Het seizoen van ‘heftige’ keuzes begint
Het kabinet wil de geesten rijp maken voor een politiek seizoen van heftige keuzes. De urgentie is groot. De verzorgingsstaat wordt onbetaalbaar.
Den Haag, 16 sept. De begroting van 2020. Daar gaat het deze week om. 2010 is het jaartal op de kaft van de Miljoenennota die minister Bos (Financiën, PvdA) vanmiddag in zijn koffertje naar het parlement bracht. Maar in het verhaal zelf staan vooral zorgen over de tien jaar daarna. Bos schrijft over de schuld waarmee dit kabinet toekomstige generaties opzadelt: het gat in de overheidsfinanciën dat door de crisis is ontstaan, betekent een rekening van 160.000 euro per dit jaar geboren baby.
Sombere troonrede
De sombere Troonrede en de Algemene Politieke Beschouwingen later deze week zijn het startschot voor een politiek seizoen van heftige keuzes. Het kabinet wil de geesten rijp maken voor de „fundamentale heroverweging” van de verzorgingsstaat – onbetaalbaar geworden door de economische crisis. Nederlanders moeten een gevoel van urgentie krijgen.
Een gevoel dat volgens minister Bos nog maar net in eigen kring is doorgedrongen. Tot deze zomer hoopten enkele ministers stilletjes dat de economische problemen net zo snel zouden verdwijnen als ze waren gekomen, zegt de minister vandaag.
Ook jaren van economische groei zullen de overheidsfinanciën niet redden. „Zelfs bij de collega-ministers kwam die rauwe werkelijkheid hard aan.” Het illustreert wie misschien wel de belangrijkste tegenstander is die het kabinet bij zijn hervormingsagenda zal tegenkomen: zichzelf.
In de tweeëneenhalf jaar die deze coalitie van CDA, PvdA en de ChristenUnie oud is, hebben de partners elkaar al de nodige littekens bezorgd. Bij elke moeilijke beslissing bleek het onmogelijk om de belangen en wensen van de coalitiepartners zonder openlijk zichtbare wrevel tot één plan te kneden. Dat gold voor de ingetrokken hervorming van het ontslagrecht, de Rijksbegroting van 2009, het crisisakkoord dit voorjaar en de voorgenomen aankoop van JSF-gevechtsvliegtuigen.
Zo verwonderlijk is die constante spanning niet: christen-democraten en sociaal-democraten verschillen nu eenmaal fundamenteel van mening over hoe Nederland eruit moet zien. Hoeveel van zijn problemen moet de burger zelf oplossen en voor welk deel is de overheid verantwoordelijk? Het is juist die vraag die de twee grootste politieke partijen nu gezamenlijk moeten beantwoorden.
Besluit in voorjaar 2010
Er is haast, maar er moet ook tijd worden genomen, schrijft het kabinet in de Miljoenennota. Het neemt tot het voorjaar van 2010 de tijd om te besluiten over de ingrijpende keuzes die naar eigen zeggen nodig zijn.
Op weg daar naar toe staat de horde van de gemeenteraadsverkiezingen, in maart 2010. Als er kiezers te winnen zijn, is het voor de coalitiepartijen aantrekkelijk hun verschillen te benadrukken. Grote kans dat er na het sluiten van de stembussen weer allerlei nieuw oud zeer is bijgekomen.
Weet het kabinet de fundamenten voor een duurzaam economisch herstel te leggen, of verzandt het in een moeras van verkiezingsbelangen, tegenstrijdige ideologieën en angst voor het onbekende?
Voor de zomer hoopten parlementariërs van de regeringspartijen dat een vakantie de moeizame verhoudingen tussen de coalitiepartijen wat zou ontlasten.
Kleine ergernissen
Maar nog voor het parlementaire jaar goed van start is gegaan, sijpelen de eerste kleine ergernissen alweer door. De bemoeienis van premier Balkenende met het uitdiepen van de Westerschelde, onenigheid over het wel of niet voortijdig publiceren van Prinsjesdagstukken, de kleinste kwesties leidden al tot verzuchtingen.
