Desi Bouterse is al een mythe: sportleraar, legerleider, zakenman

Desi Bouterse tijdens een verkiezingscampagne in 1996.
Door Joost Oranje

Desi Bouterse drukt al 27 jaar zijn stempel op de Surinaamse politiek. In de parlementsverkiezingen van 2005 speelt hij wederom een hoofdrol. Profiel van een slim politicus die er nooit in slaagde democratisch aan de macht te komen.

Dit artikel verscheen op 14 mei 2005 in NRC Handelsblad

Desi's angststrategie

In de kleine openluchtcel van Fort Zeelandia heerste de doodsangst. Sommige mannen huilden, een ander bonkte met zijn hoofd tegen de muur, weer een ander bad tot God. Na verloop van tijd werden ze een voor een naar boven gebracht, naar de kamer die ze vanuit hun cel konden zien en waar de bevelhebber met zijn rug naar het raam zat. Eenmaal boven, bleek de man die 22 jaar later zou zeggen dat hij tijdens het moorden niet in Fort Zeelandia aanwezig was, een soort opperrechter. Even later waren ze dood, wild neergemaaid door dronken militairen en lijfwachten in de gang die leidde naar Bastion Veere, een van de hogergelegen open plekken van het Fort. Zij die waren achtergebleven in de kleine cel, hoorden wat hun voorland was. De schoten echoden over het donkere water van de Surinamerivier. Het was 8 december 1982.

Toen moest Fred Derby, een van de twee gevangen vakbondsleiders, verschijnen voor Desire Delano Bouterse, bevelhebber van het Nationaal Leger, onbetwist leider van de `Groep van Zestien', de club sergeanten die in 1980 per staatsgreep de macht had overgenomen. Het landsbestuur bleek ingewikkelder dan gedacht en nu, twee jaar later, werden de militairen geconfronteerd met veel maatschappelijk verzet tegen hun `revolutie'. Er werd op straat geprotesteerd, er werd kritiek geleverd in de media, er werden vrije verkiezingen geëist op de universiteit en door advocaten. Deze avond in Fort Zeelandia volgde het antwoord van de Groep van Zestien.

Derby was zo lam van angst dat militairen hem de trap op naar boven moesten dragen.

,,Meneer Derby, gaat u zitten'', zei de bevelhebber formeel.

De vakbondsleider huilde.

,,Heeft u gezien wat er nu gebeurt in het land'', vroeg Bouterse. ,,Ik heb zoveel keren gewaarschuwd, dat burgers moeten weten dat ze met militairen hebben te doen.''

Ondertussen maakte hij een gebaar. Hij tikte snel achter elkaar met zijn vingers. De duim op het tafelblad, de rest van de vingers snel roffelend achter elkaar. Eerst de pink, dan de ringvinger, dan de middelvinger, dan de wijsvinger.

Toen moest Derby weer terug naar de cel.

Uren later werd hij voor de tweede keer naar boven geroepen. De bevelhebber vertelde hem dat hij vrijgelaten zou worden: ,,Ga hier op het balkon en zoek je broek uit.'' Derby pakte zijn kleren en terwijl hij dat deed, zag hij twee andere arrestanten liggen, zo zou hij jaren later vertellen. Of ze nog leefden wist hij niet. Wel wie het waren: André Kamperveen en Jozef Slagveer, mannen die in 1980 de revolutie van de sergeanten hadden ondersteund. Derby vroeg nog om het leven van drie overgebleven arrestanten in de cel. Vergeefs. In de vroege ochtend van 9 december bleek hij de enige overlevende van een gebeurtenis die in Sweetie Sranan voor onmogelijk werd gehouden, een slachting die, zoals publicist Theo Para ooit schreef, ,,in zijn gewelddadigheid, in zijn omvang en in zijn inhumane achterlijkheid het voorstellingsvermogen van Suriname overtrof''.

