Je bent voor, of je bent tegen

Ton Dekker
Door Jaco Alberts en Cees Banning

De enige dierenpartij ter wereld die in een parlement is vertegenwoordigd, drong woensdag ook door tot Provinciale Staten en de senaat. Hoe ontstond de Partij voor de Dieren? Wie maken de dienst uit en wie zijn de geldschieters? Portret van een actiegroep.

In de middernachtelijke motregen maakt een vrouw een huppelpasje op het Binnenhof. Marianne Thieme is opgetogen. „De Partij voor de Dieren is geen eendagsvlinder”, klonk het eerder die avond uit haar mond toen duidelijk werd dat de Partij voor de Dieren, na de winst van twee zetels in november in de Tweede Kamer, straks ook met een zetel in de senaat zal komen.

Met een klein clubje vertrouwelingen – onder wie fractiegenoot Esther Ouwehand, directeur van het partijbureau Lieke Keller, en partijadviseur en vriend Niko Koffeman – volgde Marianne Thieme woensdagavond in de Eerste Kamer de uitslagen van de Provinciale Statenverkiezingen. Iedere keer als haar partij in een gemeente boven de drie procent komt, maakte Marianne Thieme een vuist. „Yes” klonk het zacht. „Dierenwelzijn staat op de politieke agenda. Nu ook in de Eerste Kamer”, zei Thieme later op de avond. „Maar we zijn er nog lang niet.”

Die reactie is kenmerkend voor Thieme. „Ze neuriën het liedje mee, maar kennen de tekst nog niet”, zei ze een paar weken eerder in haar nieuwe werkkamer onder de gewelven van het voormalige ministerie van Koloniën, onderdeel van de Tweede Kamer. Toen sprak ze over het regeerakkoord van CDA, PvdA en ChristenUnie. Voor het eerst in de politieke geschiedenis van Nederland is een paragraaf over de verbetering van dierenwelzijn opgenomen.

Een groot succes voor de Partij voor de Dieren, zou je zeggen. Net als de ‘ontdekking’ van het thema dierenwelzijn door andere partijen, de uitvoerige discussies daarover in de Tweede Kamer en de oprichting van zusterpartijen in het buitenland.

Maar Thieme vindt het regeerakkoord niet ver genoeg gaan. „Mooie woorden, maar onvoldoende uitgewerkt en er is nauwelijks budget.” Dus verschijnen er in de zendtijd voor politieke partijen nog steeds spotjes met gruwelijke beelden van mismaakte proefdieren en mishandelde dieren uit de bio-industrie. Ook lanceert de partij een persoonlijke aanval op minister Van der Hoeven omdat ze bont draagt. Het is tekenend voor de Partij voor de Dieren: confronterend, actiegericht en compromisloos.

De Partij voor de Dieren is niet de persoonlijke schepping van Marianne Thieme. Anderen stonden zelfs dichter aan de wieg, zoals Niko Koffeman, nota bene strateeg van Jan Marijnissens Socialistische Partij, die een opvallend prominente rol vervulde. De partij zag het daglicht in roerige politieke tijden. Op 6 mei 2002 werd Pim Fortuyn doodgeschoten door Volkert van der G., een verwoed milieu- en dierenbeschermer. De moordenaar verklaarde dat hij opkwam voor alle onderdrukten. Maar veel Fortuyn-aanhangers zagen een rechtstreeks verband met Volkerts dierenactivisme. Pim Fortuyn had immers gezegd het fokverbod voor nertsen belachelijk te vinden. „Er ontstond een ware demonisering van dierenbeschermers”, zegt Lieke Keller, op dat moment directeur van Bont voor Dieren, een organisatie die strijdt tegen het gebruik van bont.

Fortuyns politieke erfgenamen van de LPF vormden samen met CDA en VVD het eerste kabinet-Balkenende. Het was alsof ze hun gram wilden halen. „In rap tempo brak het kabinet allerlei diervriendelijke verworvenheden af”, vertelt Keller. „Het fokverbod voor nertsen ging niet door. De aanpak van bio-industrie werd uitgesteld. Dat was heel frustrerend.”

