AOW-overleg: maximaal dertig jaar zwaar werk

Stratenmakers aan het werk.
Door een onzer redacteuren

Den Haag, 15 okt. Werknemers mogen straks maximaal dertig jaar zwaar werk verrichten. De werkgever wordt verplicht de werknemer daarna alternatief lichter werk aan te bieden. Als dat niet lukt moet het bedrijf het mogelijk maken dat zo’n werknemer met 65 jaar toch met pensioen kan en zijn uitkering aanvullen.

Dat is een van de manieren waarop de coalitiepartijen CDA, PvdA en ChristenUnie mensen met een zwaar beroep willen ontzien bij het doorvoeren van de leeftijdverhoging van de AOW naar 67 jaar.

Ook gisteren hebben de fractievoorzitters van de regeringspartijen in de Tweede Kamer en minister Piet Hein Donner (Sociale Zaken, CDA) en staatssecretaris Jetta Klijnsma (Sociale Zaken, PvdA) intensief onderhandeld.

Het kabinet, dat sinds maandag intensief onderhandelt, is dichtbij een akkoord over het optrekken van de AOW-leeftijd en hoopt er eind deze week uit te zijn. Op verschillende punten zijn de partijen het volgens ingewijden eens geworden. Zo worden 55-plussers ontzien. Iedereen die per 1 januari 2010 55 jaar is of ouder kan met 65 met pensioen. Mensen onder 55 jaar werken door tot 67 jaar. De AOW-leeftijd gaat tussen 2020 en 2026 diverse keren omhoog, zodat in 2026 tot 67 jaar wordt doorgewerkt. Het blijft mogelijk met 65 jaar op te houden, maar dan ontvangt iemand wel een lagere AOW-uitkering.

Het trekken van een grens bij 55 jaar is een van de manieren waarop de coalitiepartijen mensen met zware beroepen willen ontzien. Onder werknemers met een zwaar beroep worden niet alleen stratenleggers of bouwvakkers verstaan, maar ook een deel van de mensen die in de zorg werken of in het onderwijs.

Daarnaast wordt erover gesproken om mensen, die voor hun 65e jaar een arbeidsongeschiktheids- of werkloosheidsuitkering hebben als gevolg van hun zware beroep een aanvulling kunnen krijgen zodat ze niet in de bijstand terecht komen of gedwongen zijn hun eigen woning ‘op te eten’ ofwel te verkopen. Vooral PvdA en ChristenUnie hechten hieraan.

Onenigheid bestaat nog over de aanvullende pensioenen. Tegelijkertijd met de AOW-leeftijd wordt ook de leeftijd voor de aanvullende bedrijfspensioenen verhoogd. Dat levert vele miljarden op, die een welkome lastenverlichting betekenen voor werkgevers. Vooral de PvdA vindt, net als de vakbeweging, dat dit geld „niet in de zakken van de werkgevers” mag verdwijnen, melden ingewijden. Het zou bij voorbeeld gebruikt kunnen worden om pensioenen weer te indexeren ofwel de inflatie te corrigeren.

Vandaag worden de onderhandelingen voortgezet.

De hoofdlijnen van het AOW-compromis

De AOW-leeftijd gaat in 2020 in één klap naar 66 jaar. Daarna gaat de leeftijdsgrens óf in zes stappen van twee maanden naar 67 in 2026 óf in één keer naar 67 in 2026. Ook wordt er nog gesproken over een variant waarbij de AOW-leeftijd in 2026 in één keer naar 67 gaat. Deze laatste optie is gemakkelijker uitvoerbaar met het oog op de aanvullende pensioenen.

Mensen die per 1 januari 2010 55 jaar of ouder zijn, ontspringen de dans in alle scenario’s die nu op tafel liggen. Door de grens te trekken bij 55 jaar hebben mensen die jonger zijn dan 55 volgens het kabinet nog genoeg tijd om zich voor te bereiden op langer doorwerken. Ook hebben zij nog genoeg tijd om te sparen om eerder te stoppen met werken.

Om werknemers met zware beroepen te ontzien, houdt iedereen die 40 of 45 jaar heeft gewerkt het recht om toch op 65-jarige leeftijd te stoppen. Maar wie daarvoor kiest, levert flink in: 16 procent minder AOW en twee jaar lang geen aanvullend pensioen. Deze maatregel moet werknemers prikkelen om langer door te werken.

Daarnaast moeten werkgevers en vakbonden in het voorstel samen zorgen dat mensen met zware beroepen aan het eind van hun carrière de mogelijkheid krijgen om zich om te scholen, zodat ze de laatste jaren voor pensioen lichter werk kunnen doen (en het op die manier dus volhouden tot hun 67ste).

In het voorstel schuift ook de leeftijd waarop de aanvullende pensioenen starten twee jaar op. Met het geld dat hiermee wordt bespaard, zouden de pensioenpremies omlaag kunnen en zouden de omscholingstrajecten voor oudere werknemers kunnen worden betaald.

Gerelateerde artikelen:

Gepubliceerd in:
pensioenen
Economie