Moeders willen genoegdoening

In het Bosnische Tuzla volgen vrouwen uit Srebrenica, tegen een achtergrond van foto’s van vermisten, de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof op de tv.
Door onze redacteur Cees Banning

Den Haag, 4 juni. Zesduizend nabestaanden van de slachtoffers van Srebrenica klagen de Nederlandse Staat en de VN aan. Ze willen erkenning. „Dit wordt een van de grootste rechtszaken in de Nederlandse geschiedenis.”

Munira Subasic oogt moe, maar strijdbaar. „Het was een lange reis, maar ik voel een morele verplichting om naar Den Haag te komen en de aanklacht aan te bieden”, zegt ze op het Plein in Den Haag.

De voorzitter van de ‘stichting Mothers of Srebrenica’ is zaterdagochtend met zo’n tweehonderd vrouwen in vijf bussen vetrokken vanuit Sarajevo. De bijna tweeduizend kilometer lange reis was „emotioneel uitputtend”, zegt ze. „De herinneringen van twaalf jaar geleden kwamen weer keihard aan de oppervlakte.”

In juli is het twaalf jaar geleden dat in de Oost-Bosnische enclave Srebrenica de ergste daad van genocide in Europa plaatsvond sinds de Tweede Wereldoorlog. In de militaire aanwezigheid van Nederlandse blauwhelmen van Dutchbat werden meer dan zevenduizend moslims gedood, het merendeel jongens en mannen. Hun nabestaanden hebben vanmiddag een aanklacht aangeboden aan een medewerker van minister-president Balkenende. Tien vrouwen en de Moeders van Srebrenica hebben de Staat der Nederlanden en de Verenigde Naties in een civiele procedure aangeklaagd.

De enclave Srebrenica was door de Verenigde Naties uitgeroepen tot een zogenoemde safe area en de burgers die zich daar bevonden zouden worden beschermd tegen de aanvallen van de Bosnische Serviërs. „U bent nu onder de bescherming van de VN (...) ik zal u nimmer verlaten”, zei de Franse generaal Morillon in maart 1993. De vrouwen vinden dat Nederland en de VN deze belofte niet zijn nagekomen. En hun advocaten Axel Hagedoorn en Marco Gerritsen van het kantoor Van Diepen Van der Kroef Advocaten hebben daarvoor „keihard bewijs”.

Het wordt, volgens de Maastrichtse hoogleraar internationaal recht Menno Kamminga, een complexe juridische procedure. „De VN geniet immuniteit. Dat is een gat in de internationale rechtsorde, maar een feit.” En daar kan Nederland zich achter verschuilen. „Nederland zal zeggen ‘het was een VN-missie’, dat was ook de kern van de politieke discussie”, zegt Kamminga. „De rechter moet een oordeel vellen of Nederland toch aansprakelijk gesteld kan worden.”

De raadslieden hadden de zaak „liever buiten de rechtszaal om geregeld”, zegt Gerritsen. „Dat zou chiquer zijn geweest. Maar wij kregen, behalve de landsadvocaat, niemand te spreken. Nederland praatte in 1995 wel tot het allerlaatste moment met de Bosnisch-Servische generaal Mladic, maar met ons willen ze niet in gesprek.”

Het Amsterdamse advocatenkantoor werkt nu al zo’n drie jaar aan deze zaak. Ze waren benaderd door een Bosnisch advocatenteam dat al vijf jaar met de voorbereiding van de aanklacht bezig was. „Na bestudering van de documenten hebben we de zaak aangenomen, want politiek, juridisch en sociaal/maatschappelijk gaat het om een rechtvaardige zaak”, vindt Hagedorn. „Dit wordt een van de grootste rechtszaken in de Nederlandse geschiedenis, maar ook internationaal door de relatie met de VN.”

In 2002 werd de Staat al aangeklaagd door Hasan Nuhanovic, de tolk van Dutchbat, en de nabestaanden van Dutchbat-elektricien Rizo Mustafic. Ze verwijten de staat na de val van de enclave Srebrenica niets te hebben ondernomen om de vluchtelingen in veiligheid te brengen. De Nederlandse staat stelt zich op het standpunt dat Nederland weliswaar verantwoordelijkheid droeg, maar geen schuld had aan de massamoord op Bosnische mannen. In een tussenvonnis oordeelde de rechtbank dat Nederland Mustafic mee had moeten nemen. Het definitieve vonnis wordt binnen een jaar verwacht.

