend. In zijn handpalm liggen drie granaatscherven. „Het gaat nog erger worden”, zegt hij met een gebaar naar de bomkrater. „Let maar op.”

In de verte stijgt een zwarte rookkolom op. Daar ligt de havenstad Sidon, het doel van de reis. Maar de onbegaanbare snelweg dwingt de chauffeur het Shoufgebergte in te gaan waar de Libanese druzen wonen, een religieuze groep die ongeveer 5 procent van de Libanese bevolking vormt.

De weg kronkelt omhoog door een bijbels landschap met witte rotsen, groene pijnbomen en wilde bloemen. Onder de gebruikelijke blauwe wegwijzers hangen witte, handgeschreven posters met alternatieve routes erop. Auto’s, volgepakt met vluchtelingen, komen ons vanuit het zuiden tegemoet, met matrassen en bundels kleding op de daken gebonden. Hadi Rabieh (25), lid van de druzen-partij van politicus Walid Jumblatt, leidt het verkeer in goede banen. Om zijn arm een band met het logo van zijn partij, onder zijn broeksriem steekt een pistool. Er zijn geen problemen hier, zegt hij. „We proberen deze mensen in veiligheid te brengen.”

Het vervoer is in vrijwel het hele land stil komen te liggen. Voedsel, medicijnen en dekens voor de vluchtelingen zijn schaars. „En ik heb nu al geen benzine voor mijn auto meer”, zegt Saeed Ahamdi (26), die in een winkel langs de bergweg werkt. „Mijn winkelvoorraad voedsel raakt snel op. Wat moeten we over een paar dagen?” Groente en fruit – de oogst in het Shoufgebergte is juist deze maanden in volle gang – kan niet meer naar de klanten in de steden worden gebracht. Slechts een enkele vrachtwagen waagt de lange tocht naar Beiroet.

In Baakline, de hoofdstad van de druzen in de Shouf, hebben tientallen mannen in traditionele kleding zich voor het ‘gemeenschapscentrum’ verzameld. Met hun witte mutsjes en zwarte pofbroeken aan wachten ze op het lijk van majoor Arkam Jamoul (37) die eergisteren, samen met vier andere soldaten van het nationale Libanese leger, omkwam tijdens een Israëlisch bombardement.

Generaal Salim Abu Ismael (bd, 60) is voorzitter van het gemeenschapscentrum. „Majoor Jamoul werkte voor de genie. Hij en zijn collega’s hadden de kapotgeschoten bruggen kunnen herbouwen”, zegt Abu Ismael. „Overal in het land worden kazernes van onze genietroepen geraakt, daarmee gaat ook de kennis over de infrastructuur verloren.”

De gepensioneerde generaal zit op een met gouden krullen versierde stoel in een kamer naast de condoleanceruimte. „De Israëliërs willen dat het Libanese leger de Hezbollah ontwapent, maar tegelijkertijd bombarderen ze ons”, zegt Abu Ismael, die geruime tijd militair attaché op de Libanese ambassade in Washington was.

„Volgens VN-resolutie 1559 moet het Libanese leger de grens met Israël gaan bewaken. Maar daar zijn we veel te zwak voor”, vertelt de generaal. Hij geeft het gevoel van veel Libanezen weer: de Hezbollah is nodig als afschrikking tegen het machtige Israël.

Dan wordt het lichaam van majoor Jamoul te voet het stadje ingedragen. Vrouwen huilen, mannen staren zwijgend voor zich uit. Iedereen maakt zich zorgen om de vrouw en twee zoontjes van Jamoul. Geestelijken zingen een lied en een man schiet een machinegeweer leeg in de lucht. Overal in het land worden doden begraven, maar in het Shoufgebergte leek het conflict in het shi’itische zuiden altijd ver weg, nu niet meer.

Bij het dorpje Gharifeh, op de alternatieve bergroute naar Sidon, kunnen we niet verder. De brug, die niet langer dan een meter of zes moet zijn geweest, is opgeblazen. „De waterleiding is ook geraakt”, zegt Rabiek Faiz (28). „Ik schat dat circa 45 dorpen en delen van Sidon nu zonder water zitten.”

De ambtenaar van het ministerie van Economische Zaken kreeg de schrik van zijn leven toen hij eergisteravond de explosie hoorde. Een brug iets verderop is ook geraakt. Hij heeft geen benzine meer en moet lopen van zijn huis naar een druk kruispunt verderop. Hij is boos op Israël én op Hezbollah. „Laat ik het zo zeggen: geen van beide is Libanon aan het helpen dit moment.”

Gisteren kwamen er Israëlische pamfletten uit de lucht neerdalen. Daarop stond dat de laatste brug die de bergen met Sidon verbindt ook de lucht in gaat. „Als dat gebeurt, kunnen we echt nergens meer heen en kan ook niemand meer naar ons toe”, zegt Faiz gelaten.

We willen niet vast komen te zitten in de bergen en draaien de auto om. Een rit die normaal een half uur kost, duurt nu al drie uur en Sidon is nog lang niet in zicht. In de laagvlakte komt Beiroets rokende luchthaven weer in zicht. Die avond wordt het vliegveld en omgeving weer drie keer gebombardeerd.

Gerelateerde artikelen:

Gepubliceerd in:
Buitenland
Midden-Oosten
Libanon
Libanon - Israel (na 29 mei 06)
Meer buitenlands nieuws