Na 86 dagen, op 16 oktober 2002, viel het kabinet. Vijf dagen later werden nieuwe verkiezingen uitgeschreven. Op haar kantoor aan de Derde Oosterparkstraat in Amsterdam zei Lieke Keller: we zouden een politieke partij moeten oprichten, speciaal voor dierenwelzijn. Tegenover haar zat de jonge Marianne Thieme, nog maar kort beleidsmedewerker bij Bont voor Dieren. Ze was niet onmiddellijk voor het plan gewonnen.

Helemaal nieuw was het idee voor een dierenpartij niet. Tien jaar eerder had communicatieadviseur Niko Koffeman het al geopperd. Koffeman is de belangrijkste campagnestrateeg van de SP, maar ook een spin in het web van dierenwelzijnsorganisaties. „Ik was ontevreden hoe de belangen van dieren werden behartigd”, zegt Koffeman. „De acties waren erg braaf geworden en sneden weinig hout.” Hij besprak het idee met diverse clubs. „Leuk idee, was steevast de reactie”, verzucht Koffeman. „Er werd alleen niets mee gedaan.”

In de politieke chaos van 2002 stonden de zaken er opeens heel anders voor. „Ik was er aan toe”, zegt Lieke Keller. Ze belde Niko Koffeman op zijn vakantieadres in Duitsland: „Weet je nog dat je het idee had om een partij op te richten? Vertel daar nog eens over.” Op de achtergrond hoorde Koffeman de stem van Thieme. „Een one-issue partij, dat is helemaal niks”, riep ze. „Dat kwam een beetje door mijn opvoeding”, zegt Thieme nu. „Mijn ouders hadden ook niets met partijen als Nederland Mobiel. Dat richten op één programmapunt vonden ze onverantwoord.”

Twee dagen later, op donderdag 24 oktober, voerde Bont voor Dieren actie tegen de zeehondenjacht bij de Canadese ambassade in Den Haag. „We zaten vol adrenaline van de actie.” Kom op, we gaan het doen, zei Keller in de trein terug. „We stonden al jaren op het Binnenhof te schetteren, we moesten er nu maar eens tussen gaan staan.” Marianne Thieme was om: „Ik had erover nagedacht. Het ging om een hele bevolkingsgroep die wordt genegeerd, dat was helemaal geen one-issue.”

Terug op kantoor belde Lieke Keller met een aantal sleutelfiguren uit haar netwerk. Bont voor Dieren-voorzitter Ton Dekker was bereid voorzitter te worden van de nieuwe Partij voor de Dieren. Intussen zocht Marianne Thieme uit wat er praktisch nodig was om een partij op te richten. Op 28 oktober registreerde de Kiesraad de Partij voor de Dieren. Als allerlaatste, nummer 120, vlak achter de partij O, O Den Haag. De media pikten het niet op. Alle aandacht ging uit naar ex-LPF-minister Heinsbroek die ook een partij probeerde op te richten.

De Partij voor de Dieren kwam voort uit Bont voor Dieren, maar Keller wilde verbreding. Ze belde met Marja Zuidgeest van de organisatie Proefdiervrij uit Den Haag en overtuigde haar in het bestuur te stappen. Een week later stapte Zuidgeest er al weer uit. „Ik vond het bij nader inzien toch niet zo’n goed idee om me persoonlijk aan de partij te verbinden”, vertelt Zuidgeest. „Proefdiervrij heeft ook andere politieke partijen nodig. Bovendien hebben Lieke en Marianne een andere stijl van politiek bedrijven. Zij zijn erg activistisch, wij zijn meer pragmatisch.”

