Met moed en visie komt economisch herstel in 2009

Door Han de Jong

2008 is een jaar om niet snel te vergeten. Banken kwamen in grote problemen, de AEX daalde 50%, eerst inflatievrees, daarna deflatieangst, de economie zakte in ongekend tempo in een recessie en de Amerikaanse centrale bank, de Fed, verlaagde haar officiële rente naar nul procent en kondigde impliciet aan dollars te gaan drukken.

De economische situatie in de wereld is uiterst precair. De daling van aandelenkoersen en huizenprijzen in sommige landen leidt tot grote vermogensverliezen en het bankwezen bevindt zich in veel landen in een zwakke positie. Nu veel economieën reeds in recessie zijn gezakt, komt daar nog eens een algeheel inkomensverlies overheen. Dit is een gevaarlijke combinatie die tot nare deflatie kan leiden. Het tempo van de economische terugval na de zomer is onthutsend. Hoewel Nederland het nog niet eens zo slecht doet, rapporteren veel bedrijven een vraaguitval van tientallen procenten. Prognoses dat onze economie in 2009 zal krimpen met driekwart procent (CPB) of een half procent (DNB) lijken eerder (veel) te optimistisch dan te pessimistisch. De ontwikkelingen van 2008 doen sterk denken aan de periode die leidde tot de Grote Depressie van de jaren dertig. De enige relevante vraag is dan ook of we een depressie dit keer kunnen vermijden. Het antwoord is: waarschijnlijk wel, maar het zal niet vanzelf gaan.

Er is een spiraal gaande waarbij negatieve ontwikkelingen in het financiële systeem en in de reële economie elkaar wederzijds versterken: een pijnlijk proces van schuldsanering. De zelfherstellende krachten in de economie kunnen daar voorlopig niet tegenop. De geschiedenisboekjes laten zien wat er kan gebeuren als we er niet in slagen de recente ontwikkelingen een halt toe te roepen. De sleutel ligt nu in de handen van overheden en centrale banken, die moeten de negatieve spiraal doorbreken. In de jaren dertig faalden zij.

De beleidsmakers meenden toen dat de economie moest ‘uitzieken’ en dat er geen rol voor actief beleid was. Door dat uitzieken werden echter ook veel gezonde bedrijven mee gesleurd de afgrond in zodat veel onnodige schade werd aangericht. Pas in 1933 startte de New Deal van President Roosevelt, maar toen was de werkloosheid al tot 25% opgelopen. De schadelijke protectionistische wetgeving van Smoot-Hawley werd daarentegen juist al in 1930 ingevoerd. Beleidsmakers lieten verder duizenden banken failliet gaan en de Fed verkrapte het monetaire beleid nog tot in 1931 om pas daarna te versoepelen.

De beleidsmakers zijn nu juist zeer actief en dat stemt optimistisch. De Amerikaanse centrale bank heeft de officiële rente zelfs al op nul staan en heeft aangegeven klaar te staan om dollars te drukken. Voor velen was dat verrassend. Onbegrijpelijk, want Fed-baas Bernanke heeft dit alles al in enkele speeches in 2002 uitgelegd. Ook wordt wel gesteld dat de Fed zijn munitie heeft verschoten door de rente op nul te zetten en dat lage rente toch geen zin heeft. Dat is evenzeer een onbegrijpelijke bewering. De Fed heeft het rentewapen nu juist maximaal ingezet, de werking hiervan is voortdurend. De positieve effecten zijn direct zichtbaar. Door het agressieve beleid van de laatste tijd is de Amerikaanse hypotheekrente behoorlijk gedaald en zijn veel gezinnen in staat hun cash-flow positie te verbeteren door hun hypotheek te herfinancieren. Dit vermindert het risico van wanbetaling en steunt de huizenmarkt. Het instrumentarium van de Fed omvat overigens meer dan alleen de rente. De munitie is echt nog niet op.

De angst dat geldcreatie door de centrale bank tot inflatie zal leiden, is vooralsnog prematuur. Door de problemen in de economie en vooral de bancaire sector daalt de omloopsnelheid van het geld en ontstaat overcapaciteit. De Fed moet tegenwicht bieden op straffe van een zware recessie of erger. Natuurlijk moet men zich wel weer op tijd terugtrekken, maar dat is nu niet de meest urgente kwestie.

De overheden tuigen allerlei stimuleringspakketten op, maar de sceptici staan zich te verdringen. De vergelijking met Colijn dringt zich op.

Hoe sterk de beleidsmakers momenteel moeten stimuleren, weet niemand. Maar de consequenties van te weinig doen, zijn veel ernstiger dan van teveel doen. Als beleidsmakers te weinig doen, komen we in een depressie en deflatie. Daaraan ontsnap je niet makkelijk. Als men teveel doet, herstelt de economische groei zich sterk. Dat kun je zien en vervolgens kun je het beleid bijsturen. De logische conclusie is dat je nu niet te zuinig moet zijn met beleidsimpulsen.

De maatregelen en voornemens tot nog toe stemmen optimistisch dat de belangrijkste beleidsmakers al het mogelijke doen om een depressie te voorkomen en dat zij daarin succesvol zullen zijn. Ofschoon 2009 een moeilijk jaar zal worden, mogen voorlopende tekenen van herstel toch in de loop van het jaar worden verwacht. En laten we vooral niet vergeten dat onze economie voor het grootste deel veerkrachtig en gezond is. Heus, met het juiste beleid komen we de huidige problemen weer te boven, maar er is wel enige visie en moed nodig.

Han de Jong is Chief Economist van ABN AMRO Bank N.V.

U kunt hier reageren op dit artikel.

Gerelateerde artikelen:

Gepubliceerd in:
Opinie