Iedereen wil gemengde scholen, maar dwang ligt gevoelig

Door Japke-d. Bouma en Annette Toonen

Nijmegen heeft de primeur. Vanaf 1 april geldt daar een ‘bindend schooladvies’. Het mag van de wet. Maar niet iedereen is overtuigd. „Ik wil dat mijn kind naar een witte school gaat.”

Nijmegen, 13 febr. Tika Appels uit Nijmegen was nog maar net bevallen van dochter Lisanne, of vriendinnen vroegen of haar dochter al was ingeschreven voor Klein Heyendaal, een populaire, ‘witte’ school in een goed gesitueerde wijk. De school heeft welgeteld één leerling van wie de ouders een lage opleiding hebben.

Inmiddels twijfelt Appels. Lisanne, net twee jaar, staat ingeschreven. „Maar ik zie haar liever op een school die een betere afspiegeling is van de maatschappij.’’

Mogelijk komt dat vanzelf goed. Deze week maakte Nijmegen bekend als eerste gemeente in Nederland leerlingen te gaan spreiden over basisscholen, om de vorming van te ‘witte’ en te ‘zwarte’ scholen tegen te gaan. De schoolkeuze voor ouders wordt door de gemeente en de gezamenlijke schoolbesturen beperkt.

Vanaf 1 april wordt er gewerkt met een nieuw, centraal aanmeldsysteem. Ouders kunnen hun voorkeur uitspreken, bijvoorbeeld voor een openbare of christelijke school en/of voor een bepaald onderwijsconcept, maar de gemeente heeft het laatste woord. Gestreefd wordt naar een verhouding van 70 procent ‘kansrijke’ en 30 procent ‘kansarme’ kinderen op een school. Op die manier kunnen kansarme kinderen zich optrekken aan de kansrijken. Uit onderzoek blijkt dat deze verdeling goed werkt. Alle schoolbesturen in Nijmegen werken eraan mee. Ze hebben een convenant getekend waaraan ze zijn gebonden.

Volgens Rini Braat, algemeen directeur van schoolbestuur Stichting Sint Josephscholen in Nijmegen (14 scholen, 4.500 leerlingen), gaat veertig procent van de kinderen in Nijmegen niet naar een school in de eigen wijk. Dat is „maatschappelijk ongewenst”, zegt hij. „Zwarte scholen worden zwarter, witte witter. We constateren een groeiende kloof tussen kansarme en kansrijke kinderen.”

Zijn collega Toine Janssen, bestuurder bij Stichting Conexus (29 scholen, 8.700 leerlingen): „Als je dit proces zijn gang laat gaan, kun je niet alle scholen in de lucht houden, vanwege dalende leerlingenaantallen. We moeten iets doen. Nu geldt: wie het eerst komt, die het eerst maalt. Alerte ouders melden hun kinderen al vroeg aan, soms als ze nog baby’s zijn. Daardoor kunnen andere ouders hun kinderen niet eens in de eigen buurt naar school laten gaan.”

Van Nijmegen, 'kunnen we veel leren'

Oud-minister Winsemius (WRR)

Wethouder Hannie Kunst (onderwijs, PvdA) zegt dat „elk kind gelijke kansen krijgt met ons systeem”. Het is goed als kinderen in hun eigen buurt naar school gaan, vindt zij. „Het scheelt gereis, en kinderen kunnen na school spelen met kinderen uit de buurt.”

Niet iedereen is vóór spreiding. Christelijke groeperingen hebben zich er altijd tegen verzet. Ze zeggen dat het in strijd is met artikel 23 van de Grondwet, dat de vrijheid van onderwijs garandeert. De Besturenraad, een koepel van christelijke schoolbesturen, is daarom tegen het initiatief in Nijmegen, zegt directeur Wim Kuiper. Zelfs als scholen vol zitten en er wachtlijsten zijn, vindt Kuiper dat ouders toch zelf een afweging moeten kunnen maken. „Het mag niet zo zijn dat een gemeente zegt: ‘deze school moet u nemen’.”

Kuiper ziet liever dat ouders worden „overtuigd en verleid” om een school te kiezen met meer kansarme kinderen. Dat kan door deze scholen meer geld te geven voor begeleiding van leerlingen, door ze in mooiere gebouwen neer te zetten. Dwing je de ouders, dan gaan ze allerlei vormen van „uitwijkgedrag” vertonen, zegt Kuiper. Ze gaan verhuizen. Of hun kind naar een school in een andere gemeente brengen, of ze stichten een particuliere school. Kuiper vreest ook dat het ‘bindend schooladvies’ juridisch niet houdbaar is.

Dat is het wel, zegt emeritus hoogleraar onderwijsrecht Dick Mentink van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij is gespecialiseerd in artikel 23. Een paar jaar geleden werd in de Wet op het primair onderwijs opgenomen dat scholen en gemeenten gezamenlijk moeten streven naar een evenwichtige verdeling van leerlingen met onderwijsachterstanden. Colleges van B en W moeten dit overleg om kunnen zetten in bindende afspraken. Mentink: „Dat is wat er in Nijmegen gebeurt”.

De gemeente moet wel de wensen van ouders honoreren voor een school van een bepaalde religieuze richting, of voor openbaar onderwijs. Maar er is geen wettelijke verplichting de wens voor een specifieke school te honoreren, zegt Mentink. „Als er tussen gemeenten en schoolbesturen een verschil van mening ontstaat, kunnen ze volgens de wet terecht bij een geschillencommissie. Voor ouders is er de weg naar de rechter of de commissie gelijke behandeling.”

Pieter Winsemius is „helemaal vóór” het plan van Nijmegen, zegt hij. De oud-minister van VROM (VVD) bracht eind vorige maand een WRR-advies uit aan de regering dat ervoor pleitte probleemleerlingen meer te spreiden, desnoods met dwang. De Onderwijsraad adviseerde al in 2005 om kansarme leerlingen te spreiden.

Het systeem wordt eindelijk weer eens uitgedaagd, zegt Winsemius. „Het was natuurlijk nóg interessanter geweest als het initiatief was begonnen in échte gesegregeerde steden als Rotterdam en Utrecht. Maar hiervan kunnen we al veel leren.”

Alex de Meijer uit Nijmegen koos bewust een gemengde school voor zijn kinderen. Hij is ambassadeur van de stichting Kleurrijke Scholen, die scholen door middel van ouderinitiatieven probeert te mengen. „Je ziet vaak dat mensen elkaar dingen aanpraten over gemengde scholen, terwijl ze er nog nooit een hebben bezocht.”

De Meijer verwacht dat het nieuwe Nijmeegse aanmeldsysteem amper teleurstelling zal veroorzaken. Omdat er nauwelijks wachtlijsten zijn. „Een centraal aanmeldsysteem zal ouders stimuleren eens te kijken op de school in hun eigen buurt. Dat is positief.” Maar spreiding ligt gevoelig bij ouders, blijkt uit reacties. „Ik wil voor mijn kind een witte school, maakt niet uit hoe ver ik ze moet brengen’’, zegt een ouder op de site van de krant de Gelderlander.

Tika Appels, moeder van Lisanne, is genuanceerder. Ze vindt het uitstekend dat Nijmegen probeert een betere mix van leerlingen tot stand te brengen. Maar ze zegt: „Ik wil wel zelf kunnen bepalen waar mijn kind naar school gaat.”

Gepubliceerd in:
Binnenland