Donner: AOW-voorstel heel eenvoudig
Den Haag, 16 okt. Diverse betrokken bewindslieden hebben vanmiddag het belang van het AOW-besluit onderstreept.
Verantwoordelijk minister Donner (Sociale Zaken, CDA) noemde na afloop van de ministerraad de kritiek dat het voorstel te ingewikkeld zou zijn „kletskoek”. Volgens hem is zijn voorstel „heel eenvoudig”: voor iedereen gaat de AOW- leeftijd naar 67 jaar. Daarnaast moet voor drie groepen iets worden bedacht: de oudere mensen, de mensen met zware beroepen en de mensen die heel lang (langer dan 42 jaar) hebben gewerkt. Hij benadrukte de „algemene trend die bestaat om langer te werken”.
Vice-premier en PvdA-partijleider Bos (Financiën) kan het voorstel „voor 100 procent verdedigen”, zei hij vanmiddag. „Alle kwetsbare groepen worden ontzien of ondersteund.” Daarom, zei hij, gaat hij ook graag het debat aan met zijn achterban. „De omstandigheden zijn veranderd. We leven langer. Als je dat niet durft te zeggen zit je over vijf of tien jaar met een groot probleem. Dan komt de AOW pas echt in gevaar. Dit doen we juist om de AOW te beschermen.”
De oplossing die het kabinet voor mensen met zware beroepen heeft bedacht, noemde Bos „een heel goed principe”: de werkgever moet na dertig jaar óf een alternatieve baan aanbieden óf bereid zijn zo veel geld mee te geven dat de werknemer twee jaar eerder kan stoppen.
Premier
Premier Balkenende noemde tijdens zijn wekelijkse persconferentie het AOW-akkoord „een technisch proces, dat betrekkelijk soepel is verlopen”. Net als Bos benadrukte ook hij dat de AOW- maatregel moet worden genomen om de voorziening in de toekomst overeind te kunnen houden. „Wij hebben het noodzakelijk geacht voor deze maatregel te kiezen en over schaduwen heen te springen.” Vervolgens noemde hij de sociale elementen in het AOW-akkoord en erkende hij dat er verschillende mogelijkheden waren om de pensioenleeftijd te verhogen. „We gaan niet pats boem van 65 naar 67 jaar.” De manier waarop het nu zal gebeuren, noemde Balkenende een „verstandige manier”.
Van de felle kritiek van de FNV kijkt Balkenende niet op, zei hij. Bovendien heeft hij geconstateerd hij dat de CNV „echt anders reageert”. Met de sociale onrust kan Balkenende niet zitten: „Wij gaan niet over sociale onrust. Wij gaan over wat er in het land moet gebeuren. Dit komt voort uit de sterk verslechterende overheidsfinanciën.”
Vice-premier Rouvoet (Jeugd en Gezin, ChristenUnie) sprak van een „goed besluit” dat „sociaal zeer verdedigbaar” is. Hij benadrukte de daadkracht van het kabinet: de SER kon er binnen een half jaar niet uit komen, maar het kabinet heeft binnen twee weken deze „moeilijke beslissing” kunnen nemen. De kritiek van de vakbonden en de oppositiepartijen wuifde Rouvoet weg. „Als wij de oppositie zouden vragen gezamenlijk met een nieuw plan te komen, weet ik zeker dat ze er binnen een half jaar niet uitkomen.”
