Ik had tien jaar terug een schimmelnagel. Nou en?

Door Norbert Schilder

Leuk, zo’n plan voor een landelijk Elektronisch Patiënten Dossier. Maar het is niet te garanderen dat de gegevens niet openbaar worden. Bovendien zal veel informatie volstrekt overbodig zijn. Drie aanbevelingen voor een patiëntendossier dat wél werkt.

Heel Nederland heeft de brief van minister Klink van Volksgezondheid (CDA) over het Elektronisch Patiënten Dossier (EPD) ontvangen, waarin wordt gemeld dat zorgverleners op een veilige en betrouwbare manier worden aangesloten op het landelijk EPD.

Er zijn hier echter bezwaren tegen. In een landelijk EPD moeten ten eerste de computersystemen van huisarts, apotheek en ziekenhuis zodanig aan elkaar worden geknoopt dat communicatie tussen deze systemen mogelijk wordt, en gegevens kunnen worden uitgewisseld. Het betekent bijvoorbeeld dat een ziekenhuis in Heerlen gegevens moet kunnen ophalen bij een huisarts in Ter Apel. Nu heeft de overheid op zijn zachtst gezegd geen grote reputatie als het gaat om het regelen van grote ICT-vraagstukken; neem alleen de invoering van de OV-chipkaart. De koppeling van alle zorgsystemen is een enorme operatie. Als deze al slaagt, betekent dat dat ook hackers toegang zullen proberen te krijgen. Wie wil er immers niet weten welke kwalen minister Klink onder de leden heeft? Als dit systeem gekraakt wordt, zullen in principe alle medische gegevens van elke patiënt in Nederland voor iedereen met een beetje computerverstand toegankelijk zijn. Dat is iets waar iedere huisarts argwanend van wordt en waar iedere patient argwanend van zou moeten worden.

Ten tweede zal het huisartsendossier, de vroegere ‘groene kaart’, als basis gaan dienen voor het EPD. Daar is op zich niets mis mee. Het is alleen nooit zo bedoeld en opgezet. Jarenlang was het een weergave van het verkeer tussen huisarts en patiënt, en werd het gevuld met allerlei (werk)aantekeningen over de patiënt: over huis-tuin- en keukenkwaaltjes als schimmelnagels, maar ook over naderende verjaardagen of jubilea waar dan later belangstellend naar kon worden gevraagd. Deze doen voor een groot deel totaal niet ter zake voor een arts die in een acute situatie een beeld probeert te krijgen van een patiënt. Een ander bezwaar van huisartsenzijde is, dat juridisch gesproken de huisarts verantwoordelijk is voor de inhoud. Als er een incident gebeurt met een patiënt, bijvoorbeeld een allergische reactie die niet was genoteerd in het dossier, is de huisarts aansprakelijk, ook als de allergie bijvoorbeeld in het ziekenhuis van de patiënt wel bekend was, maar men daar ‘vergeten’ was dit aan de huisarts te melden.

Nog een bezwaar is dat in ziekenhuizen de verslaglegging lang niet optimaal geautomatiseerd is, en er dus grote gaten zullen zitten in het EPD.

Als laatste is er de bijna verplichte deelname van de patient (het “ja, mits”-principe: deelname tenzij er wordt afgemeld). Om niet mee te doen moet wel erg veel moeite worden gedaan. Terwijl bij de orgaandonatie de minister een heel ander uitgangspunt hanteert, namelijk het “nee-tenzij”- principe: alleen deelname bij aanmelding. Welke krachten spelen hier?

Er zijn wel degelijk goede mogelijkheden om de doelen die de minister heeft, namelijk het verminderen van het aantal fouten en het vergroten van de patiëntveiligheid, te bereiken.

De voornaamste is om de landelijke gedachte te laten varen. Regel het regionaal, rondom de huisartsenposten, zoals in Deventer reeds gebeurt. Verplicht deze om de communicatie van en met de huisartsen, de apotheek en de regionale ziekenhuizen goed te regelen. Dan is al meer dan 95 procent van de arts-patiëntcontacten gedekt, en dat kan veelal via een al bestaand beveiligd systeem. Want hoe vaak komt het voor dat iemand uit Ter Apel een ziekenhuis bezoekt in Heerlen? En dat de behandelend arts daar ook werkelijk behoefte heeft aan medische gegevens?

Beperk vervolgens de uitwisseling tot de hoofdzaken: medische voorgeschiedenis (alleen belangrijke zaken zoals hart-vaatproblemen, kanker, ernstige chronische aandoeningen), huidige problemen, medicatiegebruik, en allergieën. Dit is maar een fractie van het complete dossier, maar bevat wel de meest essentiële informatie.

En stel per regio een coördinator aan die toegang heeft tot het regionale EPD, en die bij calamiteiten snel bereikbaar is en per fax gegevens kan doorgeven. Dit kan een huisarts zijn, of iemand van de huisartsenpost.

Zoals uit bovenstaande blijkt, zijn de bezwaren vanuit de huisartsen inhoudelijk van aard, en niet bedoeld om over de rug van het EPD een ander conflict over de financiering van de huisartsenzorg uit te vechten, zoals de minister suggereert. Ik hoop dat het parlement deze bezwaren ook inhoudelijk zal willen beoordelen, en niet zal aarzelen de minister terug te fluiten om de veiligheid van de arts-patiëntrelatie te waarborgen.

Norbert Schilder is huisarts te Twello

Reageren? Doe mee aan de Expertdiscussie over het EPD

Gerelateerde artikelen:

Gepubliceerd in:
Opinie