Een ijzingwekkend harde, schrille gil
NRC-redacteur Mark Schenkel stond op enkele meters van het incident. Die gil, die ijzingwekkende gil… dat kan toch maar één ding betekenen?
Amsterdam, 4 mei. Acht uur precies. Acht slagen weerklinken van de klok bovenin het paleis op de Dam. Stilte volgt. Stilte, waarin ik, en de duizenden aanwezigen om mij heen, stilstaan bij de slachtoffers van oorlog en geweld. Zoals ieder jaar op 4 mei.
Dan begint het.
Achter mij gaat een mobiele telefoon over. "Hallo? He, ha!", klinkt het opgewekt. Voor het eerst dat ik dat meemaak, op 4 mei op de Dam. Spijtig. Jammer. Onaangepaste figuur. Negeren maar.
Omstanders beginnen te sissen. "Het is dodenherdenking, man." De gebelde man - die ik niet kan zien - reageert lacherig. "Jaja, dodenherdenking…". Hij dringt zich naar voren. Hij schampt me, het is een jonge man die er uitziet als een orthodoxe jood. Zwart gekleed, donkere baard, zwarte pijpenkrullen.
Dan dringt hij zich al bellend voorwaarts. Op de stoep voor Madame Tussauds. Opnieuw boze omstanders. Hij verdwijnt uit mijn zicht, achter de rijen mensen voor me.
Dan gebeurt het pas echt. Er klinkt vanaf zijn plek een gil. Een ijzingwekkend harde, schrille gil. Geen woorden, geen betekenis. Alleen: een gil.
Wij, omstanders, aarzelen. Aarzelen een tel. Dan: angst. Blinde angst. In deze ene fractie van een seconde flitst door mij heen wat – getuige de omstanders die ik naderhand aanschiet – door iedereen heen flitst: een aanslag. Een bom. Of een machinegeweer. Die gil, die ijzingwekkende gil… kan dat niet alleen betekenen: een aanslag?
De mensenmassa zet zich in beweging, wil weg, als ware zij één persoon. Angst maakt zich meester van de mensen om mij heen die zich hebben omgedraaid en weg willen – hoe, maakt niet uit. Langs mij, over mij, door mij heen. Weg van hier.
Terwijl de massa duwend, trekkend, schreeuwend zich een weg naar achteren baant, struikel ik bijna over een kinderwagen. Moeder eronder, een arm uitgestoken naar de dringende menigte – raap me op! Dan sterft de gil weg. Stilte. Plotseling. Stilte, zoals om acht uur. Dan: wat was dat? Vragen. Vragen in de menigte. Wat was dat? Wie was dat? Wat is er gebeurd?
De man is overmeesterd door de politie, zeggen omstanders. Agenten in burgerkleding duiken links en rechts op. Rustig maar, kalmte mensen, alles onder controle.
"Er is zojuist iemand onwel geworden", zegt de omroeper van de ceremonie op de Dam. Onwel? Ik heb niemand onwel zie worden – alleen iemand heel hard horen gillen en de mensen de schrik van hun leven zien aanjagen. Is de onwel-boodschap een manier om de grote mensenmassa die hier bijeen is niet in paniek te brengen? Straks, thuis, zal ik lezen wat er gebeurd zou zijn. Misschien was het wel gewoon een verwarde man.