Hoe beoordeelt u de zaak uit 2002?

Hagedorn: „Wij hebben de dagvaarding heel bewust niet gelezen omdat we ons eigen plan willen trekken. In die zaak gaat het vooralsnog om twee gevallen. En hadden de betrokkenen een werkgeversrelatie met de VN.” Gerritsen: „Wij vertegenwoordigen bijna de héle groep van nabestaanden.”

Het NIOD en de VN onderzochten de val van Srebrenica. In Frankrijk en Nederland hebben de parlementen onderzoek gedaan. Wat is nieuw in het onderzoek dat ten grondslag ligt aan deze dagvaarding?

Gerritsen: „Wij hebben alle relevante documen ten gelezen. Twaalf jaar lang zijn maatschappelijke mantra’s over de Nederlandse bevolking uitgestort: we konden niet anders, de VN heeft ons in de steek gelaten, het mandaat was niet goed. Maak je echter een reconstructie op basis van de feiten, dan zie je dat het niet zo is.”

Wat heeft u ontdekt dat een belangrijke rol gaat spelen in de procedure?

Gerritsen: „De luchtsteun is door de Nederlanders tegengehouden. De procedures waren glashelder. Op het ‘moment supreme’ komt het verzoek bij de Franse VN-generaal Janvier en is luchtsteun binnen een half uur met Akashi (de politiek leider van de VN-missie in ex-Joegoslavië, red.) geregeld. Wanneer de eerste bommen vallen, intervenieert Nederland. Vanuit de bunker (het Nederlandse commandocentrum in Den Haag, red.) hebben minister Van Mierlo van Buitenlandse Zaken en Voorhoeve van Defensie alles op alles gezet om het stop te zetten. Daarna is in Nederland het beeld gecreëerd dat de VN de grote boosdoener was.”

In februari van dit jaar vonniste het Internationaal Gerechtshof dat Servië niet schuldig is aan genocide tijdens de oorlog in Bosnië, behalve in Srebrenica. Wat betekent dat voor uw bewijsvoering?

Hagedorn: „Genocide was ook al vastgelegd door het Joegoslavië-tribunaal, maar het gerechtshof is wel het hoogste internationale rechtscollege. Het genocide-verdrag is van toepassing. Staten zijn verplicht om genocide te voorkomen. De staat redeneert: hadden we alles op alles gezet, dan was de genocide nog niet te voorkomen. Het hof maakt daar korte metten mee: dat is geen verzachtende omstandigheid om niks te doen.”

U vraagt om een voorschot van 25.000 euro per persoon?

Hagedorn: „Het gaat de moeders om erkenning en genoegdoening. Dat kent vele vormen. Die 25.000 euro is een voorschot. De stichting die circa zesduizend nabestaanden vertegenwoordigt wil slechts vast laten stellen dat de VN en de Nederlandse straat aansprakelijk zijn.”

Gerritsen: „Het zou pleiten voor de Staat der Nederlanden als ze op basis van dit materiaal zeggen, we gaan om de tafel zitten in plaats van tien jaar procederen. Dat zou een groots gebaar zijn. Anders laat je de nabestaanden voor de tweede keer in de steek.”

De aanklacht van de moeders van Srebrenica

De Nederlandse Staat zond naar de safe area Srebrenica een bataljon soldaten dat niet geëquipeerd en niet opgeleid was om de militaire taak uit te voeren.

Ondanks de voorkennis dat de Bosnische Serviërs de safe area zouden aanvallen, werden door de Nederlandse Staat en de VN geen adequate maatregelen genomen.

Tijdens de aanval bleek er geen serieuze bereidheid om de aanval te stoppen.

Luchtbombardementen werden niet ingezet of getraineerd – vlak voor de val werd de luchtsteun zelfs door de Nederlandse staat tegengewerkt.

Nadat de enclave was gevallen werd nagelaten de moslimbevolking – ondanks gedane toezeggingen – te beschermen.

Ondanks het feit dat de Nederlandse troepen getuige waren van oorlogsmisdaden, werden die niet gerapporteerd.

Gepubliceerd in:
Binnenland
Meer binnenlands nieuws