Desi Bouterse houdt van symboliek. Enkele dagen voor de Decembermoorden, toen de volksprotesten een hoogtepunt bereikten, had hij de andere vakbondsleider, Cyriel Daal, tijdens een speech gedreigd: Hij, Desi Bouterse, zou hem `contant betalen' als hij niet inbond: ,,En het wisselgeld mag hij houden.'' Daal vond de dood in Fort Zeelandia; Fred Derby kwam er gebroken uit. Op 10 december 1982, de dag van de begrafenissen van de slachtoffers, zat hij, met andere leden van zijn vakbond, alweer bij Bouterse thuis in Domburg. Noodgedwongen. Om te bespreken hoe het verder moest. Vanaf toen tot aan zijn dood in 2001 voelde Fred Derby de dreiging van Fort Zeelandia, de symboliek van de tikkende vingers op het tafelblad.

Pragmatisme en angst. Het werden, in de jaren na '82, de belangrijkste ingrediënten van de Surinaamse politiek. De Decembermoorden brachten Suriname in een internationaal isolement en een economisch bankroet. Tot overmaat van ramp brak er in 1986 ook nog een binnenlandse oorlog uit met als dieptepunt de moord door het leger op minstens vijftig burgers in het dorpje Moiwana. Praten met de etnische `oude politieke partijen', die zich later zouden bundelen in het Front, werd onvermijdelijk. Het leidde tot verkiezingen in 1987, waaraan Bouterse met zijn Nationaal Democratische Partij (NDP) ook meedeed. Het werd een electoraal drama. De bevelhebber haalde slechts negen procent van de stemmen. Op 26 november 1987, de dag na de stembusstrijd, kwam hij in Hotel Torarica de Frontleiders feliciteren. In de voorafgaande campagne, waarin de NDP zoveel mogelijk als `gewone partij' en niet als politieke arm van het leger was gepositioneerd, had hij altijd fleurige overhemden gedragen.

Maar nu was hij in militair tenue.

Vergezeld van enkele officieren, gaf Bouterse niet slechts een hand. Nee, hij salueerde eerst. Arron, Lachmon en Soemita knipten en bogen. Toen marcheerden de militairen de galerij langs het buitenterras af. Het duurde maar even. Maar het was een fraai staaltje intimidatie. En van symboliek. Zo van: vergeet het niet, wij zijn er nog.

In de moeizame jaren die volgden, bleef Bouterse de invloedrijke bevelhebber op de achtergrond. De hindoestaanse president Ramsewak Shankar vond hij een slappeling, daar speelde hij mee. Tijdens een grote vergadering over problemen in de rijstsector, een door de hindoestanen beheerste bedrijfstak, had zijn toenmalige tweede man Iwan Graanoogst het hoogste woord.

,,Hoe komt het dat hij zoveel van rijst weet'', vroeg Shankar zich enigszins geïrriteerd af.

,,Meneer de president, heeft u zijn naam wel eens goed bekeken'', antwoordde Bouterse dwars door het decorum heen. Om het staatshoofd vervolgens ten overstaan van iedereen sarrend toe te voegen: ,,Graan-óógst, Graan-óógst.''

Op kerstavond 1990 werden de werkelijke machtsverhoudingen onderstreept. De regering-Shankar werd naar huis gestuurd. Niet met pantserwagens of schoten, maar per telefoon. De `telefooncoup' werd het symbool van de macht van de militairen.

Desi's imago

Waarvan is Desire Delano Bouterse zélf eigenlijk het symbool? Vraag het de mensen bij de Saron Kolonieweg, in de volkswijk Beekhuizen in Paramaribo waar hij opgroeide. Hier, aan de onverharde straten met manjabomen en kleurige kanabloemen, wapperen de paarse NDP-vlaggen en zeggen de mensen bewonderend dat Desi een echte arme volksjongen is die het ver schopte. Ga eens mee naar het binnenland, waar hij veel is, en ervaar zijn charisma bij de plaatselijke bevolking. Zijn vermogen zich in te leven bij Indianen of Marrons, zijn goed geplaatste grappen, zijn eerbied voor mystiek, winti en andere lokale gebruiken. Zijn naasten kunnen hilarische verhalen vertellen van krutu's (beraadslagingen) met Indianen en over zijn enorme geduld. Waar zijn `stadse medewerkers' ongemakkelijk van bil op bil schuiven, heeft Desi het vermogen drie uur lang zwijgend in een kring te zitten.

Na dertig minuten zegt een indiaan: ,,Weh''.

