Juliana bedankte Den Uyl voor redden monarchie
Voormalig koningin Juliana was Den Uyl dankbaar voor zijn behandeling van de Lockheed-affaire en de minder bekende affaire met Northrop. Zo schrijft politicologe Anet Bleich in haar proefschrift over de voormalige premier. Bleich gaat ook in op de ontwikkeling van zijn politieke denkbeelden, die zich in de crisisjaren liet inspireren door het nationaal-socialisme in Duitsland.
Rotterdam, 20 febr. Op zijn sterfbed is oud-premier Joop den Uyl door voormalig koningin Juliana bedankt voor de wijze waarop hij Nederland in 1976 heeft behoed voor een crisis in de constitutionele monarchie. “Ik ben u intens dankbaar voor de zware ‘operatie’ die u indertijd op mijn man hebt uitgevoerd en die uiteindelijk tot zijn herstel geleid heeft. Uw oude ‘praatpaal’ Juliana”, schreef de moeder van koningin Beatrix in november 1987 aan Den Uyl. De kort daarvoor teruggetreden politiek leider van de PvdA was toen ernstig ziek en zou een maand later vlak voor Kerstmis sterven.
Prinses Juliana doelde vermoedelijk niet alleen op de zogeheten Lockheed-zaak rond prins Bernhard, die in 1976 tot een climax kwam, maar ook op andere en vergelijkbare omkoopaffaire met de vliegtuigfabrikant Northrop waarin haar man eveneens verzeild was geraakt. Prins Bernhard zou sinds de jaren zestig voor beide ondernemingen hebben gelobbied in ruil voor ruime honoraria. Wegens zijn positie als echtgenoot van het staatshoofd werd dit als smeergeld bestempeld. Maar toemalig premier De Uyl heeft die tweede affaire met Northrop, waarmee een bedrag van $750.000 was gemoeid, bewust niet in de openbaarheid gebracht.
Dat betoogt de politicologe Anet Bleich in haar biografie Joop den Uyl, 1919-1987. Dromer en doordouwer, waarop ze morgen aan de Universiteit van Amsterdam hoopt te promoveren. Op de dissertatie berust een embargo tot donderdag 21 februari 12.00 uur. Maar de auteur heeft dat embargo zelf ten dele geschonden door een interview te geven aan het weekblad Vrij Nederland dat vandaag is verschenen. Daarin onthult zij de hoofdlijnen van haar proefschrift reeds. Een echte voorpublicatie van een proefschrift is in academische kring overigens niet gebruikelijk. Formeel kan de promotie immers nog worden afgwezen door de Universiteit van Amsterdam.
Door de Lockheed-affaire heeft het voortbestaan van de monarchie serieus op het spel gestaan. De zaak had kunnen uitdraaien op een diepgaande constitutionele crisis omdat koningin Juliana zich niet wilde neerleggen bij een eventuele strafvervolging van haar man en prinses Beatrix liet blijken niet bereid te zijn haar moeder op te volgen als die wegens de kwestie zou aftreden.
De omkoopaffaire was in 1976 op verzoek van het kabinet onderzocht door een speciale commissie. Bij het eindverslag van deze commissie, dat op 12 augustus 1976 aan de premier werd overhandigd, bevond zich bijlage van twaalf pagina’s waarin werd ingegaan op de Northrop-affaire. Het Rotterdams Dagblad publiceerde daarover in 2005 als eerste. In zijn multomap noteerde Den Uyl die dag: “Stuk Northrop persoonlijk”. Op grond van deze bijlage die de promovenda heeft ingezien. concludeert Bleich dat prins Bernhard van 1968 tot 1973 via een tussenpersoon in totaal $ 750.000 heeft ontvangen. “Wat deed Den Uyl met deze figuurlijke tijdbom die de commissie-Donner bij het scheiden van de markt had toegespeeld? Helemaal niets. Hij borg het document op in een kluis waar het zich tot op heden bevindt en nam over de Northrop-affaire een oorverdovend zwijgen in acht”, schrijft Bleich. Toen het Tweede Kamerlid Fred van der Spek van de Pacifistisch Socialistische Partij (PSP) daarvan een jaar later lucht kreeg en Kamervragen stelde, draaide premier Den Uyl er omheen.
De Lockheed-affaire kwam begin 1976 aan het licht tijdens hoorzittingen in het Amerikaanse congres over de vraag of de grote internationale (wapen)ondernemingen wel oorbaar opereerden. In februari van dat jaar verklaarden twee topmanagers van Lockheed daar dat een “hoge Nederlands regeringsfunctionaris (...) steekpenningen zou hebben ontvangen”. Daarmee werd, zo bleek, de Prins der Nederlanden bedoeld.
