Alleen De Vries kon BVD-scan verspreiden

De cruciale passage uit de brief van Carlos Hugo de Bourbon aan zijn schoonzoon ('Dear Edwin').
Door onze redacteuren Joep Dohmen en Tom-Jan Meeus

Was het legaal dat de koninklijke familie het sociale dossier van de aanstaande van prinses Margarita kende? Alleen als Klaas de Vries toestemming gaf. Die weet zich niets te herinneren.

ROTTERDAM, 6 MAART. Gegevens die de inlichtingendienst BVD ontleende aan het dossier van Edwin de Roy van Zuydewijn bij de Amsterdamse sociale dienst zijn in de koninklijke familie besproken. Dit staat vast sinds premier Balkenende gisteren voor het eerst publiekelijk sprak over de ruzie in de koninklijke familie. De vraag is nu: had dit gemogen?

Sinds vorig jaar bestaat de 'oude' Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) niet meer. Die heet nu Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD). Dat is in dit geval essentieel. Maatgevend voor het optreden van de inlichtingendienst in het jaar 2000, toen het dossier van De Roy van Zuydewijn bij de sociale dienst door de BVD werd gelicht, is de 'oude' BVD-wet. In die wet zijn twee artikelen van toepassing voor het onderzoek dat naar De Roy van Zuydewijn is ingesteld: artikel 8 (lid 2 onder a.), waarin is bepaald onder welke condities onderzoek naar personen mag worden ingesteld, en artikel 16 (lid 1 t/m 4), waarin is geregeld onder welke omstandigheden door de BVD verzamelde informatie aan derden mag worden gegeven.

Van belang is voorts dat alle deskundigen het er over eens zijn dat er ook een wet is die niet van toepassing is: de Wet veiligheidsonderzoeken, waarin de 'screening' van werknemers met een vertrouwensfunctie is geregeld. Premier Balkenende wees er gisteren in zijn persconferentie op dat het de normaalste zaak van de wereld is om zo'n 'scan', zoals hij zei, uit te voeren. Toch was de Wet veiligheidsonderzoeken niet van toepassing op De Roy van Zuydewijn. ,,Die wet'', zegt inlichtingendeskundige Bob de Graaff, ,,heeft betrekking op onderzoek naar mensen die ergens in dienst zijn en een vertrouwensfunctie vervullen. Dit gaat niet op voor De Roy van Zuydewijn.'' Diens advocaat P. Nicolaï is het hiermee eens.

Zoals Balkenende in feite ook aangeeft in zijn brief gisteren aan de Kamer, is het onderzoek naar De Roy van Zuydewijn daarom alleen onder te brengen onder algemene modus operandi die in de oude BVD-wet zijn beschreven. Artikel 8 legitimeert de dienst onderzoek te verrichten naar ,,personen'' over wie ,,het ernstige vermoeden'' bestaat dat zij ,,een gevaar vormen voor het voortbestaan van de democratische rechtsorde dan wel voor de veiligheid of voor andere gewichtige belangen van de Staat''. Bob de Graaff wijst erop dat het in 2000 allang tot de gewoonten van de BVD behoorde personen die zijn onderzocht, te verwittigen van het onderzoek, om ze de mogelijkheid te bieden beroep tegen bevindingen aan te tekenen. ,,Dat is niet gebeurd en dat beschouw ik als een fout.''

Nicolaï wijst er op dat vorig jaar de secretarissen-generaal van het ministerie van Algemene Zaken, W. Kuijken (op 14 februari en 3 mei), Binnenlandse Zaken, J.W. Holtslag (17 mei), en Justitie, H. Borghouts (22 mei), hebben laten weten dat er door hun departementen geen onderzoek naar De Roy van Zuydewijn is verricht. Binnenlandse Zaken schreef zelfs dat De Roy van Zuydewijn vroeg naar ,,gegevens die er niet zijn''. ,,Een parallel met de zaak-Oltmans'', zegt Nicolaï. ,,Ook daarin is steeds ontkend dat er een dossier was. Ook toen bleek dat er toch te zijn.''

Bovendien meent Nicolaï dat het betreffende wetsartikel ten onrechte op De Roy van Zuydewijn van toepassing is gebracht. Er was, zegt hij, geen reden te veronderstellen dat de democratische rechtsorde dan wel de veiligheid van de staat in het geding was. ,,Dit onderzoek had niet gemogen.'' De Graaff ziet dat anders, gesteund door criminoloog Cyrille Fijnaut. ,,Er is een ruim grijs gebied ontstaan over wat de BVD mag doen om de democratische rechtsorde te beschermen. Daar kan je dit onderzoek ook onder scharen'', zegt Fijnaut.

Dan nog is de vraag of de in dat kader vergaarde informatie in de familiekring van de Oranjes terecht mocht komen. De gewoonte, vertellen diverse inlichtingenfunctionarissen, is dat onderzoek op verzoek van het hof via tussenkomst van de premier door de minister van Binnenlandse Zaken aan de BVD wordt gevraagd. Het hof krijgt de verzochte informatie via dezelfde omweg: de BVD rapporteert aan de minister, de minister de premier, de premier het hof.

Uit een brief (zie kader) die de vader van Margarita op 25 mei 2000 aan De Roy van Zuydewijn schreef, blijkt dat hij wist wat in het dossier over zijn kandidaat-schoonzoon stond. Dit betekent dat de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken, Klaas de Vries, hiervoor toestemming moet hebben gegeven. Immers, verstrekking aan derden van door de BVD verzamelde persoonsgegevens geschiedt alleen ,,na machtiging daartoe van Onze betrokken minister'', aldus de wet. De Vries zegt echter: ,,Ik heb hier helemaal geen herinnering aan. Het zegt me totaal niets.''

Voor advocaat Nicolaï is hiermee vastgesteld dat ,,de staat onrechtmatig jegens mijn cliënt heeft gehandeld''. Ook Bob de Graaff denkt dat de overheid fout zit: ,,Het is duidelijk dat een BVD-rapport een staatsgeheim is. Dat mag je niet met derden bespreken. Dit geldt ook voor de majesteit. Tenzij de minister daarvoor expliciet toestemming heeft gegeven. Maar dat is zoiets uitzonderlijks dat hij het echt nog wel zou weten.''

 

Gepubliceerd in:
Binnenland