Ex-controleur: oorzaak agressie ligt bij ov-personeel
Geweld tegen personeel in het openbaar vervoer? Andersom bestaat ook: geweld tégen reizigers. Ex-controleur Ed van Heijzen doet een boekje open.
Rotterdam, 26 maart. Het fysieke en verbale geweld in het openbaar vervoer loopt de spuigaten uit. Reden voor een tegenoffensief van overheid, vervoerbedrijven en vakbonden, bedoeld om het personeel in bescherming te nemen tegen opstandige reizigers.
Ed van Heijzen schudt het hoofd, zodra hij geconfronteerd wordt met anti-agressiecampagnes en meldpunten. „De vraag die ik niemand hoor stellen is: wie is dader en wie is slachtoffer?”
Van Heijzen (50) schreef vorig jaar een boek over zijn ervaringen als controleur (1984-1993) bij de Rotterdamse vervoersmaatschappij RET, getiteld Werken met tranen in je ogen. Rode draad van zijn betoog: het eigen personeel gaat zich geregeld te buiten aan geweld tegen reizigers. „Agressie was de norm, en echt dagelijkse kost”, zegt de oud-controleur. En dat is nog zo, beweert hij.
Deze krant kreeg vorige maand een mail van een geschokte reiziger die in metrostation Beurs getuige was geweest van „buitensporig geweld” van enkele RET-controleurs tegen een zwartrijder. Twee foto’s ondersteunden het relaas, dat Van Heijzen bekend voorkomt. „Zeker als het een op het oog kansarme allochtoon is, gaan alle remmen los. Het publiek juicht het immers toe; racisme is wijdverspreid in Rotterdam.”
Zowel de gemeente Rotterdam als de RET stelt dat u verhalen uit de oude doos vertelt.
„Zou ik ook zeggen als ik hen was. Dit beeld past niet in hun straatje. Het zijn de reizigers die niet deugen, nooit ligt het aan het eigen personeel. Maar geloof mij: 90 procent van alle agressie in het openbaar vervoer komt voort uit misdragingen van eigen personeel.”
Toch geeft u in uw boek slechts een paar voorbeelden, waardoor eerder sprake lijkt van incidenten dan van ‘structureel machtsmisbruik’.
„Ik had veel meer onsmakelijke dingen kunnen opschrijven, maar ik heb slechts vier collega’s gevonden die – anoniem – mijn verhalen bevestigen. Eén van hen werkt nog altijd bij de RET. Het punt is: stel dat ik aangeklaagd wordt wegens laster, dan moet ik bij de rechter wel overeind blijven. Daarom heb ik slechts een deel van de ijsberg kunnen schetsen.”
Wat heeft u destijds zelf gedaan om het geweld in te dammen?
„Ik heb vaak genoeg aan de bel getrokken, ook al noemden sommige collega’s me een mietje of een zeikerd. Maar mijn chef drukte me telkens op het hart: hou de vuile was binnenboord, het kost anders ook mij m’n kop. Ik was 34, ik had een jong gezinnetje, ik moest geld verdienen. In zekere zin heb ik ook vuile handen, alleen: ik heb zelf nooit iemand mishandeld.”
Toch een schuldgevoel?
„Ja, wat dacht je? Soms kwam ik onder het bloed thuis, alsof ik een varken had geslacht. In werkelijkheid had ik ‘gewoon’ gewerkt en was er in mijn bijzijn weer eens een reiziger total loss geslagen.”
Toch is het aantal veroordelingen van ontspoorde RET’ers beperkt.
„Dat is niet zo vreemd, gelet op de doofpotcultuur. Bovendien worden altijd de zwakkeren gepakt. Mensen van wie ze weten: die zijn niet helemaal brandschoon en hebben niet het lef en het geduld om de strijd met de gevestigde orde aan te gaan. De zakenman in driedelig pak blijft buiten schot. Als het al tot een zaak komt, ben je kansloos. Het is één reiziger tegen vier collega’s, die elkaar dekken en als BOA’s [bijzondere opsporingsambtenaren, red.] allen de eed hebben afgelegd dat ze nooit zullen liegen. Daar kan de rechter niets tegen beginnen.”
Waarom zoveel jaren na dato nog een boek? Waarom niet eerder?
„Twee jaar geleden las en hoorde ik steeds meer berichten over geweld in het openbaar vervoer, en altijd waren controleurs of chauffeurs zogenaamd het slachtoffer. Toen er vervolgens in de krant een advertentie stond van de RET, met de tekst ‘controleurs vragen er niet om mishandeld te worden’, was voor mij de maat vol. Rond die tijd speelde ook een zedenzaak, waarbij vrouwelijke RET-medewerkers seksueel waren geïntimideerd door een paar collega’s.”
Waar schort het aan?
„Interne controle en opleiding. In de opleidingscursussen wordt uitgegaan van agressie van de reiziger. Dat is een eenzijdig uitgangspunt. Je krijgt geweldinstructies, maar aandacht voor hoe om te gaan met je bevoegdheden en het feit dat macht gevaarlijke schaduwzijden heeft? Geen woord. Bovendien zijn het over het algemeen laaggeschoolde arbeidskrachten die zich met een pakkie aan en een stel handboeien een hele meneer voelen. De Rotterdamse ombudsman had het vorig jaar over ‘laagopgeleid boeventuig’, toen hij sprak over de interventieteams die in de stad huisbezoeken afleggen. Bij die woorden sluit ik me van harte aan.”
RET-baas Peters riep reizigers onlangs op in actie te komen tegen ongepast gedrag van medepassagiers.
„Vreemd verzoek. Ook ik kijk ’s avonds laat in de tram de andere kant op als zo’n stevige gozer achterin de stoelen met een mes aan het bewerken is. Peters zou zich beter om het gedrag van zijn eigen personeel kunnen bekommeren.”
|
'Grammofoonplaat' De RET verwerpt de aantijgingen van Ed van Heijzen met klem. Omdat de oud-medewerker in zijn boek anonieme bronnen gebruikt, zegt een woordvoerder van het Rotterdamse vervoerbedrijf onmogelijk het waarheidsgehalte te kunnen toetsen. „Daarnaast baseert hij zich op gebeurtenissen uit een ver verleden, van vóór 1993.” Ook het geringe aantal klachten van reizigers zou op gespannen voet staan met de beweringen van Van Heijzen. De RET typeert hem als „een repeterende grammofoonplaat die, zonder onderbouwing, dezelfde grievende aantijgingen richting ons personeel blijft uiten”. |