Het kabinet-Den Uyl besloot deze verdenkingen te laten onderzoeken door een driemanschap, net zoals de sociaal-democratische premier Willem Drees in 1956 had gedaan toen koningin Juliana en prins Bernhard in ernstig conflict waren geraakt over de gebedsgenezers Greet Hoffmans. De commissie werd gevormd door A.M. Donner (rechter bij het Europese hof van justitie), M.W. Holtrop (ex-president van De Nederlandsche Bank) en H. Peschar (voorzitter van de Rekenkamer), respectievelijk lid van ARP, VVD en PvdA.
Het onderzoek van de commissie leidde niet tot volledige klaarheid. Volgens de commissie had prins Bernhard zich ontvankelijk getoond voor omkoping. Zo concludeerde de commissie dat bijvoorbeeld een aanbod van $500.000. “Alle trekken vertoont van een poging tot omkoping”, die door de prins blijkbaar niet als “onoorbaar of ongepast” is ondervonden. Prins Bernhard ontkende tegenover de commissie echter stelselmachtig dat hij dit of ander geld daadwerkelijk had ontvangen, inclusief een cheque van $100.000 die was uitgeschreven op naam van een niet bestaande persoon genaamd Victor Baarn. De commissie liep dood in haar onderzoek en concludeerde omineus in dubbele ontkenningen: “Z.K.H. heeft ook met betrekking tot deze $100.000 uitdrukkelijk verklaard, dat hij het bedrag niet heeft ontvangen, noch erover heeft beschikt. De Commissie heeft geen bewijzen van het tegendeel gevonden”.
Over de Northrop-affaire was de commissie dus wel stelliger. Maar omdat die zaak buiten haar taakopdracht viel, kon Den Uyl de speciale bijlage daarover geheim houden.
In haar biografie van Joop den Uyl gaat Anet Bleich ook in op de ontwikkeling van de politieke denkbeelden van Den Uyl, die in 1919 in Hilversum werd geboren in een zwaar gereformeerd middenstandsgezin. Als scholier en student liet de jonge Den Uyl in de crisisjaren, die zich na de beurskrach van 1929 aandienden en tot diep in de jaren dertig zouden voortduren, zich inspireren door het nationaal-socialisme dat in 1933 in Duitsland aan de macht was gekomen. Hitler was voor de zestienjarige Den Uyl een inspiratiebron, omdat zich rond de Führer een “herboren, zelfbewust volk” had geschaard dat zich niet alleen door materiële waarden liet leiden. Ook “wij strijden tegen die geldmacht, die koopmansgeest die Nederland ten verderve voert”, schreef hij als scholier in 1935 in een opstel. Maar de rassenleer en het antisemitisme van de nazi’s waren verderfelijk in de ogen van deze door en door gereformeerde jongen. Den Uyl is ook nooit lid geweest van één of andere fascistische of nationaal-socialistische organisatie. In de zomer van 1939 heeft hij wel twee maanden doorgebracht in de Noordduitse stad Kiel. Den Uyl was daarin absoluut geen uitzondering. Veel jonge mannen, die door hun afkomst niet naar het socialisme of liberalisme kónden overstappen, schurkten in die jaren tegen allerhande pleitbezorgers van een nieuwe anti-plutocratische orde aan.
Nadat de Tweede Wereldoorlog op 1 september 1939 was uitgebroken, nam hij daarvan allengs meer afstand. De 10de mei 1940 veranderde zijn leven in één klap. Op 15 mei 1940, toen Nederland voor de Duitsers was gecapituleerd, noteerde hij: “Aan het eind van 5 dagen verbijstering enkele simpele constateringen. De belangrijkste is, dat het in het leven blijkbaar niet op het denken, maar op het doen aankomt”. Een maand later keerde hij zich in het gereformeerde studentenblad Libertas ex Veritate tegen de afwachtende houding in christelijke kring. “Een zwijgende Kerk is geen Kerk”, aldus Den Uyl toen. En in december 1940 schreef hij over Romeinen 13, de passage uit het nieuwe testament waarin staat dat de overheid, van welke aard dan ook, het zwaard namens God draagt: het is een “zonde” om de bezetter niet te gehoorzamen, maar we moeten niet voor die zonde “terugschrikken” als daarmee een “groter zonde”, namelijk “voortgaande verkrachting der rechtsorde” kan worden voorkomen.
Vanaf dat moment droeg Den Uyl bij aan het verzet van de illegale pers, onder meer als medewerker van de clandestiene kranten De Nieuwe Vrijheid en Vrij Nederland.
