Kamerbrede roep om uitleg, Balkenende wil details
Den Haag, 17 jan. Premier Jan-Peter Balkenende wil de details weten rond het kritische juridisch ambtelijk advies uit 2003 over de Irak-oorlog dat zou zijn achtergehouden voor de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken. Verschillende politieke partijen willen opheldering van de regering over de kwestie.
Ambtenaren van de Directie Juridische Zaken (DJZ) oordeelden destijds dat de politieke steun die Nederland aan de Amerikaans-Britse invasie gaf procedureel en materieel tekort schoot.
„Ik heb kennisgenomen van het artikel in NRC Handelsblad en ik laat me informeren over deze zaak”, aldus Balkenende vanmiddag in Haarlem, waar hij sprak op een CDA-nieuwjaarsbijeenkomst. Balkenende zei dat hij nog geen contact had gehad met minister Maxime Verhagen van Buitenlandse Zaken, die momenteel in Australië is.
Inhoudelijk wilde de premier niet ingaan op het artikel. Hij verwees naar vragen die in de Eerste en de Tweede Kamer zijn gesteld en die nog door Verhagen beantwoord moeten worden.
De premier zei wel dat hij ook nu geen behoefte heeft aan een parlementair onderzoek naar de Nederlandse steun in 2003 aan de Amerikaans invasie in Irak. En een meerderheid van de Kamer is het daarmee eens, aldus Balkenende.
PvdA: 'schokkend'
Regeringspartijen PvdA en ChristenUnie zijn geschrokken. Tweede-Kamerlid Martijn van Dam (PvdA) noemt het „onbegrijpelijk” en „schokkend” dat het „voortreffelijke memo” van de Directie Juridische Zaken destijds niet naar de minister is gestuurd. Volgens hem wordt hierin goed onderbouwd waarom de argumenten van het toenmalige kabinet om de oorlog tegen Irak politiek te steunen niet deugden.
Met zijn collega Joël Voordewind van de ChristenUnie wil hij zo snel mogelijk uitleg van de minister van Buitenlandse Zaken over de gang van zaken. Van Dam vindt het nog te vroeg voor het trekken van conclusies over een parlementair onderzoek. Daarvoor wil hij eerst de antwoorden van de regering afwachten. De PvdA was altijd voor een onderzoek, maar heeft deze wens tijdens de coalitiebesprekingen met het CDA laten vallen.
Tweede-Kamerleden van oppositiepartijen vragen zich af hoe premier Balkenende steeds kan volhouden dat er een „sluitende juridische redenering” ten grondslag lag aan het Nederlandse standpunt. De VVD, SP en D66 hebben inmiddels schriftelijke vragen gesteld aan het kabinet.
SP: 'onvoorstelbaar'
Kamerlid Van Bommel (SP) vindt het „onvoorstelbaar dat een advies van deze aard destijds onder tafel bleef. Zulke cruciale twijfels van kundige ambtenaren moeten gedeeld worden.”
VVD-fractieleider Mark Rutte noemde het in TROS Kamerbreed „ernstig dat dit niet bij de besluitvorming betrokken is.”
Al voor de besluitvorming over de Irak-oorlog hadden ambtenaren van verschillende ministeries kritische geluiden laten horen over de juridische onderbouwing van de politieke steun. Toen de oorlog, die op 20 maart 2003 begon, eenmaal was begonnen, benadrukten de juristen van Buitenlandse Zaken op 29 april 2003 nogmaals dat de juridische argumentatie „procedureel en materieel” tekort schoot en dat Nederland een eventuele procedure voor het Internationaal Gerechtshof waarschijnlijk zou verliezen. De ambtenaren vonden het belangrijk om een „objectieve volkenrechtelijke inschatting” te geven, naast antwoorden op vragen van de politieke leiding voor „een zo goed mogelijke juridische onderbouwing van het Nederlandse standpunt”.
Gerelateerde artikelen:
- Buitenlandse Zaken hield kritisch Irak-advies achter
- Buitenlandse Zaken hield kritisch Irak-advies achter
- Buitenlandse Zaken hield kritisch Irak-advies achter
- Buitenlandse Zaken hield kritisch Irak-advies achter
- Buitenlandse Zaken hield kritisch Irak-advies achter
- Buitenlandse Zaken hield kritisch Irak-advies achter
- Memorandum DJZ/IR/2003/158
- Memorandum DJZ/IR/2003/158
- Memorandum DJZ/IR/2003/158
- Memorandum DJZ/IR/2003/158
- Memorandum DJZ/IR/2003/158
