Trotse premier mijdt politieke vragen

Wouter Bos (PvdA) keert premier Balkenende (CDA) de rug toe.
Door onze redacteur Egbert Kalse

Den Haag, 28 sept. Premier Balkenende kwam vandaag bij de Algemene politieke beschouwingen af en toe in een moeilijke positie terecht. „Dat is een politieke vraag, ik ben niet gek!"

Den Haag, 28 sept. - De betrouwbare staatsman aan het woord. Dat beeld van zichzelf probeerde premier Balkenende (CDA) vanmorgen op te roepen bij de Algemene Politieke Beschouwingen in de Tweede Kamer. De premier, inmiddels bezig aan zijn derde kabinet in vier jaar, noemde zichzelf in zijn inleidende woorden een „ervaren premier” die Nederland de afgelopen vier jaar dankzij een koersvast beleid door de recessie heeft heen geloodst. Soeverein, boven de partijen staand, gezamenlijk met de hele maatschappij, had hij Nederland er weer bovenop geholpen, zo was de strekking van zijn betoog.

Balkenende zat echter in een lastige positie. Aan de ene kant wil het CDA – door de premier neer te zetten als koersvaste leider – op 22 november electoraal profiteren van vier jaar regeringsbeleid. Vandaar ook de miljoenennota met goede economische resultaten en dito koopkrachtcijfers. Maar aan de andere kant kón Balkenende niet anders dan als premier en niet als CDA-leider de begroting verdedigen (die immers mede namens de VVD is opgesteld).

Balkenende probeerde vandaag antwoord te geven op de vragen die de Tweede Kamer gisteren aan het kabinet stelde. Nederland werkt!, het motto van de Miljoenennota, is volgens Balkenende de kern. De begroting voor 2007 is „de solide brug tussen de afgelopen jaren en de komende”, zei Balkenende. Hij sprak van „prachtige prestaties” en zei „trots” te zijn op „de moed en de veerkracht die de Nederlandse maatschappij de afgelopen jaren heeft getoond” om het land er weer bovenop te helpen.

Met name tegenover PvdA’er Wouter Bos wil Balkenende zo lang mogelijk overkomen als betrouwbare premier van alle Nederlanders. Zich nu al op het hoogste niveau laten verleiden tot politieke moddergevechten met de in de peilingen op voorsprong staande PvdA komt het CDA niet goed uit. Daar had de rest van de Kamer geen boodschap aan, zo bleek.

Het was ChristenUnie-voorman André Rouvoet die Balkenende als eerste in de spagaat duwde van premier in verkiezingstijd. Rouvoet vroeg Balkenende of hij voor het afschaffen van de overdraagbare heffingskorting is, waardoor beide ouders worden gestimuleerd om te gaan werken. Het kabinet wil die korting handhaven, terwijl het CDA er in het verkiezingsprogramma voor kiest hem af te schaffen. Balkenende: „U weet best dat ik hier niet sta als lijsttrekker maar als premier. Ik heb geen voorstel gehoord van de Kamer waarin wordt gepleit voor afschaffing.”

Rouvoet: „Maar vindt u nu dat we hem moeten handhaven – dat denk ik namelijk – of dat u er vanaf wilt.” Balkenende: „Dat is een politieke vraag, ik ben niet gek!” Rouvoet: „Het is ook nooit goed.”

Ook de andere oppositiepartijen namen daar geen genoegen mee. PvdA-leider Wouter Bos: „Wij willen gewoon antwoorden, dat is niet politiek.” Balkenende tegen Bos: „Ik heb begrepen dat wij een titanenstrijd moeten voeren, maar dat zullen we de komende weken nog vaak genoeg doen. Ik sta hier als premier.”

Uiteindelijk moest Kamervoorzitter Weisglas tussenbeide komen. „U kunt de premier aanspreken op alles wat u wilt, maar hij staat hier als premier.” Bos: „Als ik wil weten wat u vindt van vier miljard bezuinigingen in de zorg, dan krijg ik geen antwoord?”

Balkenende: „U? Kabinet? Regering?” Bos: „U geeft geen antwoord en dat maakt dit debat tot een flut-debat!” Balkenende: „U onderschat uzelf. Ik sta hier als de premier die staat voor zijn besluiten en daar trots op is. We spreken elkaar de komende weken nog genoeg. Dit is geen flut-debat.”

GroenLinks-leider Halsema verzuchtte: „Als hij een titaan wil zijn, laat hij zich dan zo gedragen.” Opmerkingen van CDA-fractievoorzitter Verhagen als zouden politieke vragen over het CDA beter aan hém gesteld konden worden, maakten weinig indruk.

Balkenende verdedigde gepassioneerd het beleid van de afgelopen jaren. Verwijten als zouden de zwakste schouders de zwaarste lasten hebben moeten dragen, zoals de oppositie gisteren naar voren bracht, verwierp de premier: „Het economisch herstel biedt juist voor de zwakkeren in de samenleving een betere bescherming. Een sterke economie is geen doel, maar een middel om de kwetsbaren te helpen.”

