Bos, koop futures in de AEX

Door Henriëtte Prast

Het rijk kan proberen de economie te stimuleren met renteverlaging of peptalk. Maar zonder vertrouwen helpt dit niet. Wat wel helpt is het kopen van futures, stelt Henriëtte Prast.

Je kunt een paard wel naar het water leiden, maar je kunt het niet dwingen te drinken. Die uitspraak lijkt bij uitstek actueel in de huidige financieel-economische situatie, waarin beleidsmakers graag de economie een impuls zouden geven. Het paard staat hier voor marktdeelnemers: beleggers, bedrijven, banken en consumenten. Water drinken, dat is in dit geval weer vertrouwen krijgen in de markt waardoor er weer handel, investeringen en beleggingen plaatsvinden.

Maar helaas, een paard dat het water niet vertrouwt, drinkt echt niet. En in de economie is het zelfs nog ernstiger: wie het wel vertrouwt, of bang is dat anderen dat niet doen, blijft afwachten. Het is nu eenmaal niet mogelijk om als enkeling de beurs op te krikken.

Beleidsmakers hebben traditioneel een aantal instrumenten om de economie te stimuleren. De meest directe is dat de overheid zelf bestedingen doet – potloden voor ambtenaren bij wijze van spreken of investeringen in infrastructurele projecten. Er bestaat echter nagenoeg consensus dat de vertraging tussen het nemen van zo’n besluit en de uitvoering vaak zo groot is, dat het effect pas optreedt als het te laat is.

Dan zijn er de indirecte methoden. Allereerst belastingverlaging of het verstrekken van subsidies aan Jan en alleman. Als mensen daardoor meer te besteden hebben, doen ze dat hopelijk ook; als bedrijven minder belasting hoeven af te dragen idem. Maar hier geldt het paard-en-waterverhaal. De overheid kan wel hopen dat de maatregel effect heeft, maar het hangt af van consumenten en bedrijven: die moeten daadwerkelijk gaan drinken.

Datzelfde geldt voor het monetaire beleid, ook een indirecte vorm van stimulering. Centrale banken kunnen proberen de economie te stimuleren via maatregelen die de beschikbaarheid van krediet moeten vergroten en de rente moeten verlagen. Dat wordt nu volop geprobeerd, zie de maatregel van de Bank of England en van de Europese Centrale Bank. Als lenen goedkoper wordt, kan dat leiden tot meer bedrijvigheid – projecten die onrendabel leken omdat de verwachte winst niet opwoog tegen de kosten van lenen, zijn bij een lage rente misschien wel aantrekkelijk. Goedkoper consumptief krediet kan ertoe leiden dat de consument meer leent van de bank en uitgaven doet.

Maar alweer, kan, want ook hier speelt de paardanalogie. Banken moeten meewerken en bedrijven moeten geloven dat er in de toekomst afzet zal zijn van hun producten. Doen ze dat niet, dan kan krediet nog zo goedkoop zijn, bedrijven nemen het niet op en doen geen investeringen. Als consumenten bang zijn ontslagen te worden, zijn ze huiverig om op de pof te kopen.

Kortom, je kunt wel proberen om zo de economie te stimuleren, maar het werkt niet altijd. En al helemaal niet in situaties waarin het vertrouwen weg is: dan leidt een renteverlaging eerder tot grotere paniek – is het zo erg met de economie gesteld? – dan tot een herstel van vertrouwen. En op een zeker moment nadert de rente het nulpunt en is de centrale bank met dit beleidsinstrument uitgepraat.

En dan is er natuurlijk het gebruik van de tamboerijn: moed inspreken bij bedrijven, beleggers en consumenten. Maar het is onder de huidige omstandigheden niet effectief. Als het slecht gaat, staan mensen niet open voor peptalk.