Het Nederlandse politieke bestel is niet geschikt voor drastische veranderingen. Radicale, gedurfde ommezwaaien komen zelden voor. Het bestel gedijt beter als er aan knoppen moet worden gedraaid om de pijn bij relatief kleine koerswijzigingen te verdelen. Dan kan in een proces van geven en nemen een compromis tussen tegenstanders worden bereikt.
De mantra van het kabinet is nu dat juist de crisis kansen biedt om dit patroon te doorbreken. Kijk maar, zeggen coalitieleden, naar het verhogen van de AOW-leeftijd naar 67 jaar. Jarenlang een groot politiek taboe. Eerder dit jaar was het binnen drie maanden geregeld, zonder grote ruzies. Wel mag de Sociaal-Economische Raad (SER) tot 1 oktober nog met alternatieven komen. Of de eensgezindheid over de AOW het SER-advies overleeft, moet dan blijken.
De crisis geeft het kabinet-Balkenende IV ook een kans om te laten zien dat het niet uitgeregeerd is, zoals de oppositie roept.
Oppositie zelfverzekerd
Die oppositie is zelfverzekerd. Opiniepeilingen geven Geert Wilders het idee dat zijn PVV de grootste partij kan worden. Naast zijn anti-islam standpunten kiest hij op sociaal-economisch terrein steeds nadrukkelijker voor een links-populistische koers: handen af van de AOW, niet tornen aan uitkeringen en minimumloon. D66-leider Alexander Pechtold ziet zijn effectieve oppositie ook terug in gunstige peilingen. Hij verwijt het kabinet gebrek aan moed. Hij vreest zelfs dat de AOW-verhoging er niet doorkomt. De SP gaf het kabinet het eerste jaar nog het voordeel van de twijfel, maar kiest nu voor harde oppositie. Zoals via een publiekscampagne tegen de AOW-plannen.
Vraag is hoe de coalitiepartijen overeind blijven tegen dit gebeuk, zeker als ook buiten het parlement weerstand ontstaat.
Want het bespelen van de publieke opinie valt het het kabinet niet altijd makkelijk. Bij zijn aantreden profileerde het kabinet zich onder het motto ‘Samen Werken, Samen Leven’ met een groot pr-offensief en een honderddagentour door het land. Dit kabinet zou alles anders doen, oude politiek was uit. Die ambities bleken snel onhaalbaar. Verkeerd management van verwachtingen, gaf de coalitie later ook toe.
Ook nu legt het kabinet de lat weer hoog. Zeven ambities staan er in de Miljoenennota, van het realiseren van duurzaam energie- en klimaatbeleid en het bestrijden van de werkloosheid tot het herzienen van het belastingstelsel. En dat allemaal in anderhalf jaar, onderbroken door gemeenteraadsverkiezingen en provinciale verkiezingen en afgesloten door landelijke verkiezingen.
Openlijke ruzies en interne irritaties horen bij de politiek. Kijk naar het resultaat, niet naar het spel, zegt minister Bos. Maar zelfs als straks het resultaat meevalt, is de vraag of kiezers dat waarderen. Als het Nederlands elftal met 1-0 wint maar slecht speelt, is ook nooit iemand tevreden.
Als dat zo is, en de coalitie wordt afgestraft, dan kan „de fundamentele heroverweging” weer helemaal van voren af aan beginnen. Met nieuwe spelers, die ook weer coalities moeten sluiten met mensen die er anders over denken.
|
Lees in NRC Handelsblad (dinsdag 15 september) :
Zie ook het webabonnement. |
Gerelateerde artikelen:
- Bos: wees blij dat we tijd hebben om na te denken
- Bos: wees blij dat we tijd hebben om na te denken
- Bos: wees blij dat we tijd hebben om na te denken
- Bos: wees blij dat we tijd hebben om na te denken
- Beatrix: crisis eist souplesse van ieder
- Beatrix: crisis eist souplesse van ieder
- Beatrix: crisis eist souplesse van ieder
- Beatrix: crisis eist souplesse van ieder
- Raad van State: kabinet mist urgentie
- Raad van State: kabinet mist urgentie
- Raad van State: kabinet mist urgentie
