President Bashir, trotse en volkse militair
De enige continue factor in de lange loopbaan van president Bashir is dat hij aan de macht wil blijven.
Nairobi, 5 maart. Omar Hassan Ahmad al-Bashir (65) is een trotse man, een militair in hart en nieren. Hij komt uit een arme familie en voelt zich ongemakkelijk in de omgeving van intellectuelen. Zijn gebrekkige intellectuele achtergrond compenseert hij door zich met gemak onder de gewone mensen te mengen, door met hen te dansen, te eten en te bidden. Hij kan rekenen op zowel fanatieke aanhang als diepgewortelde afkeer in Soedan, dat hij sinds 1989 met harde hand bestuurt.
Door het arrestatiebevel staat Bashirs waardigheid op het spel en door zijn driftige karakter is zijn reactie op de grootste politieke uitdaging waarvoor hij ooit heeft gestaan moeilijk te voorspellen. Tijdens redevoeringen zwaait hij altijd met een lange stok en wanneer hij in furie ontsteekt, kan hij angstaanjagend overkomen, zeker als hij zijn zinnen lardeert met verwijzingen naar de noodzaak van een heilige oorlog. Dit populistische en militaristische imago maakte hem populair in de lagere rangen van het leger.
Op politiek terrein is Bashir een mysterie; de enige continue factor in zijn lange loopbaan is dat hij aan de macht wil blijven. Hij werd geboren in Hosh Bannaga, een klein dorpje 150 kilometer ten noorden van Khartoum, het gebied in de Nijlvallei waar een groot deel van Soedans politieke en zakelijke elite vandaan komt.
Zijn vader was een arme boer, zijn moeder analfabeet. Hij ging in het leger en behaalde tijdens de oorlog in het zuiden een belangrijke overwinning op de rebellen, waarna hij werd gepromoveerd en een militaire opleiding in Egypte mocht volgen. In het zuiden stond hij bekend als een meer dan goede drinker, maar toen in 1989 islamitische fundamentalisten de macht grepen, presenteerde hij zich als sober en diepgelovig moslim, ideaal om als stroman te dienen in het fundamentalistische regime.
De werkelijke machthebber na de coup was Bashirs mentor, de islamitische ideoloog Hassan al Turabi. Onder Turabi werd Soedan een vrijhaven voor radicale strijders, zoals Osama bin Laden. Toen Soedan steeds meer als pariastaat werd gezien, ontdeed Bashir zich eerst van Bin Laden en in 2000 van Turabi. Sindsdien is veel gespeculeerd of hij een marionet of de werkelijke machthebber is.
De scherpe kantjes van het fundamentalisme zijn sinds Turabi’s vertrek gesleten. Maar Bashir ging door met de politiek van al zijn voorgangers om in opstandige regio’s milities in te zetten en door met de tactiek van de verschroeide aarde volkssteun voor opstandelingen onmogelijk te maken. In Zuid-Soedan, in de Nubabergen en vervolgens Darfur leidde dat tot miljoenen doden. Hij werd hierin gesteund door alle leden van het regime en vermoedelijk raakten veel ministers nauwer betrokken bij de misdaden in Darfur dan de president. Vorige maand tijdens een geheime bijeenkomst besloten zijn collega’s hem te steunen na een arrestatiebevel. Veel anders kunnen ze niet doen: ook zij lopen het risico door Den Haag te worden aangeklaagd.