Een kwartier later een ander: ,,Huh''.

En Desi zit er onverstoorbaar bij, als één van hen.

Maar als hij op een Hindoestaans partijtje uitgenodigd wordt, hoort hij dáár bij. Dan zorgt hij ervoor dat hij het feestlied uit zijn hoofd kent en uit volle borst meezingt.

Wie door de jaren heen de NDP-massabijeenkomsten in het partijcentrum OCER heeft bijgewoond, kon zien hoe hij bijna letterlijk op handen wordt gedragen. Hoe jongeren hem als hun leider zien en hem liefkozend `Baas' noemen. Bouterse is betrokken, een natuurlijk leider, humorvol, een pragmaticus. Maar vooral een slim politicus, die het Surinaamse volk doorgrondt. Niemand loopt beter dan hij langs en door de etnische scheidslijnen. Of zoals een van zijn vertrouwelingen hem karakteriseert: ,,Hij weet precies: als ik deze toffee daar gooi, komt die persoon erop af.''

Maar Desi is bovenal een overlever. Iemand die alle gevaren weegt, z'n positie kiest en dan meedogenloos kan zijn. De Nederlandse ambassadeur Joop Hoekman zag dat al enkele dagen na de Decembermoorden, toen hij Bouterse in een notitie voor het thuisfront in Den Haag typeerde: ,,Eenvoudig van geest, als het moet hard, sluw, wantrouwend van aard en haatdragend, doch ook voorkomend. Hij ziet zich als progressief, doch is niet ideologisch ingesteld. Executies zijn een logische, zij het extreme stap geweest.''

Hij is zich bewust van de bijna mythische proporties van zijn imago. En hij buit dat uit. Bouterse met zijn fijnmazige inlichtingenapparaat die alles van iedereen weet; Bouterse die Holland als boze koloniale macht afschildert; Bouterse die Nederlanders in Suriname waarschuwt voor hun veiligheid mocht hem iets overkomen, maar vooral: Bouterse als regelaar van Suriname. Hij weet precies waneer hij de publiciteit moet zoeken, een vlammende speech moet houden, dreigende taal moet uitslaan of juist verzoenend moet overkomen.

Zijn politieke en zakelijke activiteiten zijn nauw verweven. Jarenlang had hij invloed op het verstrekken van vergunningen en concessies. Via zijn vroegere machtspositie in het landsbestuur heeft hij een imperium gebouwd, vaak in samenwerking met Hindoestaanse zakenkartels. Hij is handelaar in groenten, goud of hout. En, zo wordt hardnekkig gefluisterd, al jaren een van de sleutelfiguren binnen Suriname als belangrijk doorvoerland van cocaÏne. Zelf ontkent hij dat met klem. De beschuldigingen, zo zegt hij keer op keer, maken deel uit van een verborgen Nederlandse strategie om hem uit te schakelen. Met graagte onderstreept hij dat alle zaken waarvoor de Nederlandse Justitie hem wilde vervolgen zijn gestrand. Op één na, die hem een veroordeling bij verstek van elf jaar cel opleverde. Maar die kwestie hangt volgens Bouterse op één onbetrouwbare getuige. Momenteel vecht hij de zaak opnieuw juridisch aan.

Bij zijn tegenstanders maakt het allemaal geen indruk. Zij vinden Bouterse een omhooggevallen ritselaar, een bluffer die tof (flink) doet, maar geen verantwoording durft af te leggen, iemand die overleeft door intimidatie, een mofoman (blaaskaak). Maar vooral: symbool van verloederd Suriname. De 25 jaar sinds zijn entree in het machtscentrum in 1980 brachten twee staatsgrepen, economisch verval, een binnenlandse oorlog, mensenrechtenschendingen, steeds meer nieuwsberichten over de natie als narcostaat. Bij welke van deze onderwerpen wordt Bouterses naam niet genoemd?

