In de vakantie moet het ook nog leuk zijn

In de vakantie moet het ook nog leuk zijn  Dochter verliefd op gebronsde Griek
Door onze redacteuren Sheila Kamerman Rinskje Koelewijn

Amsterdam, 8 juli. Verwachtingen ten aanzien van de vakantie zijn hooggespannen. Daarom geeft vakantie meer stress dan de routine van het dagelijks leven. Relaties komen onder druk te staan.

De vakantiestress begint voor de familie Koning en de familie Hoes uit Rotterdam al bij het inpakken. De een gaat naar Zeeland, de andere (met vijf kinderen) naar Zuid-Frankrijk. Mike Koning kwam er gisteren achter dat hij de dragers van de ‘skibox’ had uitgeleend maar hij wist niet meer aan wie. Gelukkig kon hij dragers van de buurman lenen. Willemijn Hoes moest heel zuinig inpakken, want de achterbak van de auto zit met de tweelingwagen al vol. Haar kinderen zijn zo over de auto verdeeld dat ze zo min mogelijk ruzie kunnen maken. Dieuwertje van acht zit op de achterste achterbank tussen de baby’s, op de bank daarvoor staat de koelbox tussen Loekie (6) en Timo (4). Maar eenmaal op de vakantiebestemming aangekomen is de stress weg, zeggen ze.

Dat is niet voor iedereen zo. Gezondheidspsycholoog Ad Vingerhoets van de Universiteit van Tilburg deed in 2001 onderzoek onder 1200 vakantiegangers. Vijf procent ervoer de vakantie als (zeer) stressvol. Ze konden moeilijk wennen aan de nieuwe omgeving, hadden conflicten, bleven denken aan het werk of het vakantiehuisje of hotel vielen tegen.

De praktijk van familietherapeute en docente aan de Hogeschool van Amsterdam Else-Marie van den Eerenbeemt zit na de vakantie vol. „De verwachtingen over de vakantie zijn te hoog”, zegt zij. Partners die denken: in de vakantie gaan we alles goed maken. Hebben we eindelijk tijd voor elkaar. Gaan we liefdesclimaxen bereiken. Proberen zwanger te raken. Een echt gezin vormen met de kinderen van de nieuwe partner. Opbiechten dat we al twee jaar vreemd gaan. Of: we proberen het nog deze vakantie. Als het niet leuk is, gaan we uit elkaar.

En dan moet het ook nog leuk zijn. Maar dat is het vaak niet. Het bed kraakt, er zijn muggen, meereizende pubers mokken, kleine kinderen huilen op vakantie ook, en de partner neemt de biecht niet licht op.

Juist spanningen krijgen de ruimte in de vakantie, zegt Van den Eerenbeemt. „Veel mensen hebben de eerste dagen last van nachtmerries.” Partners zijn het ontwend om de hele dag samen te zijn, in een tent of huisje. „Je bekijkt elkaar door een vergrootglas.” Ouders zijn onthand, weten niet meer hoe ze zich dag en nacht met hun kinderen moeten vermaken en dan nog samen ook. „De relatie komt onder druk te staan.” In de vakantie wordt de balans opgemaakt. Vind ik deze man of vrouw nog leuk? Er is tijd voor grote ontboezemingen, maar ook de onrust over achtergelaten minnaars of minnaressen.

Van den Eerenbeemt pakt een mail die ze kreeg van een gescheiden vrouw. Haar man wil de kinderen vier weken mee naar India nemen. Ze gunt het de kinderen wel, maar ze weet niet zeker of zijn nieuwe vriendin ook meegaat. Van den Eerenbeemt: „Vakanties zijn mini-scheidingen. Er moet overlegd worden. De moeder gunt haar kinderen de verre reis. Dat is al heel wat. Hoeveel moeders zijn er die tegen hun kinderen zeggen: ga maar met papa mee, het is niet erg dat mama vier weken verdrietig alleen zit. Je zou de kinderen kunnen helpen van een vakantie met de andere ouder te genieten. De moeder heeft wel het recht om te weten wie er nog meer meegaan. Namen en rugnummers. En ze kan nu vast zeggen: volgend jaar mag ik de kinderen vier weken.”

Vakanties van gescheiden gezinnen kunnen een drama zijn. Jonge kinderen wordt niets gevraagd. Die worden opgepakt en meegenomen. „De loyaliteit van kinderen ligt bij de eigen ouder. Ze verzetten zich tegen de scheiding door zich af te zetten tegen de nieuwe partner. Ook op vakantie.” Wat te doen? Van den Eerenbeemt: „Waarom moeten samengestelde gezinnen zo nodig met elkaars kinderen weg? Ga elk een week met je eigen kinderen. En weet je wat kinderen dan meestal willen? Naar de plek waar het vroeger met hun beide ouders zo leuk was.”