Gelukkig is er een alternatief. De overheid, in casu het ministerie van Financiën, kan zelf de aandelenmarkt opgaan. Als we ‘met zijn allen’ denken dat de markt ondergewaardeerd is – premier Balkenende zegt dat het allemaal psychologie is – maar als we ‘geen van allen’ kunnen of durven daar in ons eentje iets aan te doen, dan is het toch mooi als iemand dat namens ons allemaal doet?

De voordelen zijn evident. Direct aandelen kopen heeft snel effect, anders dan het doen van overheidsinvesteringen in infrastructuur. Er is geen afhankelijkheid van de bereidheid en het vertrouwen van marktpartijen. Het is geen weggegooid geld, want als de overheid kennelijk van mening is dat de economie slecht draait door een gebrek aan vertrouwen, en dat aandelen te goedkoop zijn, dan zijn de beleggingen een koopje en zullen ze op termijn een mooi rendement voor de staatskas opleveren. Dat geldt zowel direct als indirect. De overheid heeft in de toekomst koerswinst, en als de economie hierdoor wordt aangezwengeld, komt er meer belastinggeld binnen en hoeven er minder werkloosheidsuitkeringen betaald te worden. Kortom, langs twee kanalen kassa voor de staatskas.

Zitten er ook nadelen aan dit beleid? De overheid als belegger in particuliere bedrijven – dat klinkt als een paardenmiddel, en voor sommigen misschien als een wezenlijke inbreuk op ons systeem. De overheid krijgt invloed, moet stemrecht op de aandeelhoudersvergadering benutten, het kan worden gezien als staatssteun, enzovoort. Kortom, een beleid als dit kan rekenen op zowel ideologische als praktische tegenwerpingen – al kun je je afvragen wat die eerste waard zijn in een tijd dat buitenlandse staatsfondsen in ‘onze’ aandelen kunnen gaan en De Nederlandsche Bank de garantie aan spaarders renteloos voorschiet aan het bankwezen.

Hoe dat ook zij, gelukkig is er een alternatief. De overheid kan in plaats van de aandelen zelf, futures op die aandelen kopen. Het liefst op een index natuurlijk, zoals de AEX, want dan hoeft er niet voor het ene of het andere bedrijf gekozen te worden. Een index future is een contract waarbij je nu afspreekt dat je in de toekomst (datum naar keuze) de index koopt tegen een nu afgesproken prijs. De overheid is met een contract voor index future dus geen aandeelhouder. Niks ander systeem, niks staatsinmenging bij bedrijven.

Kortom, kabinet, put your money where your mouth is.

Een future is een gestandaardiseerde variant van een forward contract, in het Nederlands termijncontract. Als twee partijen zo’n contract sluiten, spreken ze af dat de een de ander op een toekomstige datum een nu vastgelegde hoeveelheid tegen een nu vastgestelde prijs zal leveren, waarbij de betaling pas plaatsvindt bij levering. Wie nu een hotel boekt voor augustus tegen een afgesproken bedrag dat pas wordt afgeschreven in augustus, die sluit in feite een termijncontract.

Voor een bedrijf kan dat voordelig zijn: dat weet dat het op die en die dag zo en zoveel geld zal ontvangen. Wie weet krijgt het met het termijncontract in de hand ook nog wel een bedrijfskrediet van de bank.

Termijncontracten kunnen ook worden gebruikt voor speculatieve doeleinden. Iemand die zelf geen bakker is, maar denkt dat er een meeltekort zal komen, kan op termijn meel kopen. Tegen de tijd dat hij het meel geleverd krijgt, is de prijs gestegen en kan hij het met winst doorverkopen.

Een future hoeft niet een contract in goederen te zijn. Er kunnen ook futures worden verhandeld in valuta, in aandelen, maar ook in een mandje aandelen, zoals een index als de AEX.

Henriëtte Prast is hoogleraar persoonlijke financiële planning aan de Universiteit van Tilburg en lid van de WRR. Bron: mejudice.nl

Gerelateerde artikelen:

Gepubliceerd in:
Opinie