Dat activisme ligt gevoelig. Eind jaren tachtig kwam het Anti-Bont Comité (ABC), de voorloper van Bont voor Dieren, in opspraak wegens betrokkenheid bij harde illegale acties van het Dierenbevrijdingsfront tegen nertsenfokkers. Formeel werden die door het ABC veroordeeld, maar individuele leden onder wie de toenmalige directeur deden intussen zelf mee. Het was een bewust gekozen strategie om een politieke lobby te combineren met publieksacties die de grens van de wet opzochten. Maar die strategie was behoorlijk uit de hand gelopen, erkent Ton Dekker, initiatiefnemer van ABC en later voorzitter van de nieuwe Bont voor Dieren. Het is een verleden dat ook de Partij voor de Dieren blijft achtervolgen. Op de provinciale lijst van Overijssel stond als lijstduwer schrijver-dominee Hans Bouma, in de jaren tachtig woordvoerder van het Dierenbevrijdingsfront.

Wie moest het gezicht worden van de nieuwe Partij voor de Dieren? Initiatiefneemster Lieke Keller lag voor de hand. Maar die was al directeur van Bont voor Dieren met connecties naar alle partijen. „Dan zouden we een jarenlange lobby in de Tweede Kamer weggooien”, zegt Ton Dekker. Haar medewerkster Marianne Thieme was ongebonden, enthousiast en bereid veel tijd in de partij te steken. Ze werd woordvoerster. Een bekende Nederlander zou de lijst moeten aanvoeren. Maar toen dat niet haalbaar bleek, werd Marianne Thieme naar voren geschoven.

De meeste oprichters dachten dat de partij niet meer was dan een stunt. „Ik zag Marianne toen nog niet een serieuze partij leiden”, zegt Niko Koffeman. „Ik zag haar wel zes weken lang de boel op stelten zetten.” Koffeman die alle grote verkiezingscampagnes voor de SP regisseerde, was tegelijkertijd zeer actief betrokken bij die van de Partij voor de Dieren. Hij vroeg diverse dierenbeschermers uit zijn netwerk voor de lijst. Hij werkte mee aan het partijprogram en dacht na over manieren om in het nieuws te komen. „Tijdens de campagne bleek dat Marianne het geweldig deed”, zegt Koffeman. Het Parool drukte op 6 december een interview met haar af. Andere kranten en televisie volgden. Keller: „Free publicity, daar ben je als armlastige actievoerder wel in gespecialiseerd.”

Op 22 januari 2003 kreeg de Partij voor de Dieren 53.000 stemmen, nét geen zetel. Een grote verrassing. Toch hield een deel van de actieve leden het voor gezien. De ‘harde kern’ ging door. „Ik heb altijd gewild dat het iets blijvends was”, zegt Keller. Thieme werd ook na de verkiezingen door media gevraagd. En na een donatie van de Amsterdamse hotelhouder Irene Visser kon een partijbureautje opgezet worden, waarvoor Marjolein de Rooij werd aangetrokken. De oud-medewerkster van de Dierenbescherming stond vierde op de kieslijst. De Rooij bouwde aan de partijorganisatie en zette een administratie op. Maar als academicus wilde ze ook inhoudelijk aan de partij bijdragen. Dat leidde tot een conflict met Marianne Thieme, die inmiddels voorzitter van de partij was geworden. „Ik vond dat een partij zich breder moest oriënteren dan een actiegroep die makkelijk kan roepen ergens tegen te zijn. De afschaffing van de bio-industrie kost duizenden banen. Daar heb je als politieke partij ook verantwoordelijkheid voor.” Haar inbreng werd niet gewaardeerd, zegt De Rooij. Ze kreeg van Thieme te horen dat ze zich met het partijbureau moest bezighouden, niet met de inhoud.

Thieme nu: „Een partij oprichten is vooral handen uit de mouwen steken. Op een gegeven moment heb je een formule en een partijprogram. Het is niet goed om weer over de fundamenten te beginnen, als je nog met het profiel bezig bent.” De Rooij verliet de partij.

