Taboeloos vergaderen

Frits Abrahams

‘Laten wij maar eens het goede voorbeeld geven’, zei ik tegen mijn vrouw.

Het kon zo niet langer. Ik had de hele Prinsjesdag van de regering wagonladingen bezuinigingsretoriek over me heen gekregen. Teringen moesten naar neringen worden gezet en de koningin legde hoogstpersoonlijk een loodzware „verantwoordelijkheid op ons allen”.

„Wij moeten zelf ook wat doen”, zei ik, „we kunnen niet achterblijven.”

Ze keek me een beetje bevreemd aan, misschien omdat ik, overigens ten onrechte, in ons huishouden niet bekendsta als een uitgesproken doener. „Ga je gang”, zei ze.

Ik rekende namens Bos voor welke megatekorten de Nederlandse Staat bedreigen. „De overheid moet 20 procent bezuinigen. En, volgens Bos, niet langer met de kaasschaaf hier en de kaasschaaf daar, maar met fundamentele keuzes. Daar gaan nu twintig groepen ambtenaren taboeloos over vergaderen. Laten wij samen hetzelfde doen. Hoe kan deze gezinsunit het komende jaar 20 procent bezuinigen?”

„Jij zou kunnen beginnen met minder boeken en cd’s te kopen.”

„Die heb ik nodig voor mijn werk.”

„Ik zie het meer, om met Wilders te spreken, als linkse hobby’s.” Ze zei het ook met die snijdende Wilderiaanse tongval.

„Sinds wanneer spreken wij in dit huis met Wilders?”

„We zouden toch taboeloos vergaderen? En kijk ook eens naar die dinertjes en lunches met vrienden en collega’s.”

„Wacht even. Wie zet hier met andere tennisdames regelmatig de bloemen buiten? Alles wat er te vieren valt, wordt aangegrepen. Als iemand vijfentwintig jaar met dezelfde likdoorn tennist, is dat al voldoende reden om”

„Flauw. Flauw. Ik doe een voorstel en jij komt met een jij-bak. Zó komen we er nooit uit. Heb je trouwens dat abonnement op dat suffige Ajax-blaadje al opgezegd?”

„Dat schiet niet op. Bos wil fundamentele keuzes.”

Ze liet haar blik opvallend lang op het schilderij achter mij rusten. „Geen schilderijen meer, wat dacht je daarvan? We nemen voortaan de Museumkaart.”

Ik besefte dat het tijd werd om hard terug te slaan. Dat zullen die ambtenaren onderling toch ook wel doen als ze op elkaars departement moeten bezuinigen?

„Goed, dan gaan wij die interne schilderbeurt nog een jaartje opschorten.”

Ze verbleekte. „Kijk om je heen! De muren zijn al geel, het wordt hier een spookhol. Je reinste symboolpolitiek! Op die manier wordt je huis alleen maar minder waard.”

„Draconische maatregelen”, riep ik, „weg met de kaasschaaf! Wat doen we met de kat?”

„Hoe bedoel je?”

„Zo’n kat kost een hoop geld en wat krijg je ervoor terug? Twee, drie kopjes per dag. Het is investeren in een illusie. Dat kan niet meer in deze tijden.”

„Dan zul je wel meteen een huishoudster moeten nemen, want ik ga met de kat mee. Verder nog ideeën?”

Ik dacht diep na. Nee, eigenlijk niet. Wat betreft ‘fundamentele keuzes’ was ik wel zo ongeveer uitgepraat. „In plaats van een weekendje Parijs kunnen we ook naar Doetinchem”, probeerde ik nog, maar het klonk niet echt overtuigend.

We zwegen en dachten aan al die twintig groepen ambtenaren die vanaf volgende week dergelijke discussies moeten voeren.

Ze zullen toch niet uit het raam gaan springen? Dat doen wanhopige werknemers tegenwoordig wel vaker. Fundamenteler kun je niet kiezen.

Gepubliceerd in:
Internet & Media