Uit een andere mail van een ouder. De oudste dochter van zestien wil alleen met de ouders mee op vakantie als haar vriendje mee mag. Van den Eerenbeemt: „Gewoon doen. En neem ook voor het jongere zusje een vriendinnetje mee.” Ja, zegt de moeder, maar dan zijn we niet meer ‘onder ons’. „Dat is dan maar zo.” Kinderen worden te jong alleen thuis gelaten, zegt Van den Eerenbeemt. „Je kunt niet een kind van vijftien zomaar achterlaten. Stel voorwaarden. Zeg dat je elke avond om zeven uur belt om te vragen hoe het gaat. Dat vinden pubers niet erg, sterker: ze vinden het juist prettig. Laat geen creditcard achter, maar voor elke dag een envelopje. Een kind van vijftien heeft nog steeds grenzen nodig.”

Gescheiden of niet, pubers mee op vakantie is voor bijna niemand makkelijk. Een 16-jarige met stripboeken en I-pod de hele dag in een tent in Florence, is niet aantrekkelijk. Een oplossing ligt in het compromis, zegt Van den Eerenbeemt. De ene dag bepalen de ouders wat er gebeurt, de kinderen de dag erna. „En waarom mogen de kinderen geen ijsje eten op de trap van de kerk die jij zo nodig wilt bezoeken.” 

En dan de onvermijdelijke vakantieliefdes. Dochter van 16 verliefd op 26-jarige gebronsde Griek. „Vroeger kreeg ze na de vakantie nog een brief en was de liefde snel over.” Door e-mail en sms is dat anders geworden. In de kerstvakantie wil ze naar hem toe. Van den Eerenbeemt leest voor uit een brief van de moeder van het meisje. „Je mag gaan, had haar vader gezegd. Maar ik ga mee. Woedend was ze erom. De Griek troffen ze aan met vrouw en baby. Daarna hadden vader en dochter nog een hele leuke week.”

Vakantie is allang geen luxe meer, zegt Arjo Klamer, hoogleraar culturele economie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. „Vakantie is een basisbehoefte en daarmee een recht. Zelfs mensen in de bijstand hebben er recht op.”

Volgens Klamer heeft de gemiddelde Amerikaan twee weken vakantie per jaar. „Een groot deel daarvan gaat op aan familiebezoek.” Amerikanen begrijpen er niets van dat Nederlanders bijna een maandsalaris aan vakantiegeld krijgen. „Niet werken en nog geld toe ook. Zijn die werkgevers gek geworden?”

Japanners plannen hun buitenlandse reizen in amper veertien dagen. Meer tijd hebben ze niet. Italianen en Fransen blijven het liefst in eigen land. Alleen de Duitsers zijn in hun vakantiegedrag te vergelijken met Nederlanders. Ze gaan het liefst zo ver en zo lang mogelijk weg.

En het mag wat kosten. Nederlanders geven zeven procent van hun inkomen uit aan vakantie. Tel daarbij het verlies aan productiviteit doordat ze niet werken, zegt Klamer, dan zit je al snel op het dubbele. „Veel meer dan er in Nederland wordt besteed aan onderwijs en gezondheidszorg.”

„Er zijn mensen die van vakantie tot vakantie leven. Werken is een middel om dat te kunnen bereiken. Alleen in de vakantie kunnen deze mensen zichzelf zijn en genieten, zeggen ze.”

Bertine Bargeman, universitair docent vrijetijdswetenschappen aan de Universiteit van Tilburg, promoveerde op het vakantiekeuzegedrag van de Nederlander. „Vakantie heeft met status te maken, het is nog een van de weinige manieren waardoor je je kunt onderscheiden. Thuisblijven is geen optie. Je moet weg. Mensen sparen ervoor, nemen desnoods een lening. En het moet leuk zijn, ze moeten met een goed verhaal thuis komen.”

Maar Nederlanders zijn minder avontuurlijk dan ze denken. „Ze kiezen vertrouwd avontuur. Niet wildwaterkanoën, maar roeien. Wel wandelen in de bergen, maar een uitgestippelde route. Het risico moet binnen de perken blijven.” De top drie van bestemmingen is nog steeds: Frankrijk, Spanje, Duitsland. Zelfs als de bestemming exotischer is, zoals Pakistan, dan doen Nederlanders het jaar daarop iets soortgelijks. Vaak in dezelfde periode en net zolang.

Bargeman stelde vast dat veel mensen op vakantie dezelfde routine hebben als thuis. „Ze eten aardappels en pindakaas, ze kloppen dagelijks hun matje. Het leven gaat door.” Problemen worden niet opgelost, ze reizen mee.

Gepubliceerd in:
Binnenland
Meer binnenlands nieuws