Toen voormalig adjunct-directeur Bernd Timmerman van de Dierenbescherming in 2004 als vicevoorzitter tot het partijbestuur toetrad, trof hij „een kleine gedreven club” aan „vooral gericht op protest”. Typisch ‘Amsterdamse School’, zoals hij zegt: met slimme communicatie- en marketingtechnieken snel zaken op de agenda zetten. „Daarvoor moet je Niko Koffeman de credits geven.” Maar die radicale Amsterdamse School begon te botsen met de gematigde Haagse die binnen de dierenwelzijnbeweging meer is gericht op dialoog. Net als De Rooij wilde Timmerman meer die Haagse kant op. Binnen het partijbestuur begon hij de discussie. „Ik zag graag dat er een goede samenwerking werd opgebouwd met andere dierenwelzijnorganisaties, maar de partij was erg gericht op snel scoren en het bekritiseren van anderen.”

Ook wilde Timmerman het profiel van de partij verbreden. „Wat mij betreft moest de partij ook standpunten innemen over de oorlog in Israël, de AOW en de hypotheekaftrek. Want alleen zeggen dat we niet links en niet rechts zijn is retoriek.” Thieme en de anderen waren het er niet mee eens. „Bij andere partijen gaat het voor negentig procent om mensen en tien procent om dieren. Bij ons is dat omgedraaid”, zei Thieme. Timmerman trok zijn conclusies en stapte in 2005 „in goede harmonie” uit het bestuur. In 2006 kwam hij nog op plaats drie van de lijst.

De kritiek vond geen gehoor, ook omdat het zo goed ging: de Europese verkiezingen waren opnieuw een succes geworden. Geen zetel, maar wel een verdrievoudiging van de aanhang. De Partij voor de Dieren had bekende Nederlanders als Maarten ’t Hart en Mensje van Keulen gevraagd om de partij openlijk te steunen, een slimme zet die bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2006 zou worden herhaald. En tv-optredens van Thieme vielen goed, zoals een gesproken column bij het programma Buitenhof. Het begon andere partijen ook op te vallen. Partijleider Wouter Bos van de PvdA belde met zijn fractiespecialist Harm-Evert Waalkens. Vlak voor de verkiezingen kwamen de sociaal-democraten met een eigen actieplan van tien punten voor dierenwelzijn. „Wouter vindt het een belangrijk onderwerp en het optreden van Marianne Thieme in Buitenhof onderstreepte dat nog een keer”, zegt Waalkens.

De politica Marianne Thieme wist wat ze wilde. Maar op het spirituele vlak was ze zoekende. Aan Niko Koffeman vroeg ze hoe hij een belijdende christen kan zijn terwijl de Biblebelt vol staat met bio-industrie. Koffeman is lid van de zevendedagsadventisten, een kleine orthodox-protestantse stroming. „Ik vertelde haar dat ‘heersen over de dieren’ zoals in de bijbel staat niet betekent dat je ze moet onderdrukken, maar dat je verantwoordelijk voor ze bent. Veertig procent van de adventisten is vegetariër.” Thieme raakte geboeid en kreeg het telefoonnummer van een predikant in de buurt. Begin 2006 liet ze zich dopen. Haar religieuze bewogenheid verklaart volgens sommigen dat ze eerder uit het Europese verkiezingsprogramma een passage schrapte over de evolutietheorie als mechanisme achter het ontstaan der soorten. Zelf ziet ze dat anders: „Atheïsten, joden, christenen, moslims, iedereen moet zich thuis kunnen voelen in de partij. Je moet accepteren dat de evolutiegedachte niet neutraal is.”