Desi's toekomst

Zijn imago mag dan, ook in Nederland, af en toe mythische proporties hebben, achter de mythe schetsen de feiten een tragisch beeld. Tijdens elke verkiezing in Suriname, wordt Desi Bouterse als groot kanshebber danwel bedreiging danwel redder des vaderlands gezien. Maar het Surinaamse volk loopt allerminst massaal achter hem aan. Zo heeft `Bouta' nog nooit via verkiezingen echte regeermacht verworven. In 1987 verloor zijn NDP zwaar; in 1991 en 1996 haalde hij 22 en 26 procent van de stemmen en in 2000 was de aanhang weer geslonken tot 15 procent, notabene behaald samen met andere partijen in de Millennium Combinatie. De prognoses voor de aanstaande verkiezingen schommelen rond de 25 procent, een absolute meerderheid lijkt uiterst onwaarschijnlijk.

Bouterse heeft daarnaast gevoelige nederlagen geleden die zijn macht en invloed relativeren. Zo kon hij niet voorkomen dat zijn marionet Jules Wijdenbosch, die hij in 1996 nog als president naar voren had geschoven, later afstand van hem nam, vele getrouwen meenam naar een nieuwe partij en tot op de dag van vandaag lijnrecht tegenover hem staat.

Bouterses strategisch inzicht lijkt bovendien aan inflatie onderhevig. Het besluit om dit jaar zelf presidentskandidaat te zijn, leidde al tot het uiteenvallen van de Millennium Combinatie. Maar ook binnen de eigen NDP wordt gemord, al zal niemand dat hardop zeggen. De partij is goed georganiseerd, heeft een gedegen verkiezingsprogramma waar jaren aan gewerkt is en geldt als magneet voor jonge kiezers. Bouterse mag dan populair zijn, zijn prominente aanwezigheid werkt óók remmend: sommige partijen sluiten samenwerking uit en Suriname dreigt internationaal geïsoleerd te raken. Niet voor niets waarschuwde de Amerikaanse regering enkele weken in niet mis te verstane bewoordingen voor de onderlinge relaties mocht Bouterse op welke manier dan ook aan de macht komen.

Zo ver is het nog niet. De president wordt gekozen door de nieuwe Assemblee en daar is een tweederde meerderheid noodzakelijk. Als geen enkele kandidaat die behaalt, zal de strijd worden uitgevochten in een volksvergadering waar honderden afgevaardigden stemmen, een gewone meerderheid voldoet en omkoping op de loer ligt. Bouterse kan daar een kans maken, maar het ligt meer voor de hand dat hij eieren voor zijn geld kiest, zich op het laatste moment terugtrekt en een medestander naar voren schuift, zoals hij in 1996 met Wijdenbosch deed.

Zo schuilt er tragiek in Bouterses toekomst. Hij is een vooraanstaand en invloedrijk politicus, maar tegelijk tot nu toe niet krachtig genoeg om op democratische wijze de macht echt naar zich toe te trekken. De keren dat hij die macht wél greep, was via een coup. ,,Wij zijn rijper geworden en houden ons niet meer bezig met staatsgrepen'', zei hij daar eerder dit jaar over, tijdens de viering van 25 jaar revolutie. Maar de erfenis van die staatsgrepen zorgt ervoor dat zijn persoon te belast lijkt om ooit zijn grootste ambitie te vervullen: president zijn van de republiek Suriname.

Met de leuze Des for pres trekt hij deze weken door het land. Maar, zo zegt een politieke tegenstander dreigend: ,,Des krijgt stress.'' Vooral de Decembermoorden zullen als een molensteen om zijn nek blijven hangen. Weliswaar is deze kwestie voor grote delen van de jonge Surinaamse bevolking te lang geleden of in de vergetelheid geraakt. Maar voor anderen is het nog steeds een traumatische gebeurtenis. De Surinaamse justitie heeft laten weten dat Bouterse zal worden vervolgd, al weet niemand wanneer. Maar áls het gebeurt, beseft de voormalig bevelhebber dat hij in een moeilijk parket komt. Zijn verklaringen over de moorden zijn ongeloofwaardig, spreken elkaar door de jaren heen tegen en zijn voor wie de feiten kent simpel te weerleggen. Zijn tactiek om de zaak te bagatelliseren of te benoemen als politiek spel van tegenstanders is een façade. Zijn betrokkenheid bij 7, 8 en 9 december 1982 is onomstreden. Daarvan zijn bewijzen en vele belastende verklaringen, onder andere afgelegd door Fred Derby, de gedrongen vakbondsman die door Bouterse werd gespaard. Enkele maanden voor zijn dood vertelde hij, na achttien jaar gezwegen te hebben, openlijk over de donkere dagen van december 1982.

