Zeven vragen en antwoorden over bonussen

Wouter Bos (minister van Financiën) in de Tweede Kamer, met voor hem premier Balkenende.
Door onze redacteur Jeroen Wester

Als oppositieleider wilde Wouter Bos drie jaar terug de topsalarissen aanpakken. Maar als minister van Financiën heeft hij nu moeite iets aan de bonussen te doen.

Den Haag, 30 maart. Het was ooit ‘Wouters ding’, een terrein waarin hij als oppositieleider uitblonk: ageren tegen de topsalarissen. Nog maar drie jaar geleden zei PvdA-lijsttrekker Wouter Bos in verkiezingstijd tegen CDA-leider Balkenende: „Geef mij drie voorbeelden waarbij u de topinkomens aanpakte. Oké, geef me twee voorbeelden. Geef me dan één voorbeeld.”

Maar nu is Bos minister van Financiën – en zou je dezelfde vraag aan hém kunnen stellen. „U heeft gefaald”, zeiden vorige week VVD-leider Mark Rutte en SP-leider Agnes Kant. Immers, waarom had Bos als minister van Financiën niet voorkomen dat bankiers van geredde banken als ING of ABN Amro nog steeds bonussen incasseren?

„U had alle instrumenten in handen om iets te regelen”, zei Rutte. „Dit land is terecht woedend. En u bent dat ook, zegt u. Maar u staat met lege handen.” En: „Het minste waarop wij hadden kunnen rekenen, was dat u trouw zou zijn aan uw eigen verkiezingsbeloften.”

En Wouter Bos? Die gaf eerst een schrobbering aan de aandeelhouders voor het ontstaan van de kredietcrisis. Voor de bonusexcessen wees hij vervolgens de beschuldigende vinger naar de bankiers. „Ik herhaal het nog één keer”, zei de minister, „degenen die hier falen zijn de bankiers”.

Vandaag ontvangt Bos diezelfde bankiers op zijn ministerie aan het Korte Voorhout. Bedoeling is dat daar een herenakkoord wordt gesloten, over het matigen van beloningen en het schrappen van bonussen.

Waarom is het kennelijk allemaal zo ingewikkeld? Zeven vragen en antwoorden over de bonussen.

1 Is Wouter Bos alleen boos op de bankiers, zoals hij zegt?

„Nee, hij stoort zich er óók aan dat De Nederlandsche Bank (als toezichthouder) nog geen nieuwe criteria voor het beloningsbeleid heeft ontwikkeld. Dat duurt de minister veel te lang, want die nieuwe criteria heeft hij vorig jaar oktober al toegezegd. De Nederlandsche Bank is nog niet met voorstellen gekomen, wél vertrokken twee bestuurders bij de centrale bank met vertrekpremies van 591.200 en 772.324 euro. Overigens haalden zulke vertrekpremies tot voor kort niet eens de krantenkolommen.

2 Had Wouter Bos de bonussenonrust kunnen voorkomen?

In zekere zin wel. Banken die in de toekomst steun van de overheid nodig hebben, zullen veel meer toezeggingen moeten doen over hun beloningsbeleid. Zo bezien is Wouter Bos dus te mild geweest in 2008. En dat heeft zijn weerslag. Was de minister eind vorig jaar nog de populairste politicus van het land omdat hij had geëxcelleerd als crisismanager, nu begint dat beeld te kantelen. En het zou kunnen dat het beeld nog meer glans verliest, als straks het parlementaire onderzoek naar het ontstaan van de kredietcrisis wordt gehouden. Het is een goed Haags gebruik dat zulke onderzoeken zich niet alleen op de feiten richten, maar óók op de betrokken politici.

