Debat op tv is voor minister te riskant
Een minister wordt in een moderne democratie geacht om af en toe op televisie te verschijnen, vinden redacties van talkshows. Dat doet niet iedereen: uit angst voor imagoschade.
Rotterdam, 21 okt. Tv-optredens van bewindslieden in talkshows liggen altijd gevoelig; ze kunnen immers zomaar leiden tot Kamervragen, mediahypes of imagoverlies. Bewindslieden kiezen hun gevechten dan ook zorgvuldig, blijkt uit een rondgang langs actualiteitenprogramma’s en talkshows.
Kijkcijfers lijken een doorslaggevend argument te vormen bij de keus van de talkshow. ,,Wij zijn gezegend met een behoorlijke belangstelling van politici”, aldus Dieuwke Wynia, eindredacteur van De Wereld Draait Door (DWDD). ,,Natuurlijk door de kijkcijfers: gemiddeld één miljoen per dag. Dat zijn een hoop kiezers.’’
Maar veelbekeken talkshows als DWDD en Pauw & Witteman (P & W) hebben ook een element dat tegen hen kan werken: andere gasten die een onvoorspelbare factor vormen. Een nachtmerriescenario voor persvoorlichters voltrok zich eind vorig jaar in P & W, toen Ella Vogelaar van Wonen, Wijken en Integratie in de hoek werd gezet door schrijfster Heleen van Royen en journalist Jort Kelder (Kelder: ,,Volgens mij moet u eens een charismacursusje volgen”). Standaard informeren woordvoerders nu wie de andere gasten zijn, en voor sommige ministers is de opzet met meerdere gasten een reden om niet te komen.
P & W-eindredacteur Herman Meijer: „Dat bepaalde ministers niet komen, wijt ik aan een angstige voorlichtingscultuur. Ik vind dat een minister het in een moderne democratie niet kan maken belangrijke talkshows te mijden.”
Om het afbreukrisico zo veel mogelijk te beperken, verschijnt een drietal ministers nooit in P & W, weet eindredacteur Meijer. De ministers Ernst Hirsch Ballin van Justitie, Piet Hein Donner van Sociale Zaken en Ab Klink van Volksgezondheid slaan keer op keer uitnodigingen af.
,,Donner hebben we vorig jaar al opgegeven, het is honderd procent kansloos. Dat terwijl er zoveel aan de hand is op zijn beleidsterrein”, aldus Meijer. ,,We willen ook heel graag de minister van Volksgezondheid, maar het is al een runnig gag op de redactie dat je op hem niet hoeft te rekenen. Hirsch Ballin idem.”
Andere actualiteitenprogramma’s hebben niet precies dezelfde ervaring, wel staat minister Klink alom bekend als notoire ‘nee-zegger’. „Klink is misschien wel de meest weigerachtige minister”, zegt Hugo van der Parre, adjunct-hoofdredacteur van Nova. „We nodigen hem misschien wel enkele malen per maand uit, maar hij is maar één keer gekomen, bij hoge uitzondering.” Buitenhof krijgt vaak afwijzingen van Camiel Eurlings van Verkeer en Waterstaat. ,,Misschien omdat hij in het weekend vaak in zijn geboortestreek is, in Zuid-Limburg”, speculeert Corinne Hegeman, eindredacteur van Buitenhof.
Wie volgens programmamakers wel altijd bereid is te komen: Bert Koenders van Ontwikkelingssamenwerking. ,,Hij heeft een klein ministerie en een klein budget, hij moet zijn zaak onder de aandacht brengen”, zegt Hans van der Linden, eindredacteur van de EO-talkshows het Elfde Uur en Knevel & Van den Brink.
Ministers willen op tv zelden of nooit met een parlementariër in discussie, met uitzondering van verkiezingstijd, zeggen programmamakers. Eindredacteur Hegeman van Buitenhof: „We wilden een debat tussen minister Guusje ter Horst van Binnenlandse Zaken en toenmalig fractievoorzitter Jan Marijnissen van de SP over de partijfinanciering, maar daar kregen we geen groen licht voor.”
Volgens van der Parre van Nova is dat typisch voor dit kabinet, anderen stellen dat dit al jaren gebruik is. EO-eindredacteur Van der Linden: „Debatteren op tv wordt als een ongelijke strijd gezien, omdat het vrij schieten zou zijn voor een oppositieleider op een minister die aan kabinetsbeleid gebonden is.”
Misschien dat het straks anders ligt als er verkiezingen zijn, denkt P & W-eindredacteur Meijer. In verkiezingstijd willen politici over het algemeen maar al te graag op tv. „Maar als ze voor die tijd nog niet in ons programma zijn verschenen, heb ik inmiddels de stemming: dán ook niet.”
Persvoorlichters van ministeries houden zich op de vlakte en melden dat het van ‘geval tot geval’ bekeken wordt. De woordvoerder van minister Klink: ,,Hij is heel veel in de Tweede Kamer, hij heeft misschien wel de meeste parlementaire verplichtingen van allemaal.” De voorlichter van minister Hirsch Ballin zegt dat de ingewikkelde onderwerpen op justitieterrein beter passen in programma’s als Buitenhof en Nova dan in lichtere talkshows. Ministers van de ChristenUnie geven uit geloofsovertuiging geen interviews op zondag, helaas voor Buitenhof. Ook speelt een voorkeur voor interviewers een rol. Zo verschijnt Eurlings (CDA) regelmatig bij Andries Knevel (EO).
Communicatiedeskundige Ton Elias staat een een uitzending van Barend & Van Dorp nog helder voor de geest als voorbeeld van een riskant tv-optreden: „Maxime Verhagen (CDA, nu minister van Buitenlandse Zaken, red.) zat aan tafel met iemand die een hele hoop vibrators had meegebracht. Je zag vibrators op de voorgrond, en die arme Maxime erachter.”