Bouterse reageerde toen op zijn eigen manier. Hij organiseerde een persconferentie waar hij onthulde dat de militairen een ,,mol'' hadden die hun informatie doorspeelde. Zonder Derby's naam te noemen had hij het over ,,een kleine, grote rat, iemand die altijd een grote mond heeft en mooi weer speelt''. En hij profileerde zich ineens weer even als militair: ,,Jullie burgers zouden zeggen: een verklikker.'' Hij zette zijn woorden kracht bij met een symbolisch gebaar. Desi Bouterse legde zijn hand op het tafelblad en roffelde met zijn vingers. Zoals die ene keer in Fort Zeelandia. Hoe lang zal de symboliek van de angst nog werken?

Desire Delano Bouterse wordt op 13 oktober 1945 geboren in Domburg, ten zuiden van Paramaribo aan de Surinamerivier. Zijn oma van vaders zijde was volbloed Indiaanse, zijn moeder een Creools/Chinese vrouw. Zijn vader was prominent lid van de creoolse politieke partij NPS en vertrouweling van de legendarische leider Johan Adolf Pengel.

Als kleuter verhuist Desi naar Paramaribo, waar hij wordt opgevoed door een tante. Na de lagere school komt hij terecht op het jongensinternaat St. Jozef, geleid door de fraters van Tilburg en later op de Handelsschool, die hij niet afmaakt. In 1968 vertrekt hij, zoals veel Surinamers, naar Nederland. Na zijn diensttijd besluit hij de Koninklijke Kaderschool in Weert te volgen, met nadruk op sport. Hij vestigt zich in Steenwijk, bij het 47ste pantserinfanteriebataljon en verhuist in 1972 naar de Duitse basis Seedorf. In 1974 wordt duidelijk dat Suriname onafhankelijk zal worden. Desi vertrekt, met een grote groep anderen, op 11 november 1975 naar Paramaribo. Twee weken later is de onafhankelijkheid een feit en Desi Bouterse onderofficier in de Surinaamse Krijgsmacht.

Op 25 februari 1980 loopt een vakbondsconflict van onderofficieren uit op een staatsgreep door de `Groep van Zestien' onder leiding van Bouterse. Een hierna gevormde burgerregering strandt na twee jaar, waarna het militair gezag de regeermacht overneemt. Het leger wordt geconfronteerd met toenemende sociale onrust. In de nacht van 7 op 8 december 1982 worden zestien prominente critici gearresteerd en standrechtelijk geëxecuteerd in Fort Zeelandia.

Pas in 1987 zijn er weer verkiezingen. De `oude politiek' wint en Bouterses partij NDP haalt slechts drie zetels. Kerst 1990 pleegt Bouterse zijn tweede coup, ditmaal per telefoon. Maar de daaropvolgende verkiezingen leiden opnieuw niet tot regeermacht van de NDP.

In 1996 wordt zijn trouwe aanhanger Jules Wijdenbosch tot president gekozen. Deze benoemt Bouterse, die inmiddels in Nederland strafrechtelijk wordt vervolgd en later veroordeeld wegens cocaïnesmokkel, tot Adviseur van Staat. Nadat Wijdenbosch zich heeft afgekeerd van de NDP, wordt Bouterse, die een omvangrijk zakelijk imperium heeft opgebouwd, in 2000 gekozen tot parlementariër. Bouterse, inmiddels na een scheiding hertrouwd en bekeerd tot de Volle Evangelie-kerk, is zeer sporadisch in de Assemblee te vinden. Na jarenlange juridische strubbelingen deelt het Surinaamse openbaar ministerie hem eind 2004 mee dat hij als hoofdverdachte alsnog zal worden vervolgd wegens de Decembermoorden. Een datum voor het proces staat nog niet vast. Bouterse zelf ziet de kwestie, net als zijn Interpol-signalering vanwege de drugsveroordeling, als ,,een grote grap''.

Gerelateerde artikelen:

Gepubliceerd in:
Decembermoorden