3 Kan Wouter Bos de bonussen niet gewoon terugdraaien?

De minister zegt van niet. Hij noemt daarbij het voorbeeld van ABN Amro-bankier Peter Schmittmann, die eind vorig jaar met een goudgerande vertrekpremie weg ging. De bank (Bos spreekt in dit voorbeeld meestal van „ik”) probeerde via de rechter de vertrekpremie tegen te houden, maar ving bot: juridisch bleek het niet te kunnen. Tijdens de rechtszaak kwam aan het licht dat De Nederlandsche Bank bij de overname van ABN Amro als voorwaarde had gesteld dat men zich zou inspannen „sleutelfunctionarissen te behouden”. Begrijpelijk, want de toezichthouder waakt over de stabiliteit. Maar bij Schmittmann resulteerde dit in bijna 10 miljoen euro aan gegarandeerde bonussen, waar hij niets voor hoefde te doen. Nou ja, hij moest blijven. Maar zelfs dat was niet echt nodig. Want ook bij voortijdig vertrek werd het geld verstrekt, de afspraken bleken waterdicht.

Sommige juristen stellen dat „bijzondere omstandigheden” herziening van financiële afspraken kunnen rechtvaardigen. Die herziening mag de werknemer dan niet onevenredig zwaar treffen. Dat bevestigde de Hoge Raad onlangs in een uitspraak en het staat ook in de code-Frijns, de gedragscode voor deugdelijk ondernemingsbestuur. Aan de andere kant: zonder redding waren er helemáál geen bonussen, dus in die zin worden werknemers niet zwaar getroffen. En bij de discussie over het tekengeld van een nieuwe ING-directeur is herziening niet eens aan de orde: het gaat om een nieuwe afspraak.

4 Waarom belast Wouter Bos de bonussen niet?

In de VS deed president Barack Obama dat wél. Maar volgens de minister leidt zo’n belasting al snel tot sluiproutes. Bovendien vreest hij bij de rechter het onderspit te delven als er een speciale bonusheffing komt, omdat daarbij dan gediscrimineerd zal worden tussen staatsbanken en niet-staatsbanken. Overigens bleken zulke overwegingen eerder geen argument toen het kabinet met een speciale heffing voor topsalarissen kwam. Die regeling werd toen door de PvdA gevierd als „één van de zichtbare successen” van regeringsdeelname. In de Eerste Kamer werd de regeling vervolgens als „symboolwetgeving” afgedaan.

5 Komt er vandaag een herenakkoord met de bankiers?

Ja, althans daar is de minister van overtuigd. Toen Bos vorige week VVD-Kamerlid Frans Weekers moest uitleggen „waarom het zo lang duurde” voordat hij met de bankiers om de tafel ging zitten, zei hij: „Je wilt zeker weten dat je resultaat boekt. Je moet dus een paar dingen voorbereiden.” Bos heeft ook al aangekondigd dat er zonder vrijwillige deal maatregelen volgen, dus de bankiers hebben met meer te maken dan alleen een moreel appèl: het gentleman’s agreement wordt met het mes op de keel gesloten.

6 Wat wil Wouter Bos voor toezeggingen van de bankiers?

Het belangrijkste is dat bij de gesteunde banken niet alleen de raden van bestuur, maar ook de managementlaag daaronder afziet van bonussen (voor zover niet geregeld in een cao). Vertrekpremies moeten beperkt blijven tot maximaal één jaarsalaris. Ook wil de minister bij de gesteunde instellingen onderzoeken in hoeverre het nieuwe regime met terugwerkende kracht kan worden opgelegd.

7 Heeft de kritische houding over bonussen ook nadelen?

Jazeker. Kwaliteit kost soms geld: if you pay peanuts you get monkeys. En vertrekpremies kunnen goed zijn voor niet-functionerende managers: hun voortijdig vertrek voorkomt grotere schade. Bovendien wordt de drempel hoger voor banken om hulp te vragen als het bonussenregime strenger wordt. Individuele belangen kunnen dan gaan prevaleren, waardoor een bank onnodig averij oploopt.

Gerelateerde artikelen:

Gepubliceerd in:
Economie
Nieuwsbrief