Gedurfde cartoons bij expositie over persvrijheid in Turkije
In Turkije worden regelmatig journalisten vervolgd wegens belediging van de natie. Nederland veilt cartoons om proceskosten te dekken.
De Turkse premier Erdogan heeft weinig zelfspot. De afgelopen jaren heeft hij menig Turkse cartoonist voor de rechter gedaagd. Tientallen rechtszaken weerhouden de tekenaars er op hun beurt niet van de spot te drijven met die juridische procedures, en intussen ook het gebrek aan persvrijheid aan de kaak te stellen.
Zo schiet een in jagerskostuum geklede Erdogan op een cartoon van Sefer Selvi een krant uit de lucht die hij heeft aangeklaagd. Zijn hond verscheurt een al eerder neergehaald exemplaar.
„Zodra journalisten en cartoonisten kritisch zijn over onderwerpen die als taboe te boek staan – de relatie tussen kerk en staat, het leger, de Armeense genocide en Atatürk, de grondlegger van de republiek Turkije – kunnen ze tegengewerkt worden door de overheid”, zegt freelance journalist Mehmet Ülger, voorzitter van Röportaj, een Nederlandse stichting die de persvrijheid in Turkije wil bevorderen. Hij is de samensteller van de tentoonstelling De verbeelding aan de macht die op 29 januari wordt geopend in het Persmuseum in Amsterdam. Daar hangen cartoons uit de Turkse media met als thema: persvrijheid. De moord in 2007 op uitgever-journalist Hrant Dink was voor Ülger reden om de stichting, die een brug wil slaan tussen Nederlandse en Turkse journalisten, nieuw leven in te blazen.
Premier Erdogan: ,,De media overdrijven alles." (Cartoon Sefer Seliv)
Op zijn computer toont hij een cartoon van Sefer Selvi waarop Erdogan streng wijst naar een cirkel, terwijl hij tegen een argeloos kijkende journalist zegt: „Als je nieuws wilt maken, dan mag dat alleen binnen deze lijnen.”
Als onderdeel van de onderhandelingen voor toetreding tot de Europese Unie heeft Turkije sinds 2004 een mediawet die de persvrijheid garandeert. „Alleen op papier is de persvrijheid verbeterd”, zegt Ülger. „Turkije is behalve België een van de weinige landen die bijvoorbeeld bronbescherming per wet garandeert. Maar in de praktijk gebeurt er niets. De premier zelf daagt journalisten voor de rechter.”
Dat gebeurt ook in Nederland, weliswaar sporadisch. Premier Balkenende stapte vorig jaar naar de rechter om rectificatie te eisen van een neptoespraak van hem over de islam in weekblad Opinio. Gregorius Nekschot, een pseudoniem voor een Nederlandse cartoonist, bracht in 2008 een nacht in een Nederlandse cel door omdat hij cartoons had gepubliceerd die discriminerend zouden zijn voor moslims. Ülger heeft er met verbazing naar gekeken. „Ik ben het niet met de strekking van Nekschots tekeningen eens, maar hij heeft het recht om te tekenen wat hij wil.” Graag had hij Nekschot tijdens de opening van de tentoonstelling in discussie laten gaan met zijn Turkse collega Güneri Içoglu, die ooit werd veroordeeld tot acht maanden gevangenisstraf voor een van zijn cartoons, maar de Nederlandse tekenaar wenst anoniem blijven.
De beperkte persvrijheid in Turkije levert veel stof op voor scherpe grappen, zo laten de geselecteerde cartoons zien. Toen een cartoonist was veroordeeld tot een boete van 5.000 euro wegens belediging van Erdogan verscheen daarover op de cover van het satirische blad Leman een bijtende tekening. Daarop ligt een chagrijnige premier op een massagebank, terwijl zijn echtgenote hem liefdevol toedekt met bankbiljetten, het smartegeld dat hij kreeg toegewezen. „Is je pijn nu een beetje verzacht?”, vraagt zij aan de premier. Erdogan antwoordt: ,,Au, au, au, plak er eentje op mijn vinger.”
Zakenman Cuneyit Zapzu, de voormalige adviseur van Erdogan, gebruikt de premier als rijpaard. Erdogan spande een rechtszaak aan tegen cartoonist Sefer Selvi die hiervoor werd veroordeeld.
De naam van de maker staat niet op deze spotprent. „Zo maakt alleen het blad dat de cartoon plaatst kans op een rechtszaak”, zegt Ülger. Om rechtszaken te mijden, spellen tekenaars soms de namen bewust verkeerd van industriëlen of hoge politici die zij parodiëren. De tentoongestelde spotprenten worden na afloop van de expositie in Nederland via internet geveild. De opbrengst is bestemd voor proceskosten van tekenaars.
Vorig jaar werden volgens Ülger 190 aanklachten ingediend tegen journalisten, cartoonisten en schrijvers omdat zij de Turkse natie zouden hebben beledigd. De premier afbeelden als een dier kan al een reden zijn voor een proces. Toch is volgens Ülger volgzaamheid kenmerkend voor de Turkse pers. Wie te veel kritiek heeft, raakt overheidsadvertenties kwijt, verliest het recht op accreditatie of perskaart en riskeert een strafrechtelijk onderzoek. Slechts weinigen worden strijdbaarder door de intimidatie van de overheid. „Er is veel zelfcensuur bij cartoonisten, veel scherpe cartoons blijven ongepubliceerd, maar soms neemt een medium een risico”, zegt Ülger. „Als er veel publiciteit is geweest over een rechtszaak tegen een bekende journalist of schrijver, dan wordt er een tijdje niet in gegrepen, maar je weet nooit wanneer er weer nieuwe maatregelen volgen. Soms komt een aanklacht ook pas een jaar na publicatie van een cartoon.”
De Turkse premier Erdogan klaagde een tekenaar aan omdat hij als dier werd afgebeeld in in cartoon. De premier afbeelden als een dier heeft niets te maken met vrijheid, vond Erdogan. Als reactie verscheen deze cartoon op de cover van het satirische blad Leman.