De definitieve doorbraak van de Partij voor de Dieren kwam met de val van het tweede kabinet-Balkenende. Maar de partij had „geen cent te makken”, zoals Keller het uitdrukt. Op 31 december 2005 publiceerde De Telegraaf een artikel over Nicolaas Pierson, die zijn fortuin heeft gemaakt met de verkoop van klamboes die hij in Thailand laat produceren. Een ondernemer die sprak over „onze broeders en zusters de kippen”. Maar ook een ondernemer die al jaren nauw samenwerkte met het farmacieconcern Bayer dat bij de ontwikkeling van geneesmiddelen gebruik maakt van dierproeven. Ook de chemicaliën waarmee Piersons klamboes worden geïmpregneerd, zijn getest op dieren, zo erkent Bayer.

Marianne Thieme dacht „een geestverwant” te treffen en zond hem haar boek ‘De eeuw van het dier’ met een brief. Pierson stuurde twee medewerkers van zijn bedrijf SiamDutch langs in Amsterdam. „Ze moesten kijken of ze een beetje mijn type was”, zegt Pierson. „Niet zo’n geitenwollen sok, zo’n milieufreak.” Hij nodigde haar uit langs te komen in Bangkok. Over dierproeven door Bayer spraken ze volgens hem niet. Wel vroeg hij: wat heb je minimaal nodig voor een campagne? Drie ton, zei Thieme. Pierson schonk het bedrag naar eigen zeggen uit de winst van zijn bedrijf. Thieme zegt dat het geld uit zijn persoonlijk vermogen kwam. ,,Geld van zijn bedrijf of van Bayer hadden we niet aangenomen.”

Pierson gaf geld, maar wilde wel inspraak in de campagne: „Marianne moest jong overkomen, eerder een student dan een dame met parelketting. Geen gladde praatjes, geen anti-mens, zoals je vaak ziet bij dierenactivisten.” Maar de poster kreeg Pierson tot zijn teleurstelling pas te zien toen hij al was gedrukt.

De entree van de Partij voor de Dieren „is een belangrijk politiek signaal”, zegt Kamerlid Waalkens (PvdA). „Het is goed dat er een einde is gekomen aan de schaamteloze CDA-, VVD- en LPF-lobby voor de bio-industrie”, vindt Krista van Velzen van de SP. Woordvoeders dierenwelzijn van alle Tweede Kamerfracties zeggen dat hun positie is versterkt. Volgens Kamerlid Henk Jan Ormel (CDA) heeft de Nederlandse bevolking met de campagne van de Partij voor de Dieren „een hersenspoeling’’ ondergaan. Hij heeft kritiek op de partij in de Tweede Kamer. „Hun optreden lijkt op dat van president Bush”, zegt hij. „Of je bent voor, of te bent tegen. Een middenweg schijnt er niet te zijn.”

Actieve dierenbeschermers zijn enthousiast over de doorbraak. Toch bestaan er ook zorgen. Het is nog steeds het kleine clubje oprichters dat de koers bepaalt. En SP-strateeg Niko Koffeman is erg invloedrijk.

„Ik had direct door dat Marianne veel luisterde naar Niko Koffeman”, zegt Nicolaas Pierson. „Eigenlijk heeft hij het voor het zeggen.” Niko Koffeman is ook voorzitter van het wetenschappelijk bureau van de partij dat naar Pierson is vernoemd. Bernd Timmerman denkt dat de grote invloed van Koffeman de open blik voor „alternatieve strategieën” beperkt. „Dat kan gaan knellen.”

Is de dierenpartij een bijkantoor van de SP? „Ik help de Partij voor de Dieren als dierenbeschermer, dat maakt de partij nog niet tot een filiaal van de SP”, zegt Koffeman.

„Dat mochten ze willen”, reageert Marianne Thieme die beklemtoont dat haar beleid wordt goedgekeurd door het partijcongres. Verbreding van standpunten of een matiging van toon zit er niet in. „De Partij voor de Dieren was een klein clubje mensen waar steeds meer mensen bijkomen. Naarmate je succesvoller wordt, komen er meer mensen die zeggen: je moet het heel anders gaan doen. Maar om te voorkomen dat je stuurloos wordt, moet je vastberaden je koers volgen.”

Gepubliceerd in:
Binnenland
Meer binnenlands nieuws