OM: claims tegen Wilders moeten worden afgewezen

Wilders in de rechtszaal.
Door een onzer redacteuren

Amsterdam, 12 okt. De schadeclaims van partijen die zich hebben gevoegd in de strafzaak tegen Geert Wilders moeten worden afgewezen. Dat heeft het Openbaar Ministerie vanmorgen gesteld tijdens het requisitoir in de zaak.

Zestien particulieren en organisaties hebben zich in dat proces gevoegd omdat zij vinden dat ze schade hebben geleden door uitspraken van Wilders, de leider van de Partij voor de Vrijheid. Wilders staat deze maand in Amsterdam terecht voor discriminatie en haat zaaien.

Onder de benadeelde partijen bevinden zich de antiracismestichting Nederland Bekent Kleur, de Rotterdamse advocaat H. Raza, advocaat Els Lucas en de particulier Femke Wolthuis (niet de RTL-presentatrice), die vindt dat Wilders het klimaat in Nederland voor haar en anderen heeft verziekt. Sommige benadeelden eisen een euro schadevergoeding.

Oorzakelijk verband

Officier van justitie Birgit van Roessel wees er vanochtend op dat er een oorzakelijk verband moet zijn tussen een strafbaar feit en de door benadeelden geclaimde schade. Dat volgt uit een uitspraak van de Hoge Raad in 1996. Volgens haar is in de zaak-Wilders niet vast te stellen of de uitlatingen van Wilders gericht waren tegen de partijen die zich gevoegd hebben of de mensen die zij zeggen te vertegenwoordigen.

Het Openbaar Ministerie (OM) vindt dat de ‘benadeelden’ niet-ontvankelijk moeten worden verklaard. Dat zou betekenen dat hun claims niet kunnen worden toegewezen.

Die opvatting, benadrukte de officier van justitie, staat los van de beoordeling van de strafbaarheid van de uitlatingen van Geert Wilders. Het gaat onder meer om zijn islamkritische film Fitna en de vergelijking die hij heeft gemaakt tussen de Koran en Hitlers antisemitische boek Mein Kampf.

Niet relevant

Voor die beoordeling of zijn uitspraken strafbaar zijn is overigens „niet relevant” of het waar is wat Wilders zegt, zei Van Roessel. Advocaat Bram Moszkowicz zei eerder dat hij wil aantonen dat wat zijn cliënt zegt waar is, omdat hij er dan niet voor veroordeeld zou kunnen worden.

Volgens Van Roessel is het een „misvatting” dat de waarheid over dit onderwerp kan worden vastgesteld. Wel „moet worden meegewogen of de uitlatingen enige feitelijke basis hebben”.

Uit Europese jurisprudentie vloeit voort dat de verdachte voldoende in de gelegenheid moet worden gesteld zijn beweringen te onderbouwen. „Maar ook als een uitlating feitelijke basis heeft, kan die strafbaar zijn”, aldus Van Roessel.

Twee dagen

Het Openbaar Ministerie heeft voor zijn requisitoir naar verwachting twee dagen nodig. Vrijdag wordt de eis bekend. Dan blijkt of justitie afwijkt van de eerdere beslissing de strafklachten te seponeren. Nadat de benadeelden bij het hof in Amsterdam een verzoek hadden ingediend om de sepotbeslissing ongedaan te maken, verplichtte het hof het OM om PVV-leider Geert Wilders alsnog te vervolgen.

Gerelateerde artikelen:

Gepubliceerd in:
Proces Wilders
Binnenland
Nieuwsbrief