Ondanks zijn eigen weerzin tegen het debat, ging Bos hard tegen Balkenende in. Met name op sociaal-economisch terrein hebben drie kabinetten Balkenende het laten afweten, meent Bos. Ook GroenLinks maakte zich daar kwaad over. Er zijn 118.000 mensen meer werkloos dan toen u begon met regeren”, zei Halsema. Balkenende legde alle verwijten naast zich neer: „U doet negatief en vervelend, maar laten we blij zijn, Nederland kan het weer. De VOC-mentaliteit, de dynamiek!”, zei Balkenende. Halsema: „Ik denk niet dat u met mij een debat wilt over de VOC, daar valt nog wel het een en ander over te zeggen. Maar u claimt succes dat in het buitenland is bereikt. Ik wil graag optimistisch zijn, maar dan moet u wel plaatsmaken.”

GroenLinks en SP zetten Bos opzichtig neer als de nieuwe premier. Één keer versprak Halsema zich, toen ze PvdA-leider Bos aansprak als „minister Bos”. Balkenende reageerde gevat: „Oh, de degradatie begint nu al”, zei hij, verwijzend naar de vele keren dat Bos juist als premier werd neergezet. Halsema: „Ook als ik Bos premier had genoemd was dat een degradatie geweest. Want u weet dat het hoogste ambt hier dat van Kamerlid is.” Kamervoorzitter Frans Weisglas, traditioneel een fel verdediger van de Tweede Kamer: „Ik verzoek de Kamer te roffelen.” Daaraan werd massaal gehoor gegeven.

Waar GroenLinks en SP lonkten naar een linkse coalitie, wilde Balkenende op zijn beurt Bos wegzetten als onbetrouwbaar. Zonder hardop te zeggen dat Bos onwaarheden sprak, zei Balkenende meerdere malen tegen Bos: „Wees nou eens eerlijk.” Volgens het kabinet geeft Bos een verkeerde voorstelling van zaken door „verkeerde cijfers” te gebruiken op de sociaal-economische onderwerpen. Kamerlid Van Oudenallen zei er helemaal niets meer van te begrijpen. „Wie heeft hier nou gelijk, kunt u me dat laten weten?” vroeg ze de premier. Die verwees naar de stukken van het Centraal Planbureau – „daar staat een hoop in hoor” – en hij moest nog nadenken of hij Van Oudenallen nog van meer informatie zou voorzien.

PvdA’er Bos zei in de schorsing van het debat, rond een uur vanmiddag, geen vertrouwen meer te hebben in het verdere verloop van de beschouwingen. „Het is toch een beetje trekken aan een dood paard”, zei hij over de weigering van Balkenende om het debat politieker te maken.

Den Haag, 28 sept. - 56 dagen voor de Tweede-Kamerverkiezingen hebben de politici de middeninkomens ‘ontdekt’. Tijdens de Algemene politieke beschouwingen wierpen alle woordvoerders wierpen zich op als de belangbehartiger van de middeninkomen. Ze verzuimden om aan te geven wie er onder definitie vallen .

„Dat is logisch”, verklaart Agnes Jongerius, voorzitter van de vakcentrale FNV, die als lobbyist – zo meldt haar badge – het debat over de plannen van het kabinet-Balkenende III in de Tweede Kamer volgt. „Het begrip middeninkomen is politiek zo goed te gebruiken.” Het past, volgens Jongerius, in de Haagse retorica. „Het doet het ook goed in de koppen van kranten en op het journaal: PvdA pakt middeninkomens aan”. Voor de „zuiverheid van de discussie” pleit Jongerius voor een strakke definitie. Als vuistregel hanteert de FNV zelf een inkomen tussen de 50.000 en 90.000 euro.

Op het ministerie van Sociale Zaken bestaat geen definitie ‘midden inkomen’. „Te vaag”, is de mening van de afdeling woordvoering. Maar als het begrip middeninkomen wordt gebruikt dan gaat het om mensen met een bruto-inkomen tussen 30.000 en 60.000 euro. In het jargon van Sociale Zaken: modaal tot twee keer modaal.

Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek verdienen ongeveer 2,7 miljoen mensen een inkomen tussen de 30.000 en 60.000 euro (cijfers 2000). De kiesdeler (het getal dat aangeeft hoeveel stemmen je moet hebben voor één zetel) bedroeg drie jaar geleden ruim 64.000. In de Tweede Kamer is de ‘Partij van de Middeninkomens’ goed voor 42 Kamerzetels. FNV-voorzitter Jongerius: „Logisch dat alle partijen begerig naar deze groep lonken.”

Gepubliceerd in:
Binnenland
Meer binnenlands nieuws